Opiniestuk n.a.v. interview prof. dr. H. Schellekens in de Volkskrant d.d. 11-08-12

Als ik een doorgewinterde “complotdenker”  was – en ik zou de mainstream media nog lezen – dan was ik afgelopen zaterdag van mijn stoel gevallen bij het lezen van het interview met prof. dr. Huub Schellekens. (VK, 11-08-12). Een hoogleraar Medische Biotechnologie aan de Universiteit Utrecht, en lid van het College ter Beoordeling Geneesmiddelen, die de misstanden rond de farmaceutische industrie grondig aankaart! “Medicijnfabrikanten krijgen geld voor gebakken lucht” kopt het artikel sensationeel. En even verderop: “de ontwikkeling van een weesgeneesmiddel kost eigenlijk geen drol”. We betalen op jaarbasis zelfs “een miljardje of 5,6 te veel” aan medicijnen. Geld, dat deze “bedrijven aan de bescherming van hun positie besteden”. Waar is de politiek, zou ik mij retorisch afgevraagd hebben. Maar helaas, “Tweede Kamerleden [zijn] niet helemaal immuun voor wat er gebeurt” en “om de een of andere reden slaat het onderwerp niet aan” stelt Schellekens spijtig. Zie je wel, het is één groot complot, zou ik geconcludeerd hebben.

Nu ben ik geen complotdenker, maar socioloog en promoveer ik aan Erasmus Universiteit Rotterdam op – kort door de bocht gesteld – dit “complotdenken”. In het etnografische onderzoek waar ik nu midden in zit kom ik geregeld in contact met deze mensen die in meer of mindere mate complotten zien achter de gang van zaken rondom een hoop hedendaagse fenomenen. Inderdaad, soms gaan de verhalen over UFO’s, graancirkels en buitenaardse wezens, maar eigenlijk veel vaker vertellen zij over de perverse werking van onze eigen technologieën, industrieën en instituten, en kunnen zij hier vaak geen andere verklaring voor vinden dan die van een complot. Zo spreken zij over het inherent corrupte financiële systeem debet aan de “crisis”, of over de voedingsmiddelenindustrie die ons op grote schaal vergiftigt (denk aan bepaalde E-nummers). En uiteraard vertellen zij ook over de farmaceutische industrie die miljardenwinsten maken met medicijnen die ofwel niet eens echt goed werken (zoals anti-depressiva) of zelfs gevaarlijk zouden zijn (zoals allerlei vaccinaties).

Natuurlijk gaat het mij hier – en in mijn promotieonderzoek – niet om het wel of niet gelijk hebben van deze mensen, dat zou sociologisch gezien niet erg interessant zijn. Maar wel gaat het mij om hoe bepaalde ideeën, verhalen, kritieken gediskwalificeerd en uitgeschakeld worden door het label “complottheorie” opgeplakt te krijgen. Kennis kent namelijk geen inherente waarheid of legitimiteit, waar verkrijgt deze vanuit de theoretische en sociale context waar deze in zichtbaar wordt. Bovendien is kennis, simpelweg gesteld, ook (politieke) macht. In mijn onderzoek staat dan ook centraal hoe dit proces van legitimering en discreditering van kennis precies werkt, waarbij ik onderzoek hoe verschillende publieken zich mobiliseren rondom bepaalde issues en hieromheen kennis produceren die uiteraard gerelateerd is aan hun belang en (machts)positie in dit veld van kennisproductie. En ik kan u vertellen dat wanneer uw beklag of belang als “complottheorie” bestempeld wordt, er weinig van waarde over blijft: u bent moreel en politiek uitgeschakeld.

Een treffend voorbeeld is de weerstand tegen het baarmoederhalskankervaccin waardoor de inentingscampagne van het RIVM in 2009 geen groot succes was. Zo stelden Anneke Bleeker en haar beweging “verontrustemoeders.nl” grote vraagtekens bij het nut en de veiligheid van deze inentcampagne: het zou slecht, of überhaupt niet werken, het zou een hoop gevaarlijke bijwerkingen hebben, en bovendien zou een grootscheepse inentingsactie niet echt nodig zijn maar vooral de verkoopcijfers dienen van de grote farmaceutica die hier ook nog eens veel te veel voor zouden rekenen. Kortom, praktisch dezelfde bezwaren zijn als die professor Schellekens afgelopen zaterdag in de Volkskrant etaleert. Toch werd mevrouw Bleeker in de meeste media als gevaarlijk paranoïde complotdenker weggezet, die ons zou terugvoeren naar, om met de woorden van Elsevier-wetenschapsjournalist Simon Rozendaal te spreken, “de irrationaliteit van de middeleeuwen” (Elsevier, 26-03-2011).

“Moeten we dan maar elke paniek van deze paranoïde mensen geloven en onze moderne samenleving te gronde laten richten?” hoor ik u (misschien) al roepen. Natuurlijk niet, zou ik zeggen, maar we kunnen wel hun sociale en politieke kritiek als agenderende macht gebruiken. In een tijd waar, zoals collega socioloog Willem Schinkel in “De Nieuwe Democratie” uitgebreid betoogt, de macht en kracht van de “markt” en de “media” onze democratie regeert, en wetenschappelijke kennis een steeds belangrijkere politieke rol speelt, zou de productie van kennis democratischer geregeld moeten worden. Niet iedereen heeft namelijk evenveel (financiële) mogelijkheden om zijn of haar gelijk aan te tonen, en dat van anderen in diskrediet te brengen. Hierdoor ontstaat de nogal scheve situatie waar de balans vaak in het voordeel van de grote industrie uitvalt. Welnu, om met de woorden van Schinkel te spreken: “het geld is al goed vertegenwoordigd – het publieke belang moet als tegenmacht georganiseerd worden” (p. 185). Één mogelijkheid daartoe zou een meer democratisch geregelde kennisproductie zijn, waar de stem van “verontruste moeders” niet als “complottheorie” afgeserveerd wordt, maar zich eerlijk kan mobiliseren in dit veld van kennisproductie.

Jaron Harambam is promovendus Sociologie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam