Maxima en Willem Alexander

Het Koningslied; wat moet je er nog over zeggen? Het drama rondom dit lied leek op een tweetrapsraket. Eerst ging het vooral over of mensen het mooi of lelijk vonden (veelal was dit laatste het geval) en daarna ging het over de manier waarop de kritiek werd geuit. Het wachten is nu eigenlijk nog op een opiniestuk waarin de ‘rol van de media’ in het Koningslieddrama wordt gehekeld. Het is echter de ‘rol van de internetreageerder’ die interessant is. Op Twitter werd John Ewbank te verstaan gegeven dat de hoogste boom nog niet hoog genoeg voor hem was, en Sylvia Witteman (een van de criticasters van de liedtekst) uitgemaakt voor nazihoer. Zouden de afzenders van deze berichten het lied dan zo ondraaglijk slecht hebben gevonden? Nee, mensen reageren online anders dan bij persoonlijk contact en daar zijn verschillende verklaringen voor.

Het meest in het oog springende verschil tussen een online en offline omgeving is dat mensen zich op internet kunnen verschuilen achter een anonieme gebruikersnaam, bijvoorbeeld renx_45. Dit kan er voor zorgen dat mensen zich dissociëren van hun internetgedrag, zij plaatsen de gedragingen van renx_45 als het ware buiten hun eigen bewustzijn. Extreme vormen van dissociatie worden geassocieerd met psychische aandoeningen, maar elke keer als we ineens worden opschrikt uit onze concentratie was er een bepaalde mate van dissociatie tussen onze bezigheid en de omgeving. Zelfs als het duidelijk is wie de online reageerder is (rene_cox), dan nog ziet iemand Rene niet als hij zijn extreme mening tweet. Nog belangrijker, Rene ziet ook de reactie van diegene die hij beledigt niet.

Non-verbale signalen als fronsen, het hoofd schudden, opengesperde ogen van schrik worden simpelweg niet gezien. Het gebrek aan zichtbare reacties is als een kapotte rem, Rene krijgt geen (visuele) terugkoppeling dat zijn bericht hard aankomt en blijft doorgaan. Ook de schriftelijke terugkoppeling ontbreekt vaak, of is vertraagd. Als iemand een tweet plaatst of email stuurt, komt er vaak pas na enige tijd een reactie. Stel je een gesprek voor waarbij je gesprekspartner eerst 20 minuten verdwijnt en dan bij terugkomst ineens een antwoord geeft op jouw vraag. In de tussentijd is jouw gedachtegang al weer een stuk verder, en heb je bijvoorbeeld 20 minuten de tijd gehad om je verschrikkelijk op te winden. Deze vertraging in online communicatie kan er ook toe leiden dat iemand een negatieve reactie als het ware dropt. ‘Zo, daar ben ik van af.’ Wederom een vorm van dissociatie tussen de reageerder en zijn reactie.

Het meest interessant bij online communicatie is echter het gebrek aan ‘cues’ die iemands status of autoriteit aangeven. Als een van de criticasters van John Ewbank hem had ontmoet, was het meteen opgevallen dat John mooie (dure) kleren aanheeft, dat hij wellicht een persoonlijke assistent heeft die om hem heen hangt, dat zijn tanden mooi wit en recht zijn. Allemaal aanwijzingen dat John Ewbank een hoge status heeft. Deze aanwijzingen vervallen zodra er online wordt gecommuniceerd. Op het internet is iedereen gelijk en ook dat zorgt ervoor dat mensen geen blad voor hun mond nemen. Ironisch genoeg is het enige wat wel statusbepalend is op internet, schrijfvaardigheid.

Marieke van Rooij is wiskundige en experimenteel psycholoog. Ze werkt aan de University of Cincinnati en doet onderzoek naar menselijke cognitie en specifiek hoe mensen beslissingen nemen.