800px-Maya_Calendar_by_Matthew_Bisanz

Het is bijna zover. De kosmische rampen die meer dan duizend jaar geleden zouden zijn aangekondigd door een hoogontwikkeld Meso-Amerikaans volk, zijn naderende. Het feit dat de Mayakalender helemaal niet eindigt op 21 december 2012 is de afgelopen tijd ook door tamelijk serieuze media handig genegeerd. Toch weer aanleiding voor een leuk DWDD-itempje. Jammer dat de aandacht voor de Maya’s niet verder is gegaan dan dit soort mythologische prietpraat, want we kunnen misschien toch iets belangrijks van ze leren.

Van circa 250 tot 900 na Christus, in de tijd dat Europa technologisch in diepe slaap raakte, bloeiden er elders ter wereld culturen als nooit tevoren. Zoals in de jungle van Midden-Amerika, waar de Maya’s gedurende vele eeuwen een complexe beschaving opbouwden. In en rond het huidige Guatemala ontstonden talloze dichtbevolkte stadstaten. Een onwaarschijnlijke plek, want de geografie en het klimaat van de regio zijn in principe verre van gunstig.

’s Winters regent het er niet of nauwelijks. De regen die in de zomer valt is dus cruciaal, maar deze verdwijnt snel in de bodem die uit poreus karstgesteente bestaat. Rivieren en meren zijn er schaars. Het grondwater is op de meeste plekken onbereikbaar. Toch slaagden de Maya’s er hier in, dankzij eeuwenlange ervaring, landbouwmethoden en infrastructuur te ontwikkelen waarmee ze een gestaag groeiende bevolking konden voeden.

De Maya’s konden in magere jaren aanvankelijk verhuizen naar plekken waar de grond nog wel genoeg opleverde. Ze waren flexibel en leerden leven in het onvoorspelbare milieu. Later werd begonnen met de aanleg van irrigatiesystemen en de opslag van regenwater in grote bekkens. Daarmee overleefden ze ook langere periodes van droogte en konden dorpjes uitgroeien tot steden. Het lukte ze daarnaast om met binnenlandse en overzeese handel lokale voedselschaarste op te vangen.

Gedurende een periode met een gunstig klimaat bereikte de Mayabeschaving een hoogtepunt. Wie rond het jaar 750 naar dit deel van de wereld was gevaren, moet zijn ogen hebben uitgekeken. In de dichtbevolkte stadstaten schitterden grote tempels en paleizen. Het schrift, de kunst, de architectuur en de astronomische kennis waren van ongekend hoog niveau. Er was bovendien  een omvangrijke bovenklasse van edelen, priesters en officieren ontstaan, die zich van grote luxe kon bedienen. In deze tijd leefden er circa tien miljoen mensen in het Mayarijk – bijna half zoveel als in heel Europa.

Maar het tijdelijke stabiele klimaat creëerde een schijnzekerheid. Wellicht konden de oudere Maya’s zich nog verhalen herinneren over tijden van droogte en schaarste, en vroegen zij zich af hoe het de steden nu zou vergaan als de regens uitbleven. Want dat dat ooit zou gebeuren, was zeker. De Mayabeschaving was gegroeid tot het uiterste, haalde het maximale uit de omgeving en had daarmee een punt bereikt waarop zij de grillen van de natuur niet langer kon weerstaan. Maar niemand had dat door tot het te laat was.

Tussen 750 en 900 A.D. implodeerden de grote stadstaten van het Mayarijk. Een flink deel van de bevolking kwam om, overlevenden verspreidden zich over kleine dorpjes in de regio. Binnen enkele generaties moeten miljoenen mensen zijn gestorven. In het noorden, op het Yucatán-schiereiland, overleefden de Maya’s in veel kleinschaliger gemeenschappen, maar de fameuze Klassieke Mayacultuur was abrupt tot een einde gekomen.

Wat was er gebeurd? Een periode van droogte is hoogstwaarschijnlijk de aanstichter geweest van deze ramp. Eerder dit jaar concludeerden onderzoekers in Science dat de jaarlijkse neerslag in het gebied tijdens het verval van het rijk met mogelijk 40% afnam. Maar deze droogte kon alleen fataal zijn omdat de Maya’s hun hand overspeeld hadden. De intensieve landbouw, die de basis vormde onder de complexe samenleving, was te kwetsbaar.

De plotseling zeer grote tekorten die ontstonden toen de oogst mislukte, konden onmogelijk worden aangevuld met voedsel van elders. Simpelweg verhuizen was ook al lang geen optie meer voor de enorme stedelijke bevolking. Op een zeker moment zullen er mensen zijn weggetrokken, maar dat versnelde de neergang alleen maar. De sterk hiërarchische samenleving kon simpelweg niet functioneren met minder mensen.

Tragische geschiedenis; gelukkig zal dat ons tegenwoordig niet meer overkomen, zul je denken. Maar de moderne mens leidt aan dezelfde terminale kwaal als de Maya’s: gebrek aan langetermijnvisie. We bouwen miljoenensteden aan laaggelegen kusten, aan de rand van woestijnen, in gebieden waar met regelmaat orkanen overheen trekken. En zo lang het goed gaat, gaat het goed. Flexibel zijn we, net als de Maya’s, evenmin meer. Wie kan er nog verhuizen bij een dreigende overstroming?

Natuurlijk, technologisch en economisch zijn we inmiddels veel verder dan de Maya’s. Maar we moeten niet vergeten dat miljarden mensen nog steeds een eenvoudige boeren zijn, volledig afhankelijk van hun eigen oogst en een kleinschalige lokale markt. Daar komt bij dat het relatief stabiele klimaat waarin we allemaal zijn opgegroeid, binnenkort wel eens definitief tot het verleden kan behoren.  Patronen van regenval zijn momenteel al aan het veranderen. Ook weten we dat weersextremen zich steeds vaker gaan voordoen.

Soms worden we weer even gewezen op onze kwetsbaarheid, denk aan orkaan Sandy. Maar tot een fundamentele verandering van inzicht leidt het zelden. In Doha is net weer een klimaattop mislukt. Terwijl de bevolking in kwetsbare gebieden blijft groeien, is het wachten op de volgende ramp. De volgende orkaan, de volgende droogte, de volgende overstroming: hij gaat komen. Er is alleen geen kalender die ons vertelt wanneer.

Rogier Overkamp schreef voor zijn studie biogeologie een scriptie over de rol van het klimaat bij het verdwijnen van oude beschavingen. Tegenwoordig is hij o.a. freelance journalist en publieksbegeleider in het Universiteitsmuseum Utrecht.