376693_9862

Het was dit jaar de Tour van Chris Froome. Maar natuurlijk ook die van ‘Bau & Lau’. En toch ook weer die van Mart, die met zijn Avondetappe met doping-overdosis minstens evenveel fans en critici op de been wist te krijgen als met zijn Noorse truien tijdens het schaatsseizoen.

Zondaars als ‘Boogie’ waren niet meer welkom bij Mart. Maar het onderwerp kwam wel iedere avond aan de orde. Zinsnedes als ‘vraagtekens zetten bij (…)’, ‘schoon of niet’ en ‘twijfelen aan’ vlogen meerdere malen over tafel. Factchecker was sidekick en ex-wielrenner Thijs Zonneveld, die uit eigen ervaring kon vertellen over eigenaardigheden in het peloton. Was hij het nou, die IGF-1 – het nieuwe wondermiddel – ter sprake bracht?

Heeft u het ook gehoord, van IGF-1? Het schijnt next-generation EPO te zijn. Een lichaamseigen eiwit dat spiergroei bevordert. Het is een van de eerste vormen van gendoping.

Twee soorten gendoping
EPO als prestatiebevorderend middel is verleden tijd. Het is inmiddels gemakkelijk op te sporen, en misschien eigenlijk ook niet zo goed voor het lichaam op de lange termijn. En dus zijn wielrenners op zoek naar iets wat minder langetermijnschade oplevert. Gendoping, dus.

Er zijn twee manieren om aan gendoping te doen. De eerste behelst het toedienen van extra genen via virussen. De virussen positioneren de genen vervolgens in het DNA van de wielrenner, die daarmee extra kopieën van bestaande genen in zijn DNA krijgt. Nadelen van deze methode: ze is vrij ingewikkeld en het effect is langdurig, want de genen gaan niet meer weg uit het lichaam. Wat dat betreft past de andere vorm van gendoping beter bij  topsporters: genen worden vrij in de spiercellen van sporters gespoten, en worden dus ook na bepaalde tijd afgevoerd uit het lichaam.

Gecontroleerde doping
Het is niet gezegd dat het peloton schaamteloos overstapt van de ene verboden drug op de andere. De kenners bij Mart aan tafel beweerden dat de cultuur nu echt aan het veranderen is. Veel anderen zijn sceptisch, en sommigen wagen zich zelfs aan een totaal andere aanpak. ‘Gecontroleerde doping is beter en leuker dan elke prestatie met argwaan bekijken,’ schreef columnist Malou van Hintum vorige week op Volkskrant.nl. Aannemende dat gecontroleerde doping mogelijk zou zijn, heeft ook Van Hintum moeite met het leggen van een grens. Wat haar betreft ligt die bij gezondheidsschade voor de sporters. EPO nee, gendoping nee.

Hoogleraar Toine Pieters ging in zijn boek ‘Supergenen en turbosporters nog verder. Naast de Olympische Spelen en de Paralympicsm bepleit hij, moet er een soort Cyborglympics komen. Een competitie voor ‘opgevoerde’ en kunstmatig versterkte atleten. Met goud voor de beste sporter, maar ook voor de innovatiefste wetenschapper.

Hoe graag de wielerliefhebbers het ook zouden willen, de tijd van boterhammen-met-pindakaas is voorbij. En dat is niet erg; zelfs de meest fervente wielerfan houdt van de Tour vanwege het spektakel. Maakt het dan uit of dat spektakel een handje geholpen wordt? Nu gendoping nog niet op grote schaal wordt ingezet, is er de kans om beide kampen te verenigen. Gendoping werkt waarschijnlijk alleen als het aansluit bij het al aanwezige genenpakket in de wielrenner. Dichter bij zijn natuurlijke aanleg kun je niet komen. En als de wielersport nu inzet op gendoping , heeft men zelfs de kans om deze gecontroleerd in te voeren.