white

Enige tijd geleden lanceerde de Europese Unie een campagne met bijbehorend filmpje met de titel: Science, it’s a girl thing. Het doel: meisjes interesseren voor bètawetenschap. Het middel: een hip filmpje met vrouwen van het type fotomodel en op de achtergrond wat wetenschappelijke attributen zoals reageerbuisjes en een schoolbord met formules. Het filmpje oogstte veel kritiek: te stereotiep. Er zijn allerlei campagnes om meisjes te interesseren voor wetenschap, en veel daarvan laten op de een of andere manier vrouwelijke rolmodellen geassocieerd met wetenschap zien. Maar dat werkt lang niet altijd, beschrijft Diana Betz, PhD-student sociale psychologie in een column op de website van Scientific American. Een voorlichtingscampagne met een verkeerd gekozen rolmodel kan zelfs een zeer negatief effect hebben.

Bètavakken hebben het imago dat het jongensvakken zijn. Meisjes zouden er niet goed in zijn, en meisjes die er wel goed in zijn, zijn nou niet bepaald de meest meisjesachtige types. Regelmatig worden er onderzoeksresultaten gepubliceerd waaruit bijvoorbeeld blijkt dat meisjes eigenlijk juist wel heel goed zijn in wiskunde, maar dat ze in hun opvoeding geleerd hebben dat het een jongensvak is, en dat jij ook niet goed zou zijn in een vak als iedereen steeds tegen je zou blijven zeggen dat je er vast niet goed in was.

It's pi plus C, of course
How it works (xkcd)
Los van de vraag of meisjes wel of niet goed zijn in bijvoorbeeld wiskunde, staat de vraag of ze zich wel met zo’n vak willen associëren. Het beeld dat bètavakken niet voor meisjes zijn, en al helemaal niet voor meisjesachtige meisjes, kan er aan bijdragen dat die zich er minder voor interesseren en er (dus) ook minder goed in zijn. En dat is jammer. Door rolmodellen te tonen van succesvolle vrouwen in de bètawetenschap, zien meisjes met eigen ogen dat zij zelf ook heel goed een bètapakket of later een bètastudie kunnen kiezen als ze dat willen.

Het lijkt dan misschien voor de hand liggend om een rolmodel te laten zien dat bovendien supervrouwelijk is. Maar dat is dus precies waar het mis kan gaan, lieten sociaal psychologen Denise Sekaquaptewa en Diana Betz van de universiteit van Michigan zien met behulp van hun experimenten. Het is cruciaal dat een rolmodel herkenbaar en bereikbaar blijft voor de meisjes op school, toonden zij aan.

Sekaquaptewa en Betz lieten aan vier verschillende groepen interviews en foto’s zien van vrouwen in de wetenschap. Elke groep kreeg iets anders te zien: een vrouwelijk rolmodel dat heel goed was in bètawetenschap met heel vrouwelijke eigenschappen, of juist een bètavrouw met minder vrouwelijke eigenschappen. Ook werden vrouwen getoond die in een ander vakgebied succesvol waren, al dan niet met vrouwelijke eigenschappen. In de interviews en op de foto’s kwamen deze verschillende aspecten van de rolmodellen in beeld: zo werden hun vrouwelijke eigenschappen bijvoorbeeld getoond doordat ze make-up droegen, en vertelden ze dat ze zich interesseerden voor mode.

Uit de experimenten van de twee psychologen bleek dat meisjes die supervrouwelijke bètawetenschappers als rolmodel te zien kregen daarna het minst geïnteresseerd waren in bètawetenschap, en ook het minste zelfvertrouwen hadden. Dit gold ook voor de meisjes die vooraf al weinig interesse hadden voor het vak. Sekaquaptewa en Betz verklaren het als volgt: het beeld van een vrouw die zowel heel intelligent is als heel vrouwelijk is zó onbereikbaar dat meisjes er juist minder gemotiveerd door raken.

Science, it’s a girl thing

YouTube Preview Image

De vrouwen in het filmpje van Science, it’s a girl thing dragen sexy hoge hakken en ultrakorte jurkjes. Gedurende het hele filmpje komen allerlei dingen in beeld die mensen met wetenschap associëren: reageerbuisjes (afgewisseld met een lipstick), een microscoop, en iets wat lijkt op de binnenkant van een computer. Een man is aan het werk achter een microscoop. Het enige moment dat een van de vrouwen zelf echt duidelijk ‘iets’ met wetenschap doet, is wanneer ze een formule op een doorzichtig schoolbord schrijft. Het beeld dat dit filmpje schetst is kortom tamelijk onrealistisch, en in geen van deze vrouwen zal een schoolmeisje zich kunnen herkennen.

Het effect van zo’n filmpje is niet best, volgens Sekaquaptewa en Betz. Het concept ‘vrouwelijke wetenschapper’ wordt nog onbereikbaarder dan het al was. De boodschap die meisjes op de middelbare school uit zo’n filmpje onthouden: om op deze rolmodellen te lijken moeten ze niet alleen slim zijn, maar er ook nog eens uitzien als een topmodel.