In Solar, de op een na laatste roman van Ian McEwan, wordt een ontluisterend beeld van een Nobelprijswinnaar geschetst. De hoofdpersoon Micheal Beard wint op relatieve jonge leeftijd de Nobelprijs. Hij wordt dankzij de prijs directeur van een onderzoeksinstituut maar speelt niet echt meer iets klaar. Door het stelen van een vinding van een collega probeer hij z’n carrière weer een boost te geven. Uiteindelijk loopt het niet goed af met Michael Beard. McEwen heeft dit verhaal natuurlijk niet helemaal uit zijn duim gezogen. Uitzonderingen daargelaten bestaat er wel degelijk zoiets als de vloek van de Nobelprijs: na eenmaal de prijs hebben gewonnen raken later de laureaten vaak in opspraak.

Twee voorbeelden zijn de arts Luc Montagnier in wiens lab het HIV-virus werd ontdekt en de biochemicus Kari Mullis de bedenker van de PCR techniek waarmee DNA vermeerderd kan worden. Mullis is zich na het winnen van de Nobelprijs vooral gaan bemoeien met onderwerpen buiten zijn expertise. Mullis denkt niet dat AIDS wordt veroorzaakt door HIV en gelooft heilig in astrologie. Sappig zijn de verhalen van Mullis over het gebruik van LSD als inspiratie voor z’n werk. Vergelijkbaar overigens met wijlen Steve Jobs. Luc Montagnier, slijt tegenwoordig zijn dagen in een Chinees lab, waar hij onderzoek doet naar homeopathie. Recent publiceerde hij een artikel waarin hij beschreef dat DNA zichzelf kan ‘teleporteren’ van de ene reageerbuis naar de ander. Vorig jaar was Montagnier de keynote speaker op een conferentie georganiseerd door AutismOne, een organisatie die vaccinatie (nog steeds) ziet als oorzaak van autisme. Montagnier is tegenwoordig vooral een held voor de aanhangers van pseudowetenschap.

En vorige maand kwam ook James Watson, nobelprijswinnaar (samen met Francis Crick) voor de ontdekking van de structuur en functie van DNA, in opspraak door een artikel in Open Biology. Hierin stelt hij dat antioxidanten die worden gebruikt als voedingssupplement, niet tegen kanker beschermen en misschien zelfs kanker veroorzaken. Watson was al niet geheel onomstreden vanwege racistisch getinte uitspraken waardoor hij zich moest terugtrekken als directeur van het prestigieuze onderzoekscentrum in Cold Spring Harbor. Het artikel van Watson is allereerst vooral een oproep om de oorzaken van kanker op biochemisch niveau voor eens en altijd goed in kaart te brengen. De controverse begint als Watson zijn pijlen richt op antioxidanten, een groep stoffen die door veel wetenschappers worden gezien als gezonde voedingssupplementen die o.a. het ontstaan van kanker kunnen voorkomen.

Onze lichaamscellen maken zelf antioxidanten aan die beschermen tegen zuurstofradicalen. Deze zuurstofradicalen komen in onze cellen voortdurend vrij bij allerlei interne processen. Zuurstofradicalen worden geneutraliseerd door antioxidanten maar soms kunnen ze DNA beschadigen. Cellen met beschadigd DNA kunnen in uitzonderlijke situaties uitgroeien tot kanker maar worden normaal gesproken opgeruimd door een proces dat apoptose heet; een cel met beschadigd DNA pleegt als het ware zelfmoord.

Volgens Watson heeft ons lichaam geen extra hulp van buitenaf nodig om deze cellen op te ruimen. Hij vervolgt dat het gebruik van antioxidanten tijdens een chemokuur onverstandig is omdat het juist de werking ervan zou tegenwerken. Daar kan ik me iets bij voorstellen, een chemokuur is er op gericht om kankercellen zodanig te beschadigen dat ze in apoptose gaan. Van de beschermde werking van antioxidanten tegen kanker is wel heel veel onderzoek gedaan maar is nooit hard aangetoond. Een storm in een glas water dus deze rel, Watson blijft wat mij betreft op z’n iets wat wankele voetstuk staan.