Terwijl u dit leest, spreekt mijn vriendin haar vader toe. Zij achter het katheder, hij in zijn kist. Helaas heeft mijn schoonvader het nieuwe jaar niet gehaald. Kerst nog net wel. En ook de geboorte van onze zoon – zijn eerste kleinzoon – ruim een week eerder. Zijn zesenzestigste levensjaar dan weer niet. Na een ziekbed van een jaar overleed hij vorige week donderdag, op Tweede Kerstdag, één dag voor zijn eigen verjaardag. Ik kreeg een sms’je van een vriend: “Ah got. Wel gevoel voor drama, sterven met Kerst.”

En inderdaad, de timing van mijn schoonvader geeft psychologen en sociologen te denken. Die discussiëren al jaren over het verband tussen sterfdag en symbolische gebeurtenissen, met name verjaardagen. Het startschot voor de discussie werd in 1972 gegeven, toen socioloog David P. Phillips de lijst van ‘400 Notable Americans’ eens nader bekeek. Beroemde Amerikanen, zo bleek uit zijn studie, sterven opvallend weinig vlak vóór hun eigen verjaardag, maar vooral in de periode erna. Ze stellen hun overlijden uit, zo was Phillips’ conclusie, en doopte het fenomeen ‘sterftedip-hypothese’. Hij kreeg navolging van verschillende collega’s, die zich ook over sterftecijfers van minder beroemde mensen bogen. Velen observeerden hetzelfde sterfte-dip/sterfte-piek fenomeen als Phillips, maar hadden daarvoor uiteenlopende verklaringen. Mensen zijn in staat hun overlijden uit te stellen als daar aanleiding voor is, stellen de aanhangers van de ‘sterftedip-hypothese’. Onzin, aldus degenen die meer nadruk leggen op de post-verjaardag-piek; het is de stress van een Grote Dag die stervenden het laatste zetje geeft. En dan is er ook nog een studie waaruit blijkt dat sommigen – met name mannen – juist vlak vóór hun verjaardag overlijden. De verjaardag als deadline, is daarvoor de uitleg.

Geen van de wetenschappers weet het zeker.

Het is namelijk niet te achterhalen of mensen daadwerkelijk hun overlijden kunnen timen. De sterftecijfers wijzen op een psychosomatisch effect, maar direct neurofysiologisch bewijs ontbreekt. Dat is ook wel moeilijk te verkrijgen. “Gezocht: vrijwilligers met een terminale ziekte of ouder dan 80 die willen deelnemen aan onderzoek dat duurt tot aan de dood.” Handen?

Toch zijn er aanwijzingen dat de sterftedip niet zomaar een toevallig verschijnsel is. De dip is namelijk extra sterk bij uitzonderlijke gebeurtenissen; ziekenhuizen in New York rapporteerden 50,8 procent meer overlijdensgevallen in de eerste week van 2000 dan in de laatste week van 1999. Ook rondom traditionele feesten – het Chinese Maanfestival of het joodse Pesach – is er een grotere dip. Het wordt nog mooier wanneer er financiële motieven in het spel zijn. Bijvoorbeeld in Australië, waar twee belangrijke wetswijzigingen een bijzonder uitsteleffect hadden. In 1979 schafte de Australische overheid de federale erfbelasting af. Minstens 50 overlijdens zijn destijds verschoven van de week voor de invoering naar de week erna. En in 2004 deed de Australische regering iets voor het andere eind van het levensspectrum. Op 11 mei kondigde ze de ‘baby-bonus’ aan; een extraatje van $3.000 voor iedere pasgeborene, met ingang van 1 juli. Daarmee werd 1 juli 2004 een verrassend populaire geboortedatum in Australië. Logisch, zou je kunnen zeggen, met geboortes kun je relatief eenvoudig sjoemelen. Toch is dat niet het hele verhaal. Het waren niet uitsluitend geïnduceerde of keizersnede-geboortes die naar 1 juli werden verplaatst; ongeveer 200 baby’s die in juni zouden worden opgewekt, kwamen nu na 1 juli ‘normaal’ ter wereld. Eenzelfde effect was zichtbaar in 2006, toen de baby-bonus werd verhoogd.

En dus ben ik benieuwd naar de Amerikaanse sterftecijfers van de afgelopen maand. Volgens experts zou de dreigende ‘fiscal cliff’ ervoor hebben kunnen zorgen dat rijke Amerikanen ‘kiezen’ voor een dood vóór het einde van het afgelopen jaar. Het zou hun nabestaanden tot 1,1 miljoen dollar aan belasting kunnen schelen. Nu de Amerikaanse politiek op het laatst toch tot een akkoord is gekomen, kun je je afvragen voor hoeveel Amerikanen dat te laat is gekomen. Mogelijk voegt dat ook nog iets toe aan euthanasiediscussies aldaar.

Mijn schoonvader bestrijkt in zijn eentje het hele psychosomatische werkveld. Er was weliswaar geen duidelijke financiële drijfveer, maar zijn dood is omgeven door symboliek. Zijn eerste kleinzoon, die moest hij zien. Hij verbeet zijn pijn en straalde toen hij hem daadwerkelijk in zijn armen had. Vervolgens kreeg hij kerststress, en aangezien hij geen ‘notable American’ is, hoefde hij zijn eigen verjaardag niet meer af te wachten. Tenminste, dat is één interpretatie.