Trippenhuis

Een paar weken terug stond in de NRC een bericht over hoogleraren die geschrapt wilden worden van een wetenschappelijk artikel (link). Het ging om een artikel van Elke Geraerts, universitair hoofddocent psychologie van het Erasmus MC en lid van de prestigieuze Jonge Akademie. Eerder dit jaar werd zij nog gekroond als de slimste vrouw van Nederland door de Viva. Maar het bericht in de NRC was niet zo positief: er zouden meerdere slordigheden in de gepubliceerde artikelen van Geraerts hebben gestaan en ze zou slecht hebben meegewerkt aan het corrigeren van de onjuistheden. Geraerts heeft echter wél tekst en uitleg gegeven aan een onderzoekscommissie, die daarmee tevreden was. Geen tweede fraudegeval à la Stapel, maar wel weer ophef over wetenschappers en hun publicaties.

Sinds de omvangrijke en verbijsterende fraude van Diederik Stapel vorig jaar bekend werd, is de Nederlandse media erg alert op alles wat maar naar fraude ruikt. Kranten als NRC en Volkskrant deden uitgebreid onderzoek naar fraudegevallen op verschillende universiteiten en lieten klokkenluiders aan het woord. De meningen over de schaal van wetenschapsfraude zijn verdeeld – terwijl Hans Clevers, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), meent dat wetenschapsfraude vrij zeldzaam is (zie bijv hier), vinden anderen dat de wetenschap niet meer zelfreinigend is (zie hier). Om toekomstige fraudegevallen te kunnen voorkomen stelde de KNAW in het najaar van 2011, op het hoogtepunt van de berichtgeving over Stapel, een commissie samen die zou inventariseren hoe onderzoekers beter met hun gegevens konden omgaan.

Code wetenschapsbeoefening

Vorige week publiceerde de commissie, onder leiding van oud-hoogleraar Kees Schuyt, haar advies over omgang met wetenschappelijke onderzoeksgegevens. De korte conclusie van het 135-pagina’s tellende rapport is: “De regels zijn goed, maar de naleving moet scherper”. Er bestaat namelijk regelgeving over fraude, de Code Wetenschapsbeoefening van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). Deze is op de website van de VSNU te downloaden, waar ter illustratie ook alle behandelde fraudegevallen sinds 2005 zijn te vinden. Onder het motto Voorkomen is beter dan genezen omschrijft de VSNU het doel van het rapport met “Onderzoekers, promovendi en studenten krijgen de eisen van integere wetenschapsbeoefening voorgehouden. In de promotieopleidingen—en ook daaraan voorafgaand (…)—wordt systematisch aandacht gegeven aan de correcte manier van onderzoek doen. Bij hun aanstelling aan de universiteit moeten onderzoekers verklaren de code wetenschapsbeoefening te kennen en daarnaar te zullen handelen.”

Echter, in de 8 jaar dat mijn wetenschappelijke carrière heeft geduurd, heb ik (en bij navraag ook anderen) deze VSNU-code nooit gezien. De belangrijkste aspecten van de VSNU-code, zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, controleerbaarheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid van onderzoek, worden je in een goede wetenschappelijke opleiding gelukkig vanzelf duidelijk. Gegevens verzinnen zoals Diederik Stapel, is nooit bij me opgekomen, maar ik sluit niet uit dat ik, tijdens de honderden experimenten die ik heb gedaan, ooit twee buisjes omgewisseld heb, of een foto verkeerd heb gelabeld. Ben ik een fraudeur als dit inderdaad het geval was? Of gewoon een mens die een fout maakt?  

Vertrouwen

De KNAW wil met hun advies de onderzoekers meegeven dat: “voor de individuele onderzoeker zorgvuldig en integer gedrag … vanzelfsprekend moet zijn: ‘doing the right thing even when no one is watching’”. Dit is voor de meeste wetenschappers doodnormaal, maar extra bewustwording kan geen kwaad. Ik ben zeker niet de enige wetenschapper die in 8 jaar de regels nog nooit heeft gezien. Het zou voor iedere in Nederland werkzame onderzoeker verplicht moeten worden deze (nog eens) te lezen, iets waar de universiteiten op moeten aansturen. Hopelijk zullen onderzoekers dan, wakker geschud door recente fraudegevallen, elkaar makkelijker aanspreken op kleine ongeregeldheden en zullen gevallen als Stapel eerder opgemerkt worden. Ook zou dit goed zijn voor de wetenschappers die een minder goede wetenschappelijke opleiding krijgen, wat helaas ook voorkomt. Dit laatste dreigt steeds vaker te gebeuren door een structurele verandering in de geldstromen binnen de wetenschappelijke wereld, waarbij “universiteiten steeds commerciëler gaan denken, en meer bezig zijn met samenwerking met bedrijven, dan onafhankelijke wetenschapsbeoefening” – aldus Kees Schuyt in de NRC, n.a.v. de presentatie van het KNAW-advies.

Ondanks het geval Stapel heeft de KNAW gelukkig nog vertrouwen in hun wetenschappers, maar waarschuwt ze dat we wel moeten blijven opletten. Laten ook de media en het publiek ervan uitgaan dat wetenschappers niet frauderen, in plaats van elk foutje op te blazen. Veruit de meesten zijn niet op roem belust, maar zijn op zoek naar de waarheid. Helaas maakt een mens ook in die nobele zoektocht wel eens een foutje.