Zit u dit artikel ‘s avonds laat te lezen met een zak chips onder handbereik? Pakt u nu eens met duim en wijsvinger een gedeelte van uw buik vast. Ik wil u het onderwerp van vandaag namelijk echt laten voelen; uw buikvet, of beter gezegd, de witte vetcellen waarin het vet zit opgeslagen. Deze vetcellen zitten hier niet voor niets: ze dienen als energievoorraad voor slechte tijden. Alleen breken deze slechte tijden bij lang niet iedereen aan, met als gevolg overgewicht.

Nu zijn er voor overgewicht verschillende oorzaken aan te wijzen, zoals onze genen, de samenstelling van de darmflora, het eten van geraffineerde suikers of fastfood. Eén van de minder voor de hand liggende oorzaken voor overgewicht is een verstoring van het dag-nachtritme. Bij mensen die in ploegendienst werken is de biologische klok verstoord, net als mensen met gebrek aan kwalitatief goede slaap. Daardoor hebben ze een grotere kans op overgewicht.

De biologische klok in ons lichaam wordt aangestuurd door klokgenen die in verschillende weefsels de ritmes van allerlei processen aansturen. Zo ook in het vetweefsel. Klokgenen van dit weefsel coördineren de energie homeostase. Met andere woorden: de klokgenen regelen wanneer er vet wordt aangemaakt of wanneer er energie uit vet wordt vrijgemaakt. Dit gebeurt in nauw overleg met de nucleus suprachiasmaticus, een kleine groep neuronen die vanuit de hersenen (voor de liefhebber, vanuit de hypothalamus) klokgenen van andere weefsels aanstuurt.

Die vetcellen die u net vasthield zijn dus niet een stel passieve cellen. Ze communiceren voortdurend met andere weefsels door het afscheiden van bepaalde stoffen in de bloedbaan. Via het hormoon leptine laten ze bijvoorbeeld het centraal zenuwstelsel weten voor hoe lang er nog energiereserves aanwezig zijn. Leptine stimuleert in de hersenen het verzadigingscentrum waardoor het hongergevoel afneemt. Vetweefsel scheidt ook vetzuren af die een vergelijkbaar effect hebben. Een verhoogde concentratie vetzuren in de hypothalamus zorgt voor een verminderde eetlust. Vetcellen reguleren dus de mate van eetlust.

De precieze rol van de klokgenen bij deze regulatie bleef tot voor kort onopgehelderd. Tot een publicatie van een onderzoek vorige maand in het blad Nature Medicine. Dit onderzoek, uitgevoerd bij muizen, beschrijft hoe muizen waarbij het klokgen Arnt1 in vetweefsel is uitgeschakeld een veranderd patroon van voedselinname hebben. Deze gemuteerde muizen eten meer voedsel tijdens hun rustperiode (overdag, muizen zijn immers nachtdieren) vergeleken met normale muizen. Bovendien zijn ze minder actief en ze worden sneller dik van dezelfde hoeveelheden voedsel dan de niet-gemuteerde muizen met een normaal dag-nachtritme. Dus het moment van eten is van belang om overgewicht te ontwikkelen.

De onderzoekers ontdekten ook dat er minder vetzuren werden uitgescheiden door de vetcellen. De niveaus van de vetzuren AA, EPA en DHA pieken bij normale muizen tijdens hun rustperiode. Muizen waarbij het Arnt1 klokgen is uitgeschakeld lieten deze piek niet zien, wat hoogstwaarschijnlijk de oorzaak is van hun veranderde eetgedrag. Door de gemuteerde muizen een dieet met daarin deze vetzuren te geven, veranderde het eetgedrag weer tot normaal. De muizen ontwikkelden geen overgewicht meer en waren ook actiever dan de gemuteerde muizen zonder dieet met extra vetzuren.

Werkt dit mechanisme nu ook op dezelfde manier bij mensen? Dat zal nog goed onderzocht moeten worden. Een belangrijke aanwijzing is dat de gevonden vetzuren geassocieerd worden met een gezonde levensstijl in mensen. Deze vetzuren zitten vooral in vette vis. Misschien moet u af en toe overdag een haring eten om ‘s avonds gemakkelijker die zak chips te weerstaan. O ja, u mag uw vetweefsel nu weer loslaten.