STM - rechtenvrije afbeelding

Wetenschappers hebben hun mond vol van nanotechnologie als de oplossing voor problemen in ontwikkelingslanden. Maar technologie alleen zelden de oplossing.

Wetenschappers moeten steeds vaker uitspraken doen over hun onderzoek nog voordat het is uitgevoerd. Onderzoeksaanvragen bevatten tegenwoordig een verplichte paragraaf over de relevantie van het geplande onderzoek en wetenschappers worden regelmatig gevraagd hoe nieuwe technologieën oplossingen kunnen bieden voor allerhande maatschappelijke problemen. Een voorbeeld uit de ontwikkelingssector laat zien dat dit ook te ver door kan schieten.

Beloftes
Neem nanotechnologie. In 2004 publiceerde een groep invloedrijke Canadese wetenschappers een artikel waarin zij beargumenteerden dat nanotechnologie allerlei problemen in ontwikkelingslanden kan oplossen. De wetenschappers vroegen een aantal experts om veelbelovende gebieden aan te wijzen waarop nanotechnologie van nut zou kunnen zijn. Ze rangschikten deze beloftes en vonden dat vooral toepassingen op het gebied van water, energie, en geneeskunde een grote impact zouden kunnen hebben. Vervolgens was de conclusie dat er meer aandacht moet komen voor nanotechnologie in ontwikkelingslanden.

Deze oproep kreeg veel navolging. Nog voordat er ook maar één product ontwikkeld was, werd nanotechnologie opgenomen in de Millennium doelstellingen en begonnen internationale organisaties als de Wereldbank en de Verenigde Naties nanotechnologisch onderzoek in ontwikkelingslanden te promoten. Inmiddels zijn er tientallen ontwikkelingslanden die onderzoek in nanotechnologie verrichten. Zimbabwe heeft 2012 zelfs uitgeroepen tot het jaar van de nanotechnologie.

Waterfilters
Hoe realistisch is het voor ontwikkelingslanden om zich tot nanotechnologie te wenden om hun problemen op te lossen? Er zijn inmiddels een handvol nuttige toepassingen ontwikkeld. Meest in het oog springend zijn een aantal waterfilters die zonder elektriciteit kleine deeltjes uit vervuild water kunnen halen. Een handige technologie voor arme mensen in gebieden met een slechte infrastructuur.

Anderzijds is nanotechnologie duur, het onderzoek duurt vaak lang, kan enkel door hoogopgeleid personeel worden uitgevoerd, en er is veelal kostbare apparatuur voor nodig. Het is dus maar de vraag of nanotechnologie de beste investering biedt voor een ontwikkelingsland in vergelijking met goedkopere, al bestaande technologieën.

Verantwoordelijkheid
Daarnaast is technologie alleen zelden de oplossing. De waterfilters hebben vooralsnog maar weinig arme mensen bereikt. Hoe kunnen technologieën worden verspreidt naar plekken waar ze het hardst nodig zijn? Zijn ze wel te veroorloven? En hoe zit het met het onderhoud, zodat ze niet in onbruik raken zodra er een klein defect is? Al deze vragen blijven onbeantwoord in de verwachtingen die door wetenschappers worden geschapen.

De grootste verantwoordelijkheid voor de keuze om in bepaalde technologieën te investeren ligt bij ontwikkelingslanden zelf. Toch hebben ook wetenschappers hier een verantwoordelijkheid. Ontwikkelingslanden hebben immers niet altijd de capaciteit om te beoordelen hoe realistisch bepaalde verwachtingen zijn en het is lang niet altijd makkelijk voor een beleidsmaker in Zimbabwe om de invloedrijke Westerse expert tegen te spreken.

Maar het echte probleem zit ‘m in de vraagstelling. De vraag die we zouden moeten stellen is niet of nanotechnologie kan helpen om de behoeften van arme mensen te vervullen, maar hoe je het beste een ontwikkelingsprobleem kan oplossen. Dat wetenschappers daarbij een rol moeten spelen lijkt evident, maar zij mogen zeker niet alleen de verantwoordelijkheid daarvoor dragen.