Kakkerlakken - rechtenvrije afbeelding

Begin dit jaar slaagde een groep Amerikaanse wetenschappers erin om een op afstand bestuurbare kakkerlak te maken. Volgens de onderzoekers, die een filmpje van het beestje op YouTube zetten, is dit een belangrijke ontwikkeling omdat we zo informatie kunnen verzamelen op lastig te bereiken plekken. Denk aan overlevenden in een door een aardbeving ingestort gebouw.

Maar waarom kozen de onderzoekers nu juist een kakkerlak voor hun experiment? Kakkerlakken zijn notoire overlevers. Ze kunnen bijna een maand in leven blijven zonder voedsel (en zelfs twee weken zonder hoofd!) en het zijn snelle en behendige diertjes die zich door kleine openingen kunnen wringen. Dat maakt ze erg geschikt om informatie te verzamelen op moeilijk toegankelijke plekken.

De onderzoekers produceerden hun kakkerlak zonder genetische modificatie of lastige ingreep in de hersenen: het volstond om een simpel ‘rugzakje’ op de kakkerlak te binden. Het rugzakje bevatte een goedkope chip die de onderzoekers aan de snorharen van de kakkerlak bonden. De snorharen van de kakkerlak, die zich op het achterlijf bevinden, zijn extreem gevoelige zintuigen en kunnen kleine bewegingen in de lucht detecteren. De kakkerlak kan hiermee een naderende vijand identificeren: als de snorharen geprikkeld worden, beweegt de kakkerlak zich in allerijl de andere kant op. Door via de chip de snorharen op afstand met kleine elektrische ladingen te prikkelen, wisten de wetenschappers de kakkerlak in de door hun gewenste richting te sturen.

Er kunnen vraagtekens worden gezet bij de wijze waarop de kakkerlakken hun vrijheid wordt ontnomen. De ultieme controle die wordt uitgeoefend op de kakkerlak is namelijk van een andere orde dan bijvoorbeeld de manier waarop de vrijheid van honden wordt beperkt die worden gebruikt om aardbevingsslachtoffers op te sporen. Daarnaast wordt de kakkerlak continue geprikkeld om te denken dat hij in levensgevaar is en onmiddellijk moet vluchten.

Daarnaast vereist het weinig fantasie om zich voor te stellen dat de kakkerlak veel meer gebruiksmogelijkheden kent dan enkel het redden van aardbevingsslachtoffers. Het leger kent vast nog wel wat moeilijk bereikbare plekken waar ze informatie zouden willen verzamelen, en de bezorgde ouder die wil weten wat hun puberzoon toch uitspookt zal ook een nuttige bondgenoot vinden in de kakkerlak. En hoe zouden we reageren als we de kakkerlak in de speelgoedwinkel zien staan, naast plastieken dinosauriërs, pluche knuffelberen, en op stand bestuurbare raceauto’s?

Er zijn dus allerlei vragen over de wenselijkheid van het gebruik van deze nieuwe ‘technologie’. Terwijl er voor huisdieren, laboratoria en de veehouderij allerlei regels bestaan over het instrumentele gebruik van dieren, is het onduidelijk waar de grenzen van wenselijkheid liggen voor het op afstand besturen van dieren. Deze vragen worden echter helemaal niet serieus genomen. Op de weinige reacties die de ethische wenselijkheid van op afstand bestuurbare dieren aan de orde stellen, wordt smadelijk gereageerd. Het is immers maar een kakkerlak.

En dat is een andere reden waarom de kakkerlak zo geschikt is voor dergelijke experimenten: kakkerlakken zijn nou niet bepaald charismatische diertjes. Maar zouden we hetzelfde reageren als de onderzoekers een puppy hadden gebruikt? Het is de vraag of de wetenschappers dan met eenzelfde enthousiasme over hun nieuwe speelgoed hadden geschreven.