Gelooft u mij als ik claim dat de tijd vertraagt in een zwart gat? Misschien vraagt u zich eerst af wat een zwart gat is (een superzware massa waar zelfs licht niet aan kan ontsnappen), en vertrouwt u mij vervolgens blindelings. Of wilt u liever eerst weten of ik wel betrouwbaar ben? Filosoof Kevin Zollman onderzocht hoe mensen bepalen van wie ze wel en niet kennis overnemen. Hij kwam tot de conclusie dat het zo gek nog niet is om dat volstrekt willekeurig te doen: vertrouw maar op iedereen.

Dat de aarde rond is en de zon een ster, hebben we geleerd van onze docenten op school. Als we zelf eerst alle experimenten opnieuw moeten uitvoeren om het met eigen ogen vast te stellen, zijn we wel even bezig. Soms is het nu eenmaal slimmer om kennis aan te nemen van een ander. Maar hoe bepaal je of je die ander vertrouwt? Zollman benaderde dit probleem vanuit een wiskundige invalshoek. De sociale processen die hierbij ongetwijfeld ook een rol spelen bracht hij terug tot een aantal vereenvoudigde vertrouwensstrategieën, waarna hij bij elk van die strategieën onderzocht hoe goed kennis zich vervolgens over een gemeenschap verspreidt.

Eén zo’n vertrouwensstrategie is tamelijk naïef: vertrouw iedereen, tenzij er een specifieke reden is om dat niet te doen. Een andere strategie is kieskeuriger: onderzoek eerst of de ander ook op andere vlakken verstandige dingen denkt. U test dan bijvoorbeeld eerst of ik wel weet dat de aarde rond is en de zon een ster, om op basis daarvan te bepalen of u mij intelligent genoeg vindt om mijn claim over het zwarte gat te geloven.

Zollman modelleerde deze strategieën, de naïeve en de kieskeurige, waarbij een individu op elk tijdstip 2 (of meer, afhankelijk van het model) andere individuen uitkiest die hij vertrouwt, en daarvan de kennis overneemt. Op het volgende tijdstip evalueert een individu opnieuw wie er te vertrouwen is, en vindt opnieuw kennisoverdracht plaats. Aan het einde van de rit bepaalde Zollman na welke vertrouwensstrategie de gemeenschap in totaal het slimst was. Om precies te zijn: bij welke strategie een individu gemiddeld de grootste hoeveelheid kennis had én de beste verhouding tussen correcte/incorrecte kennis.

Zollmans computermodel is tamelijk abstract, maar hij sprak er enthousiast over op het congres waar ik hem vorige week zag. Zijn modellen bestonden uit niet meer dan een collectie stipjes (de individuen) in een vlak, met pijlen ertussen om aan te geven wie wie vertrouwt. Op zijn slides zette Zollman twee van zulke vlakken naast elkaar: in het ene vlak vertrouwden alle individuen willekeurig iemand anders, en in het andere vlak vergeleken ze eerst kieskeurig met wie ze de meeste kennis gemeenschappelijk hadden.

De verschillen waren overduidelijk. Bij de naïeve strategie ontstonden er op elk tijdstip nieuwe verbindingen, omdat elk individu opnieuw willekeurig twee anderen uitkoos om te vertrouwen. Kennis (maar helaas ook de incorrecte ideeën!) kon zich zo veel beter verspreiden. Bij de kieskeurige strategie ontstonden kleine kliekjes: individuen die elkaar onderling vertrouwden, en daarna steeds maar weer bleven vertrouwen omdat ze al eerder met elkaar kennis of incorrecte ideeën hadden uitgewisseld.

In deze wiskundige abstractie van de werkelijkheid is het dus maar beter om wat naïef te zijn. Maar, zo zei Zollman zelf al, in feite is het natuurlijk niet zo dat iedereen dezelfde strategie zal aannemen. Waaraan hij toevoegde: “ik heb een vermoeden dat je in een wereld waarin iedereen verder naïef is, zelf het beste wel kieskeurig kunt zijn. Maar dat is iets voor toekomstig onderzoek.”