trash

Als kind mocht ik graag aangespoelde voorwerpen zoeken op het strand. Ik verzamelde schelpen in alle soorten en maten, vond geregeld een haaientand, en zocht tevergeefs naar een glazen fles met brief. Ze deden me denken aan verre oorden en vreemde werelden. Plastic afval liet ik echter links liggen. Plastic, dat hoorde niet thuis op het strand of in de zee.

De hoeveelheid plastic in de zee is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Veel plastic is lichter dan water, en blijft op het wateroppervlak drijven. Op een aantal plekken in de Stille Oceaan zijn door samenkomende zeestromingen grote hoeveelheden plastic bijeengebracht. De hoeveelheid plastic is daar zo groot dat media zelfs is gaan spreken van de ‘kunststofarchipel’ – een drijvende vuilnisbelt.

De berichtgeving in de media over dit afval is helder. Plastic is onnatuurlijk, het hoort niet in de oceaan thuis, en berokkent schade aan de natuur. Dieren kunnen verstrikt raken in het afval en vogels, vissen en kwallen die het plastic eten kunnen er aan doodgaan.

Recent onderzoek van een groep wetenschappers uit San Diego laat echter zien dat de werkelijkheid complexer is. Om te beginnen moeten we de berichtgeving in de media dat er plastic ‘eilanden’ zijn niet al te letterlijk nemen. In werkelijkheid wordt plastic in het water afgebroken tot hele kleine deeltjes. De meeste stukjes hebben een grootte van een pinknagel en wegen minder dan een paperclip.

Mensen kunnen deze ‘eilanden’ dus niet betreden, maar er zijn allerlei organismen die dat wel kunnen. Zo is er een insect (een waterloper) die zijn eitjes het liefst op dit drijvende afval legt, maar er zijn ook krabbetjes, mosselen, en mosdiertjes die juist op dit minst natuurlijke van alle materialen hun huis vinden. Zij kunnen zich bijvoorbeeld voeden op de dieren die verstrikt raken in het plastic. Er zijn zelfs nieuwe levensvormen ontdekt op het drijvende plastic. Wetenschappers van een oceanografisch instituut in Massachusetts bekeken de stukjes afval onder een microscoop en ontdekten een nieuwe bacterie die stukjes plastic eet.

Wetenschappers noemen dit soort ecosystemen op plastic de ‘plastisfeer’. Ecosystemen die ontstaan op drijvende voorwerpen in het water zijn al langer bekend, denk aan drijvende boomstammen, slakkenhuizen, of kokosnoten. Voor dieren die hierop gedijen, biedt de enorme hoeveelheid plastic nieuwe kansen.

Dit wil overigens niet zeggen dat plastic in de zee wenselijk is. De beperkte omvang van de stukjes plastic maakt het erg lastig om het plastic op te ruimen, en er is nog maar weinig kennis over de gevolgen van de uitdijende ‘plastisfeer’. Het is onduidelijk of de plastic-etende bacteriën het plastic simpelweg opeten en weer uitpoepen, of dat zij het verwerken tot giftige deeltjes. Ook weten we nog maar weinig over de gevolgen van de meeliftende dieren. Op hun reis betreden zij ecosystemen waar ze normaal niet voorkomen, met als risico dat zij deze ecosystemen uit balans kunnen brengen. Dit is extra zorgwekkend omdat het plastic het mogelijk maakt voor deze diertjes om veel verder te reizen dan op de schaarse boomstam of kokosnoot. Er zijn al kustoesters gevonden in het midden van de Stille Oceaan, duizenden kilometers verwijderd van hun thuis.

Plastic in de zee of op het strand is zeker geen goede zaak, maar als ik voortaan een strandwandeling maak zal ik plastic niet meer rücksichtslos overslaan. Het is misschien wel de beste plaats om exotische diertjes te vinden.