sciencetwitter

Momenteel is het een rage op Twitter: de hashtag #overlyhonestmethods. Wetenschappers in alle rangen en standen doen een boekje open over hoe het er wérkelijk aan toe gaat in het labs, in het veld, en achter de computer. Ze tweeten wat ze eigenlijk op hadden moeten schrijven in de methodes van hun laatste paper, maar verbloemden, for obvious reasons. Hilarisch en herkenbaar voor iedereen die ooit in een lab of een veld heeft gestaan—en vervolgens kaas van de data moest maken. Voor wie die achtergrond niet heeft is het misschien wat ontluisterend om te ontdekken hoe in de wetenschap soms praktische beslissingen worden gemaakt, over onderzoekslocaties, bijvoorbeeld:

…en over datavergaringsmethoden:

…of welke reagentia gebruikt zullen worden:

Naast de hilariteit en enthousiaste reacties (“de beste wetenschapscommunicatie ooit!”) zijn er natuurlijk ook de sceptici die de bui al zien hangen: zo worden we als wetenschappers natuurlijk nooit meer serieus genomen. Dat is inderdaad een risico: in labs wordt nogal wat afgedanst, gezongen en geshaked.

Maar, waar dansende laboranten wellicht wat doen aan het stoffige imago van de wetenschap, de vraag blijft hoezeer de betrouwbaarheid niet in twijfel getrokken wordt als men massaal toegeeft hoe arbitrair de zaken er soms aan toegaan. Want gelooft u mij, ze mogen komisch zijn, maar negen van de tien tweets zijn gebaseerd op een waargebeurd experiment. Incubatieduur komt overeen met de lengte van een koffiepauze, of langer, als je hulp elders gewenst is. En een beetje wetenschapper haalt zijn neus niet op voor een geimproviseerde opstelling:

…of een geimproviseerd protocol:

Zijn we dan echt alleen maar aan het aanrommelen? In The Guardian wordt er liefkozend gerept over de less than scientific method, maar of deze praktijken echt afwijken van de wetenschappelijke methode vraag ik mij af. In een goed opgezet experiment bijvoorbeeld zorgt een controlegroep voor de vergelijking, en maken arbitraire wachttijden geen moer uit. Maar belangrijker nog: is de creatieve oeps-factor niet eigenlijk een integraal element van onderzoek? Per ongeluk ergens op stuiten, omdat het toevallig zo uitkwam; zo iets vinden wat je met puur rationeel denken nooit had geprobeerd?

Zelf heb ik ook nog wat te bekennen. Een van mijn beste resultaten kreeg ik toen ik een heel oud sample, in plaats van het weg te gooien, toch maar in de kleuring stopte. Toeval, per ongeluk (ik had dat sample natuurlijk al veel eerder moeten gebruiken, maar vond het ergens achterin een la terug), maar zo bleek dat deze specifieke kleuring de beste resultaten gaf na een (extreem) lange fixatietijd. Eureka! Alexander Fleming vond de penicilline door een ongelukje. En zo zijn er ook heden ten dage nog fortuinlijke klunzen:

Een rekenfout. Patent pending.

 

Plaatje boven: combinatie van beeld door shawncampbell (licentie CC BY 2.0) en Defence Images (licentie CC BY-NC 2.0).