Domestic_cat_eating_bird_on_lawn-8b

Mijn buurvrouw wil graag vogeltjes in onze gezamenlijke stadstuin, en hangt ijverig vetbolletjes op. Mijn kat denkt daar anders over. Alhoewel hij zelden met een vogeltje thuiskomt zit hij ze wel graag achterna. Dit leidt tot lastige gesprekken met mijn buurvrouw. Zij vindt dat er in een stadstuin geen katten zouden moeten zijn, want dat is niet goed voor de toch al krappe vogelpopulatie. Ik vind het sneu om mijn kat binnen te houden.

Maar is het echt waar dat gedomesticeerde katten een bedreiging vormen voor de vogelpopulatie? Dat was eigenlijk nog nooit goed uitgezocht, ontdekten Britse onderzoekers. Zij hebben nu in de Britse stad Reading bestudeerd hoe vaak stadskatten prooien vangen, en doorberekend of dat inderdaad de populatie van vogels in een stad kan aantasten. Aangezien katten de prettige eigenschap hebben vaak hun gevangen dode muizen of vogels voor het baasje mee te nemen, kan hieruit een schatting gemaakt worden van het totaal aan gevangen prooien. Dat is precies wat de onderzoekers deden. In 9 gebieden in de stad Reading verzochten ze bewoners mee te doen aan het onderzoek. Gedurende twee jaar kregen de vrijwilligers ieder kwartaal een vragenlijst over hun katten, en gevonden muizen, vogels of wat daar nog van over was.

In totaal werden er meer dan 1000 doden geteld, waarvan 40% muizen en 30% vogels (en dus 30% andere beesten). Er zat nogal wat verschil in het succes van de katten. Veruit de meeste huishoudens, met gemiddeld 1,54 katten, rapporteerden helemaal geen prooien, maar er zat één huishouden bij (met meerdere katten, dat dan weer wel) waar 68 lijken geteld werden. Het gemiddelde kwam neer op 18 moorden per kat per jaar. Uit de gegevens bleek dat hoe hoger de dichtheid van katten in een buurt was, hoe minder prooien een individuele kat meebracht. Dat wijst er inderdaad op dat er bij meer katten een tekort aan prooien ontstaat, dus dat zij een bedreiging kunnen vormen voor vogelpopulaties.

Ook keken de onderzoekers naar verschillende gevangen vogelsoorten. De katten bleken niet echt kieskeurig te zijn in hun maaltijd, alle onderzochte soorten (merels, mezen, musjes, spreeuwen) werden ongeveer even vaak gevangen, alleen roodborstjes werden meer gevangen. De hoeveelheid doden was bij sommige soorten echter zo groot dat de onderzoekers inderdaad doorberekend hebben dat populaties van bepaalde vogels daardoor in het gedrang kunnen komen.

Managen dus, die katten, vinden de onderzoekers. Dit kan op verschillende manieren gebeuren: het verbieden van katten in de stad of vlakbij ecologisch sensitieve gebieden, het vasthouden van katten in het huis of in de tuin van de bezitter, de nagels afknippen, of katten een belletje geven. De onderzoekers vroegen aan bewoners van de stad wat zij van dergelijke maatregelen vonden. Niet verrassend, waren kattenbezitters niet zo in voor dit soort maatregelen, niet-kattenbezitters zagen er meer in. Maar volgens de onderzoekers zou goed management van katten wel een oplossing voor de bedreiging van de stadse vogelpopulatie kunnen zijn. Ze zien hun werk als een aanbeveling aan de Britse regering om iets te doen aan vrij loslopende katten in de stad. Laat mijn buurvrouw dit maar niet lezen…

Het artikel verscheen in november in PLOSONE

Naschrift van de auteur: op 29 januari verscheen in Nature Communications een soortgelijke studie van Amerikaanse onderzoekers. De conclusie was vergelijkbaar: katten zijn behoorlijk dodelijk (zie ook dit artikel). In deze studie keken de onderzoekers echter ook naar wilde katten, die verantwoordelijk zijn voor meer dan 80% van de moorden. Alleen het binnenhouden of anderszins managen van huiskatten zal maar een gedeeltelijke oplossing zijn.