edN

200 miljoen lessen gegeven, ondersteund door vele miljoenen dollars van investeerders en volgens Bill Gates ‘de beste leraar ooit’. De euforie kan niet op als het gaat over de Khan Academy, een online basis/middelbare school of met als doel: “trying our best to improve the way the world learns”. Deze missie wordt geleid door Sal Khan, een voormalig hedge-fund manager met een aantal diploma’s van MIT en Harvard waaronder wiskunde, elektrotechniek en een MBA. Op de site staan een paar duizend video’s, het grootste deel door Khan zelf opgenomen, over praktisch alle onderwerpen die op een middelbare school aan bod komen.

Khan is niet de enige in zijn missie om gratis online les te geven. Er zijn een aantal initiatieven voor online onderwijs op universitair niveau. Stanford begon er ooit mee en sinds dit najaar bieden MIT en Harvard op edX.org gratis colleges aan met als doel goed onderwijs voor iedereen beschikbaar te maken; Tegelijkertijd kunnen deze universiteiten excellente studenten scouten en uit een veel grotere vijver vissen dan voorheen.

Vanuit de tech-wereld wordt er wel erg euforisch gereageerd op deze projecten (zie de TED talk van Khan). Voor een groot deel omdat de Silicon Valley bewoners blij zijn om eindelijk hun ambitie op iets anders te richten dan op meer muiskliks of ‘likes’. Maar afgezien van de Khan Academy (daar kom ik zo op terug) is het allemaal (nog) niet heel revolutionair. Het volgt de bekende ‘open source’ trend om meer educatieve informatie vrij en online beschikbaar the maken. Bijvoorbeeld de wereldwijde lobby om wetenschappelijke publicaties gratis beschikbaar te maken. Ook staan heel veel wetenschappelijke colloquia en seminars al sinds jaar en dag online en wordt in Nederland al tien jaar digitaal syllabi en huiswerk verspreid.

De aantallen studenten die online colleges volgen zijn immens en blijkbaar is er dus  een grote vraag. Maar als je kijkt naar hoeveel van deze studenten een vak afmaken is dat bij edX nog maar 5% en bij Coursera (een vergelijkbaar initiatief) 7-9%! Dus 95% uitval, voor geen enkele onderwijsinstelling zou zo’n getal acceptabel zijn. En daarnaast kun je jezelf afvragen of deze 5% niet sowieso de mensen zijn die genoeg discipline en zelfmotivatie hebben om te leren met behulp van Wikipedia of een gewoon boek.

Desondanks zijn het wel veelbelovende projecten omdat dit nieuwe medium toch nieuwe mogelijkheden biedt. Een simpel maar krachtig voorbeeld zijn de “flipped classrooms”. Hier kijken de leerlingen als huiswerk een video van een docent die een les geeft en in de klas maken ze opgaven waarbij de docent helpt als ze vast komen te zitten. Het grote voordeel is dat je de video op pauze kunt zetten en erover kunt nadenken voor het verder gaat en bij het maken van huiswerk er meer begeleiding is.

Deze initiatieven zijn in de VS erg hot en niemand wil de boot missen. Hoe zit dat in Nederland dan? Allereerst een duidelijk verschil: de VS moet van heel ver komen om onderwijs voor iedereen, zelfs in hun eigen land, beschikbaar te maken. Het feit dat het grootste deel van de bevolking geen toegang heeft tot een goede middelbare school of universiteit omdat je niet de tienduizenden dollars per jaar per kind kunt ophoesten is niet aan de orde in Nederland. Daarnaast is Nederland ook in vergelijking met de Amerikaanse topuniversiteiten op sommige punten al veel innovatiever. Veel colleges op de Amerikaanse topuniversiteiten bestaan nog steeds uit iemand die anderhalf uur lang met een krijtje monotoon een schoolbord vol staat kalken. “Ongemotiveerd? Dan ga je maar ergens anders heen.” is het devies. Maar als je de massa wilt bereiken is mensen motiveren essentieel.

De grootste gemene deler van kritiek in al deze discussies is dat er praktisch geen leraren aan het woord zijn. Het zijn entrepreneurs geschoold in het private schoolsysteem die veelal deze nieuwe initiatieven beginnen, ver weg van de ervaring en de realiteit van het klaslokaal van een publieke school. In Nederland hebben wij het probleem van onderwijsvernieuwers die te ver van de werkelijkheid staan aan de levende lijve ondervonden; de commissie Dijsselbloem concludeerde dat de docenten te weinig gehoord waren bij de invoering van de onderwijsvernieuwing in de jaren ‘90. Een groot risico ook van deze online projecten als er geen leraren betrokken zijn.

Wat kunnen we in Nederland doen? Alexander Klöpping heeft een initiatief gestart, de Universiteit van Nederland, welk in september 2013 van start gaat: Nederlandse colleges online. Mooi, maar er kan toch meer! Wat me na een paar jaar in Amerika wel duidelijk is geworden is dat Nederlanders veel beter dan Amerikanen out-of-the-box kunnen denken; essentieel voor innovatie maar blijkbaar onderwijzen we ook beter om zelf na te denken. Helaas denken Nederlanders dat allerlei dingen in Amerika beter zijn, maar ik kan u vertellen: dat is niet waar. Een Nederlandse versie van de Kahn Academy kan kwalitatief veel beter zijn omdat we gewoon veel beter zijn in onderwijs voor iedereen en om mensen dus te leren nadenken. Nederland met z’n innovatie-ambitie, sterke IT sector, een aankomend tekort aan technisch geschoolden…. Dat klinkt toch als een goede voedingsbodem? De Universiteit van Nederland richt zich op universitair niveau, wie voorziet het middelbaar onderwijs? Geleid door goeie leraren en een paar programmeurs en je hebt je startup. Niet met als doel het onderwijs te vervangen, maar als extra middel het totale onderwijs beter te maken. In de NRC van 8 december schrijft José van Dijck dat Nederland aan online educatie moet werken om te voorkomen dat onderwijs gecommercialiseerd wordt. Een reële zorg, maar geen goede motivatie. We kunnen het beter!