Mosquito

Malaria is nog steeds één van de grootste ziektes ter wereld met ongeveer 1.8 miljoen doden per jaar, van wie het merendeel kinderen zijn. Aan de bestrijding van malaria wordt al decennia keihard gewerkt: met klamboes en insecticiden tegen de mug die de parasiet verspreidt en door vaccin- en medicijnontwikkeling tegen de parasiet. Maar er is één groot probleem dat op bijna alle delen van de malariabestrijding effect heeft:  er is nog geen goede, nauwkeurige en goedkope detectiemethode voor de malariaparasiet die ingezet kan worden in gebieden zonder goede infrastructuur. Daardoor worden veel mensen te laat behandeld of helemaal niet, en soms ook de verkeerde personen. Dit heeft tot gevolg dat de epidemiologie van de ziekte niet nauwkeurig in kaart gebracht kan worden, waardoor ook klinische studies niet optimaal kunnen worden opgezet en de opkomende resistentie van de parasiet tegen anti-malariamedicijnen niet gevolgd kan worden. Hier zijn nog steeds dure (meer dan 20.000 dollar), onderhoudsgevoelige detectie (rtPCR) apparaten nodig, laboratoria en getraind personeel.

Graag stel ik u voor aan Peter, Wouter en Jelmer : Drie Hollandse studenten biotechnologie, biologie en werktuigbouwkunde en fanatieke Do It Yourself-onderzoekers. Het idee ontsproot aan de keukentafel en niet gehinderd door enige belemmeringen knutselden zij in het afgelopen jaar een simpel, goedkoop (140 dollar), betrouwbaar en robuust rtPCR-apparaat in elkaar met o.a. een fohn, plastic en zelf gesoldeerde elektrische schakelingen. Deze Amplino meet de concentratie DNA van de parasiet door middel van een fluorescerende DNA-detectie: meer DNA betekent meer fluorescentie. Omdat de Amplino maar één meting uitvoert is het een simpel apparaat dat zonder training bediend kan worden; dus uitermate geschikt voor gebruik in het Malineese achterland of bossen van Laos.

Wetenschappelijk onderzoek gebeurt in wetenschappelijke torens: Bedrijven en universiteiten met adequate en toegewijde ruimtes, kostbaar en aan een berg regelgeving onderhevig. De kans dat een briljant onderszoeksvoorstel voor onderzoek in je schuur of kelder wordt gehonoreerd, is nul. Hiervoor bestaan zwaarwegende redenen: werken met gevaarlijke organsimen (zoals virussen, bacteriën, cellen) of chemikalien behoeft goede voorzorgsmaatregelen om het experiment en de omstanders, inclusief de onderzoeker zelf, te beschermen. Toch is er een groeiende groep DIY ‘hackers’ die in meer en mindere mate ageert tegen de monopolie van de wetenschappelijke organisaties op het bepalen én uitvoeren van de wetenschappelijke agenda. DIY afficheert als de een wetenschappelijke punkstroming: anarchistisch, verstorend, hackend maar soms verrassend vernieuwend, zoals Amplino.

Amplino is vooral vernieuwend door het feit dat het een bestaande techniek vele malen toegankelijker maakt en dus breder toepasbaar. En wat goed is komt snel: Amplino heeft in september de Vodafone Mobiles for Good- prijs gewonnen (40.000 euro, een kantoor en hulp bij het uitwerken van hun businessplan) en vorige week stonden zij in de finale van de TEDx Award competitie in Amsterdam. Samen met het Koninklijk Instituut voor de Tropen gaan ze het product nu naar het achterland van Burkina Faso brengen. Volgende maand maken ze een rondje langs bedrijven in de driehoek Boston-Harvard-MIT regio, op zoek naar advies en meer geld. En als Bill Gates zich er mee gaat bemoeien weet je zeker dat er wat aan de hand is. De filantropische stichting van de microsoft-oprichter is het voorstel aan het bestuderen en misschien vliegen ze na Boston meteen door naar Seattle. Kortom, er zit muziek in deze wetenschappelijke punk-hackers.