S

‘Onderzoek liefdesgeluk bij onlinedaters wekt argwaan bij wetenschappers’ kopte de Volkskrant op 5 juni.

Dus het is niet waar dat internetdaters langer en gelukkiger getrouwd blijven dan gemiddeld? Ik overwoog net om eens een kijkje op zo’n datingsite te nemen. Als inderdaad 30% van de bruidsparen elkaar daar ontmoet, moet het wel wat zijn.

Niet waar is een groot woord. Maar de wetenschappers die het onderzoek hebben opgezet, werken zelf voor een online datingsite en verdienen er dus aan als jij door dit stukje naar hun site wordt gelokt.

Ach, dat gaven ze toch ronduit toe in het artikel? Als ze de data maar netjes geanalyseerd hebben. 30% is 30%, toch?

Ontegenzeggelijk. Maar van de bijna een half miljoen mensen die gevraagd werden om deel te nemen aan het onderzoek, voldeed maar 4% van de respondenten aan alle eisen, terwijl twee keer zoveel mensen het onderzoek niet afmaakten. Juist die afhakers hadden natuurlijk geen gelukkig huwelijk. Of misschien hielden zij niet zo van persoonlijke vragen beantwoorden op internet- precies wat je moet doen op een datingsite. 30% kan daardoor een overschatting zijn van het percentage huwelijken dat via internetdaten tot stand komt. Verdacht is ook dat het verschil in huwelijksgeluk tussen de paren van eHarmony (de site van de auteurs) (5.86 op een schaal van 1 tot 7) en Yahoo (5.29) veel groter is dan het verschil tussen online (5.65) en offline (5.48) daters.

Oh. Dus sommige datingsites leveren juist minder huwelijksgeluk. Misschien moet ik toch maar de kroeg in.

Nee, nee! Voor wetenschappers blijven datingsites en speeddatingorganisaties namelijk een goudmijn. Ze leveren niet alleen kennis over de partnervoorkeuren van mannen en vrouwen, maar ook over hoe sterk en onderhandelbaar die voorkeuren zijn. Mannen willen bijvoorbeeld het liefste een vrouw die ongeveer 7 cm korter is, terwijl vrouwen een man willen die 25 cm langer is dan zijzelf.

Ik voel ‘m aankomen- wie wint de strijd?

De paren die gevormd worden, verschillen gemiddeld 19 centimeter van elkaar. Dat ligt dichter bij de vrouwelijke voorkeur, dus daaruit kun je concluderen hoezeer de vrouw de man in zijn keuze beperkt. De markt levert ‘suboptimale koppels’: hoewel iedereen kan uitzoeken wie hij wil, eindigen beide partijen ontevreden.

Markt? We hebben het hier over liefde!

Economen drukken liefde voor het gemak in geld uit. Een maat voor aantrekkelijkheid is hoeveel de contactgegevens van iemand waard zijn. In een experiment werd aan één groep online daters gevraagd hoeveel zij over hadden voor de contactinformatie van hun dates. Aan een andere groep werd gevraagd voor hoeveel geld ze bereid waren die informatie op te geven, zodat ze de potentiële date niet meer konden bereiken.

Dat moet natuurlijk hetzelfde bedrag zijn.

Niet dus. Zelfs voor koffiemokken, toch minder romantisch beladen objecten, hebben mensen meer geld over als ze ‘van hen’ zijn. Voor de contactgegevens van een gemiddelde date hadden mannen 2 euro over, terwijl de anderen drie keer zoveel wilden hebben voor ze tot ‘verkoop’ van gegevens overgingen. Onder vrouwen was de verhouding koopprijs/verkoopprijs van contactgegevens nog veel extremer: 1:9. Blijkbaar worden vrouwen erg irrationeel van online daten.

Sorry, ik moet er vandoor. Ik ga even een datingsite opzetten.