Waarom gaat een econoom stemmen? Niet omdat zij gelooft invloed te hebben. Zelfs als het echt spannend is, zoals bij Bush vs Gore in 2000, is dat onmogelijk, want als de uitslag van één stem afhangt wordt hij ongeldig verklaard. De econoom gaat stemmen omdat haar politieke voorkeur bepaalt hoe haar omgeving over haar denkt. De kans dat stemmen op die manier haar leven beïnvloedt, is groter dan de kans dat haar stem de verkiezingsuitslag beïnvloedt. Tel daarbij op dat de econoom, net als de meeste mensen, zichzelf belangrijker vindt dan de politiek, en je begrijpt dat ze vooral stemt om haar zelfbeeld uit te dragen. U zou toch ook het liefste een knopje met “share” op het stembiljet zien, en een “like”-duimpje om uw vrienden te laten zien dat hun keuze gewaardeerd wordt?

Bejaardentehuis
Maar bij gebrek aan zo’n knopje blijft er voor haar weinig motivatie over om echt naar die stemruimte toe te gaan. Hoe krijgt de econoom zichzelf zover dat ze haar computer opzij schuift en naar buiten gaat?
Daar bestaan goede suggesties voor. Voor een Amerikaanse verkiezing in 2008 werden 20.000 Amerikanen geselecteerd. De helft werd gebeld met de vraag “Wanneer en waar denkt u te gaan stemmen?” Die groep ging vier procent vaker stemmen dan de andere groep. Als ze alleen woonden, en dus niet met hun partner hoefden te overleggen wat een praktisch moment was om te gaan stemmen, scheelde het zelfs tien procent. Een andere methode om de kans te vergroten dat iemand gaat stemmen, is door een overzicht te laten zien van de keren dat diegene de afgelopen jaren heeft gestemd- en of de buren dat ook deden. Dat bleek tien keer zoveel mensen naar de stembus te lokken dan welke andere schriftelijke oproep dan ook. Dus bedenkt onze econoom wat ze bij de vorige verkiezingen heeft gedaan, en plant om iets vroeger uit haar werk weg te gaan.

Maar waar kan ze dan het beste gaan stemmen? Ze weet dat de omgeving van invloed kan zijn op stemgedrag. Bij een referendum in Arizona werd in scholen vaker voor belastingverhoging voor onderwijs gestemd dan in kerken. Daarom kiest de econoom met zorg haar stemlokaal: een bejaardentehuis, zodat ze aan de toekomst denkt.

Zelfoverschatting
Nu ze al het mogelijke heeft gedaan om te zorgen dat ze gaat stemmen, moet er nog een partij gekozen worden. Daarvoor kent ze twee strategieën. Ze kan natuurlijk op haar eigen voorkeur vertrouwen. Ookal denkt ze eigenlijk dat ze meer van politiek weet dan anderen, toch trapt ze niet in de val van zelfoverschatting; ze weet dat 93 % van alle mensen zegt beter auto te rijden dan gemiddeld. Daarom zoekt een vriend die op haar lijkt wat betreft sociaaleconomische status en levenshouding, maar die wel alle partijprogramma’s heeft gelezen. Hem vraagt ze nonchalant wat hij gaat stemmen.

Deze strategie levert waarschijnlijk een keuze op die goed valt bij de meeste van haar vrienden. Maar als al haar vrienden econoom zijn, passen ze allemaal deze strategie toe en leest niemand die partijprogramma’s. Er is dus toch een manier waarop deze econoom echt invloed op de verkiezingsuitslag kan hebben: door de partijprogramma’s te lezen. En dat aan haar vrienden vertellen.

Of deze strategie ook werkt voor andere stemgerechtigden staat te bezien. Die gaan uit overtuiging stemmen, en hebben dus geen extra duwtje in de rug nodig om de partijprogramma’s te lezen. Toch?