white

God komt niet ter sprake. Ik vind dat opvallend, maar bij de IKON speelt God blijkbaar geen prominente rol als het op DNA aankomt. Verslaggever Elianne had mijn opiniestuk gelezen, over de angst voor je eigen genoom. Ze wilde meer weten. En dus zit ik in De Andere Wereld, haar radioprogramma.

Waarom? Ik heb het mezelf ook afgevraagd. Waarom laat ik – overtuigd atheïst – mij strikken voor ieder media-optreden, nu zelfs van een protestante omroep? Waarom laat ik de weinige principes die ik heb, terstond vallen als het om aandacht voor wetenschap gaat?

Omdat het nodig is.

Wetenschap is moeilijk, namelijk. Niet alleen voor mensen om te begrijpen, maar ook als investeringsoptie. De wereld van de wetenschap is grillig; de return-on-investment is namelijk lang en het is onzeker welke (top)sectoren op zo’n termijn renderen. Niet alleen financieel, maar juist ook maatschappelijk. Ga maar na, begin jaren ’70 – de bloeiperiode van onderzoek naar in-vitro fertilisatie (IVF) – wilde geen vrouw een kunstmatige baby baren; leven creëren was God’s werk. Veertig jaar later blijkt de IVF-markt een goudmijn, zowel economisch als maatschappelijk. Maar ja, investeren in de bloeimarkt van 2050; dat is geen lekkere boodschap, in tijden van crisis.

De boer op, dus, met die wetenschap. Waar en wanneer ze ons maar willen hebben. Bij de IKON, maar ook bijvoorbeeld in de D&A Stores: een pop-up store-concept met DNA als centrale thema. De komende twee maanden duiken we in verschillende steden op, met persoonlijke DNA T-shirts en ringtones  Deze week staan we in Hengelo. En Koffietijd wilde er wel iets mee doen. Je moet wat.

Stiekem is het ook wel leuk.

En het moet ook van de meeste geldschieters. Mensen willen namelijk weten wat we met hun belastinggeld ontdekken. Ik waag het te betwijfelen. U wilt horen dat kanker is opgelost, zeker. Of dat u toch een kind kunt krijgen, ook al bent u onvruchtbaar. Of homo. Maar zit u nou te wachten op een gedetailleerd verhaal over de chemische en fysiologische eigenschappen van sperma? Ik dacht het ook niet, maar dat waren wel de enige feiten die we hadden, totdat IVF daadwerkelijk kon.

Toch moeten we in bijna ieder onderzoeksvoorstel aangeven wat het maatschappelijk belang is, en hoe we dat gaan uitventen. Niet in Groot-Brittannië. Daar mogen de wetenschappers aangeven wat de verwachte impact van hun onderzoek is.

Maar dat hoeven ze niet.

Ik was op het KNAW-symposium ‘Science for Society: How?’. Daar legde professor Ian Diamond (Universiteit van Aberdeen) uit hoe dat werkt. Net als in Nederland kunnen wetenschappers met een goed idee subsidie aanvragen. Verwachten ze bovendien een oplossing te bieden voor een belangrijk maatschappelijke of economisch probleem, dan moeten ze dat vooral vermelden. Is dat niet het geval, dan hoeven ze daar ook niet naar te zoeken. Het is dan uitsluitend de wetenschap die telt. Britse onderzoekers bedenken zich dus wel twee keer voor ze een communicatieplan aan hun voorstel hechten. Hoogkwalitatief fundamenteel onderzoek is waarschijnlijk beter af zonder. En als ze het toch doen, dan is het wel een verdomd goed plannetje.

Waar dat toe leidt? In ieder geval niet tot een komen en gaan van wetenschappers bij Koffietijd. Maar wel tot wetenschap als terugkerend thema in dergelijke programma’s. Aantrekkelijk en praktisch, want daar zorgt het onderzoek mét aangehecht communicatieplan voor. Geldschieter blij, wetenschapper blij, en u blij. Want over veertig jaar kijkt u graag mee naar het DNA van uw zoon of dochter.