Wouter Bos vergelijkt transparantie over wie welke zorgkosten maakt met een dansende econoom: ongemakkelijk voor alle partijen. Eva van den Broek en Amber Ronteltap betogen dat meer transparantie over wie welke kosten maakt de zorg juist betaalbaar kan houden.

“Straks kunnen we weer aan iemands gebit zien hoe dik zijn portemonnee is,” was Emile Roemers reactie op het CPB-rapport dat deze week verscheen. Daarin staat dat het zorgkosten van laagopgeleiden de komende jaren kan oplopen tot 60-70% van hun inkomen – dus moet ofwel het basispakket uitgedund worden, of de hoogopgeleide bijspringen.

Dat de solidariteit onder druk komt, wordt al langer voorzien. Verzekeraars kennen de statistieken – hoogopgeleiden kosten minder – en lokken zulke gouden kippen met exclusieve verzekeringspakketten. Uit de voorwaarden van Promovendum, onderdeel van VGZ: “Op de premie van de verzekeringen van Promovendum wordt een korting verleend in verband met uw opleiding en/of uw beroep.” 120.000 hoger opgeleiden profiteren van dit aanbod en onttrekken zich daarmee aan de solidariteit. Maar ook minder getalsmatige trendwatchers dan het CPB voorzien problemen. Adjiedj Bakas, trendgoeroe, schreef een opruiende brief naar het NRC). Hij ziet de oplossing van de zorgkosten in meer controle en sturing op persoonlijke leefstijl. Hij gaat zover dat hij voorspelt dat zorgverzekeraars volledige openheid eisen over onze voedselinname, om zo de ongezonde eter meer te laten betalen.

Zorglasten verdelen op basis van individuele kenmerken zoals eetgewoonten of opleiding is mogelijk, maar onwenselijk. Er is een andere manier waarop individuele kenmerken gebruikt kunnen worden om de zorgkosten terug te dringen: niet door laagopgeleiden meer te laten betalen, maar door risicogroepen meer aan preventie te laten doen. De impact van preventie is enorm: een Amerikaanse studie schat dat gerichte obesitaspreventie 20% van alle zorgkosten kan voorkomen. Op het lijf geschreven preventie klinkt als toekomstmuziek. Maar in een tijd waarin internetadvertenties gepersonaliseerd zijn en de buurvrouw op facebook ziet of ze sneller hardloopt dan u, zijn ook persoonlijke gezondheidsadviezen haalbaar. Uit een korte anonieme vragenlijst valt op te maken hoeveel kans ‘iemand als u’ loopt op een ziekte, en hoe u die kans kunt verkleinen. Een individuele aanpak kan antwoord geven op vragen als: Wie heeft er het meeste baat bij elektronische medicijnherinneringen? Wie hoeft niet aangespoord te worden meer te bewegen? En bij wie moet een lampje ‘check engine’ gaan branden, zodat hij een afspraak met de huisarts maakt?

Zo’n systeem bestaat. Neem het Preventiekompas, een internetplatform voor individuele leefstijlverandering. De gebruiker vult een vragenlijst in over hoe zijn dagelijks leven eruit ziet: bijvoorbeeld wat hij eet, hoeveel hij beweegt, of hij een gezin heeft, hoe hoog zijn cholesterol is. Aan de hand van dat profiel geeft het Preventiekompas suggesties over wat voor die persoon nuttige en haalbare veranderingen zijn. “Uw risico op hart- en vaatziektes is 12% hoger dan gemiddeld. Voor mensen met uw profiel bleek het zinvol om de kaas op hun boterham te vervangen door jam.” Het platform is in ontwikkeling; met elke nieuwe gebruiker groeit de toepasbaarheid.

De vraag naar zulk preventie-advies op maat is groot. Nu al zoekt 42% op internet naar mensen met vergelijkbare klachten (zie het artikel over PatientsLikeMe.com) en 25% gebruikt internet voor het bijhouden van gezondheidsdata als bloeddruk, gewicht en voor het doen van (quasi-)medische testen zoals BMI-bepaling. De echte solidariteitsvraag is dus niet welke schouders de zwaarste lasten moeten dragen, maar hoe we de gezamenlijke last het simpelste kunnen verlichten. Transparantie over wie welke kosten gaat maken is daarbij hard nodig. En wie weet: voor sommige economen is een danspasje misschien best gezond.

Eva van den Broek en Amber Ronteltap zijn onderzoekers bij LEI, onderdeel van Wageningen UR.