Hap, slik weg is een betere aanpak

Een arend legt het in een nest, een pinguïn bewaart het in een huidplooi en een haring laat het lekker drijven. Eieren uitbroeden kan op allerlei plaatsen, dus waarom niet in de maag?

Zeesterren zien er onschuldig uit maar vergis u niet: het zijn veelarmige bandieten. Zeker wanneer je een mossel bent wil je zo’n beest niet in een donker zeestraatje tegenkomen. Hun sterke armen zijn gespecialiseerd in het opentrekken van schelpen, waarna ze de ongelukkige fruits de mer eruitzuigen.

Misschien wel dankzij hun voorliefde voor huisvredebreuk zijn sommige van deze onderwaterbeesten panisch over de veiligheid van hun nakomelingen. Diverse zeesterren werpen hun eitjes gewoon de zee in, maar minstens vier soorten zeesterren laten hun kinderen in hun maag opgroeien. De bevruchte eicellen zouden ook in zeewater prima gedijen, maar het maagbroeden biedt bescherming tegen ziekten en vraatlust van medezeebewoners.

De Australische zeester Smilasterias multipara bijvoorbeeld legt uit de geslachtsporiën in haar armen eitjes van zo’n één millimeter diameter. Vervolgens eet ze deze op, soms wel honderdvijftig in totaal. Net als de kinderen van de Griekse god Kronos ontwikkelen de eitjes zich in de ouderlijke maag tot larven en na een maand of twee metamorferen ze tot miniatuurzeesterretjes van drie millimeter in doorsnede – zo’n tien keer kleiner dan volwassen exemplaren. Weer een maand later braakt de moeder de jongen het natte buitenleven tegemoet.

Hoe bizar maagbroeden ook is, het blijkt in ieder geval twee keer onafhankelijk van elkaar geëvolueerd te zijn: in 1972 ontdekten biologen in Australië Rheobatrachus silus: de maagbroedende kikker. Ook deze dieren slikken hun eitjes zonder kauwen door en wachten tot deze zich hebben ontwikkeld tot volwaardige juveniele kikkers. Om te zorgen dat ze haar dril niet prematuur verteert last de moeder een vastenperiode in en legt ze de productie van maagzuur volledig plat. Pas na een broedtijd van zes weken kruipen de jongen haar bek uit.

Het kikkervermogen om de productie van maagzuur gedurende het broedseizoen uit te schakelen intrigeerde ook artsen, die in de late jaren zeventig nog vele door maagzweren geteisterde mensen behandelden. In 1982 bewezen de latere Nobelprijswinnaars Warren en Marshall dat het gros van de maagzweren veroorzaakt wordt door kolonisatie van het maagslijmvlies door Helicobacter pylori en dat antibiotica deze bacteriën kunnen bestrijden, maar voor deze ontdekking vestigden de meeste klinici voor de behandeling hun hoop op het remmen van het sterke zuur dat de maag maakt.

Het plan was om te ontdekken hoe de kikker haar zuurproductie platlegde, om die strategie vervolgens ook in ulcuspatiënten toe te passen. Begin jaren tachtig bleek echter dat maabroedende kikkers plotseling waren uitgestorven. Dit, en de herontdekking van de maagzweerveroorzakende bacteriën, aborteerde de kikkermaagzuur-onderzoekslijn in een vroeg stadium.

Ingevroren exemplaren
Toch kunnen de kikkerprojecten binnenkort wellicht weer uit de ijskast komen: in ‘project Lazarus’ proberen Australische biologen de maagbroeders nieuw leven in te blazen, door het DNA uit ingevroren exemplaren van Rheobatrachus silus met DNA-loze eicellen van een andere soort te combineren. Zo hopen ze embryo’s op te kweken om de uitgestorven diersoort te herintroduceren.

Tot een volledige kikker is het nog niet gekomen, maar in maart berichtten de onderzoekers wel dat de eerste barrière – de eicel laten beginnen met delen – is geslecht. Met een beetje biologisch fortuin kunnen zeesterren en de Kronos onder de kikkers binnenkort weer recepten tegen brandend maagzuur uitwisselen.