nurses

Schaarste is een constante factor in het menselijk leven en de zorgsector is geen uitzondering. Toch zou het interessant kunnen zijn om te kijken of de totale kosten omlaag kunnen door zorgverleners meer in plaats van minder tijd aan een individuele patiënt te laten besteden.

Tijd is de nieuwe luxe. Of eigenlijk: een oeroude luxe. Wie tijd heeft kan denken, dingen goed doen en er zijn voor anderen; een tekort aan tijd associëren we met haastklussen, stress en een onbevredigd gevoel.

In de economie is tijd dan ook een belangrijke factor: voor het creëren van verhandelbare toegevoegde waarde is vaak een investering van tijd nodig. Het duurt maanden voor graan gegroeid is en de boer moet uren werk stoppen in het zaaien, beheren en oogsten. Geen wonder dat producenten van materiële producten doorgaans streven naar het zo ver mogelijk terugdringen van de geïnvesteerde tijd.

Ook in de zorg probeert men met het idee van kostenreductie het aantal minuten per patiënt vaak zo veel mogelijk omlaag te schroeven. Het zou echter wel eens veel beter kunnen zijn tijd bij de zorgverlener minder schaars te maken, om ze zo de kans te geven beter om te gaan met de schaarste in de rest van de zorg.

Een verpleegkundige of arts vormt immers weliswaar ieder uur een kostenpost, maar de puur met het indienst zijn geassocieerde kosten zijn voorspelbaar. Voor een zorgverlener in loondienst zijn de kosten lineair met het aantal gewerkte uren.

De onaangename verrassingen komen uit een andere hoek: scans, bloedtests en voorgeschreven pillen vormen onvoorspelbare kosten die zich bovendien niet-lineair (maar bijvoorbeeld exponentieel) kunnen ontwikkelen.

Wie kortom de zorgkosten wil controleren zou zich moeten richten op het terugdringen van het volume van die laatste categorie. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld het stellen van een quotum voor het maximaal te verrichten bloedtests of voor te schrijven pillen.

Hoe zorg je er nu voor dat zo’n opgelegde schaarste voor het aantal röntgenfoto’s toch te combineren blijft met goede gezondheidszorg?

Hier moeten we even bepalen wat goede gezondheidszorg is. Hier kun je een boek over schrijven, maar ik neem de shortcut: een situatie waarin individuele patiënten tevreden zijn, een medisch gezien acceptabel resultaat wordt bereikt en de zorg voor alle maatschappijleden toegankelijk is tegen een redelijke prijs.

Het antwoord zou kunnen zijn: verpleegkundigen en artsen meer tijd gunnen, waardoor ze meer mogelijkheden hebben om in het licht van de schaarse middelen na te denken over de optimale strategie bij de individuele patiënt en deze beter met de patiënt bespreken. Dit verkleint het risico op onnodige onderzoeken, dubbel werk en onzinnige behandelingen, geeft meer ruimte voor preventie, maar zou bovendien kunnen leiden tot grotere tevredenheid bij de patiënt – wat tegenwoordig toch een van de hoofddoelen van de gezondheidszorg is.

Dat laatste sluit aan bij het karakter van de gezondheidszorg als producent van een niet-materiële entiteit. Natuurlijk zijn er toeleveranciers die wel producten maken, zoals pillen, röntgenfoto’s of laboratoriumuitslagen, maar dat zijn slechts technische hulpbronnen die nodig zijn voor het creëren van de toegevoegde waarde in de zorgsector: geestelijk en/of fysiek welbevinden.

Voor de patiënt maakt het in principe niet uit hoeveel scans en onderzoeken hij of zij krijgt. Voor een optimaal effectieve medische interactie is het natuurlijk nodig dat de arts begrijpt wat het probleem is, maar ook bijvoorbeeld dat de patiënt informatie krijgt over het plan van aanpak, de eventuele bijwerkingen van medicijnen enzovoort.

Een flink deel van de variable kosten lijkt vooral voort te komen uit onzekerheid bij de dokter (toch nog even een controlefoto maken) of juist bij de patiënt (is het normaal dat ik buikpijn krijg van deze pillen? Laat ik er maar mee stoppen), waarbij de factor tijd wellicht niet onbelangrijk is. Met de patiënt spreken kost tijd, net als het met een ervarener collega overleggen; een aanvraag of recept schrijven is zo gedaan en bevredigt de dadendrang instantaan.

Misschien is het een onzinnige gedachte, maar ik zou graag een klinische studie zien die de beschikbare tijd per patiënt variëerde met als uitkomstmaat de totale zorgkosten. ‘De tijd moet bevrijd worden uit zijn economische dwangbuis,’ schreef Joke Hermsen in haar boek Stil de tijd. Dat ontkoppelen van tijd en waarde lijkt utopisch, maar het strategisch inzetten van tijd kan misschien wel tot betere resultaten leiden.