Ongeveer twee procent van alle mensen vermengt van nature de waarnemingen van hun zintuigen. Volgens hen kwaakt een kikker bijvoorbeeld blauw, of smaakt een woensdag zuur.

Als u nu aan het getal 4 denkt, hoort daar dan een kleur bij? Klinkt er een toon of ervaart u een kleur bij het lezen van het woord ‘donderdag’? Als dit zo is, dan behoort u waarschijnlijk tot de een op de ongeveer vijftig mensen met synesthesie.

Syesthesie, afgeleid van het Grieks voor ‘samen’ en ‘ervaren’, is de term voor het onwillekeurig ervaren van een stimulus als een prikkeling uit een ander zintuig. Synestheten ruiken kleuren, proeven namen of hebben ruimtelijke ervaringen bij geluid. Een willekeurige Britse synestheet proeft bij het lezen van het woord ‘academie’ bijvoorbeeld de smaak van een chocoladereep. Dit is duidelijk niet normaal, want het overgrote deel van de mensen proeft bij het lezen van het woord ‘academie’ helemaal niets. Ook in eerder normaal waarnemende personen kan synesthesie optreden: het is beschreven bij patiënten na een hersenbeschadiging en LSD-gebruik kan een tijdelijke vorm van het fenomeen induceren.

Allerlei mengvormen zijn inmiddels beschreven, maar bij het overgrote deel van de combinaties van zintuiglijke waarnemingen speelt het kleurenzien een rol. Voor de schrijver Vladimir Nabokov vormden de letters kzspygv het hele kleurenspectrum van rood tot violet en violist Itzhak Perlman ervaart het horen van een bes op de g-snaar als diepgroen. De drie en een half jaar oude zoon van het hoogleraarechtpaar Curtis vond kikkergekwaak blauw en de stofzuiger zwart.

Tweehonderd jaar na de eerste onbetwiste beschrijving van het fenomeen is het onderzoek naar synesthesie academisch volledig salonfähig. Over de evolutionaire factoren die het mogelijk hebben gemaakt dat synestheten een zo aanzienlijk deel van de populatie vormen bestaat echter nog geen consensus. Gezien de duidelijke aanwijzingen dat synesthesie genetisch bepaald is zou het een eigenschap kunnen zijn waarop selectiedruk staat. Heeft het hebben van synesthesie wellicht een voordeel?

Een interessante observatie is dat beoefenaars van kunstvormen, zoals schilders en muzikanten, gemiddeld tot wel acht keer vaker synesthetisch waarnemen. Neurowetenschappelijk zou dit verklaard kunnen worden door te redeneren dat het vermengen van waarnemingen waarschijnlijk voortkomt uit een verhoogde verbondenheid tussen verschillende hersendelen op het niveau van de zenuwcellen. Bij het verwerken van informatie leggen hersenen met een hogere connectiviteit meer en niet per definitie voor de hand liggende verbanden, een eigenschap die de basis kan vormen voor allerlei vormen van creatief gedrag.

evolutionair bijproduct
Het blijft natuurlijk mogelijk dat het vermengen van waarnemingen een triviaal evolutionair bijproduct is. Een andere optie is dat het voortkomt uit selectie voor beter cognitief functioneren: synestheten verwerken waargenomen sensorische informatie vaak sneller dan niet-synestheten.

Misschien wel de meest interessante theorie om het bestaan van synesthesie te verklaren komt echter vanuit de hoek van evolutiebiologen die natuurlijke selectie niet alleen op het niveau van het individu bezien, maar ook kijken naar de competitie tussen groepen individuen. Volgens deze overigens controversiële stroming van het evolutiedenken kunnen eigenschappen voor het individu geen voordeel hebben, of zelfs nadelig zijn, toch soms de natuurlijke selectie overleven door onvermoede voordelen op groepsniveau. Voor kleurenblindheid lijkt dit zo te zijn: van de mannen ziet ongeveer twee procent twee in plaats van drie kleuren. Dat is onhandig voor hen, maar mogelijk voordelig voor een hele groep mensen omdat ze sommige vormen van camouflage van bijvoorbeeld fruitsoorten of beesten beter doorzien. Wellicht geven een paar creatieve waarnemingsvermengers eenzelfde soort groepsvoordeel.