Apies kijken en bekeken worden

Op een mooie zaterdag togen we groepsgewijs naar de Apenheul bij Apeldoorn. Ik was er een eeuwigheid niet geweest, maar vond het nog steeds een spektakel wanneer de doodshoofdaapjes over je hoofd klimmen. Ook het voeren van de gorilla’s, die als in een toneelstuk opkomen en op hun gemak plaats nemen tegenover een tribune, is een indrukwekkende ervaring, zelfs al ben je niet in de bergen van Uganda. Wetenschappelijk onderzoek in dierentuinen is niet ongewoon. Denk maar aan Frans de Waal en zijn onderzoek aan chimpansees in Burgers Zoo. Dat gebeurt nog steeds, zoals in de dierentuin van Edinburgh, Schotland. Daar deden gedragswetenschappers onderzoek aan mensen die naar onderzoek aan aapjes kijken.

Middenin de dierentuin van Edinburgh staat een onderzoekscentrum waar bezoekers live wetenschappelijk gedrags- en intelligentieonderzoek aan apen kunnen observeren. Het centrum heet Living Links en herbergt twee apen: een kapucijnaap en een doodshoofdaapje. Die hebben daar een binnen- en buitenverblijf, maar kunnen ook, uit vrije wil, in aparte kamers deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek. Een wetenschapper doet een aantal keer per week allerlei testjes met ze. Die gaan bijvoorbeeld over intelligentie, leren of communiceren. Bezoekers aan Living Links kunnen het onderzoek live observeren en in gesprek gaan met de onderzoekers.

Je ziet steeds vaker wetenschappers in contact treden met publiek. Dat vind ik belangrijk. Wetenschap maakt integraal deel uit van onze maatschappij en heeft bijzonder veel invloed op hoe wij leven. Ik wil daarom dat zoveel mogelijk mensen leren hoe wetenschap werkt, een sentiment dat ik deel met de Schotse onderzoekers. Zij besloten te onderzoeken of dierentuinbezoekers live meekijken met echt onderzoek waarderen. Onlangs publiceerden zij hun bevindingen. Dat is bijzonder: naar het effect van dit soort initiatieven wordt niet veel publiceerbaar onderzoek gedaan.

Gewoonlijk speelt dit soort projecten zich af op plekken waar mensen komen die van te voren weten dat ze iets met wetenschap gaan beleven, zoals in Naturalis of NEMO in Nederland. In dierentuinen hebben bezoekers daar voorafgaand aan hun bezoek meestal niet over nagedacht. Vinden zij dat live onderzoek interessant? De onderzoekers keken naar het gedrag van bezoekers. Mensen die het centrum betraden werden gevolgd, waarbij nauwlettend genoteerd werd hoe lang en waar zij stilstonden. Hier en daar werd de situatie gemanipuleerd, door bijvoorbeeld tijdens proefjes met apen soms wel en soms geen powerpointdia met uitleg op de muur te projecteren. Het bleek dat bezoekers voor dierentuinbegrippen lang in het onderzoekscentrum aanwezig waren: gemiddeld 12 minuten, terwijl je er in 2 minuten doorheen loopt. Ook bij het live wetenschappelijk onderzoek bleven bezoekers lang staan kijken, vooral als er extra informatie getoond werd. De onderzoekers concluderen vervolgens dat dierentuinen een bijzonder geschikte plek zijn om mensen in contact te brengen met wetenschap.

Die conclusie is wat kort door de bocht. Hoe lang iemand kijkt naar een aapje en een wetenschapper impliceert interesse, niet meer dan dat. Het zegt niks over wat deze persoon ervan vindt, of over wat hij of zij heeft opgestoken. Het zou bijvoorbeeld best kunnen dat iemand zich de hele tijd afvraagt: wat is in godsnaam het nut van dit onderzoek? En dan doe je meer kwaad dan goed. Dit onderzoek is dus aardig, maar een eerste stap. Je zult ook in de dierentuin in gesprek moeten gaan met bezoekers om te achterhalen wat er in hun hoofd is gebeurd.