Deze zomer gaf ik ‘wetenschapsles’ in een gevangenis voor pubers, een gesloten jeugdzorginrichting. Dat klinkt als zwaar werk, maar het was een feest. Waarschijnlijk omdat ik me zo nuttig voelde. Ieder sprankje nieuwsgierigheid dat ik kon lospeuteren voelde als een overwinning. Of het ook echt nuttig was voor die kinderen, of ik ‘productief’ was, weet ik niet.

Maar docentproductiviteit kun je meten, stimuleren, en volgens sommigen zelfs wegbezuinigen door de nullijn voor lerarensalarissen aan te houden. Vorige week verscheen een rapport van onder anderen John List en Steven Levitt, twee economen van de Universiteit van Chicago, dat voor het eerst overtuigend laat zien dat docentproductiviteit te sturen valt. Het afnemen van vooruitbetaalde bonussen stimuleert docenten om hun leerlingen beter te laten presteren, bewijzen List en Levitt.

Scholen, met name die in ontwikkelingslanden, proberen al jaren uit te zoeken wat leraren productiever maakt. Een eerste voorwaarde om de leerprestaties van de kinderen te vergroten is de aanwezigheid van de leraar, nog los van wat hij doet. In ontwikkelingslanden is dat geen vanzelfsprekendheid. In India bijvoorbeeld zorgde een bonussysteem ervoor dat er de helft minder gespijbeld werd – door de onderwijzers zelf. Wie de documentaire Waiting for Superman heeft gezien, begrijpt waarom er ook in Amerika naar ordinaire bonussen voor onderwijzers wordt gegrepen. De leraren komen wel opdagen, maar op sommige publieke scholen krijgen leerlingen zo slecht onderwijs dat ze er praktisch als analfabeet vanaf komen. De lobby van de lerarenvakbond tegen prestatie-afhankelijke betaling – en vóór senioriteit – is sterk. Vorig jaar werd 75.000 dollar aan bonussen uitbetaald aan scholen in New York, maar de schoolleiding mocht zelf beslissen hoe de verdiende bonussen onder het personeel verdeeld werden. In de praktijk verdeelden de scholen het geld gelijkelijk over alle leraren, goed én slecht – en dat was waarschijnlijk nog omdat beloning naar senioriteit expliciet verboden was. Het gevolg was minder gemotiveerde leraren en lagere leerprestaties.

List en Levitt wilden, gewapend met geld van donateurs, toch nog eens nauwkeuriger testen of bonussen effect konden hebben. Ze deelden scholen in twee willekeurige groepen in. In de ene groep konden de leraren aan het einde van het jaar een ouderwetse bonus tot 8000 dollar verdienen, afhankelijk van de leerprestaties van hun leerlingen. Op de andere scholen kregen de leraren 4000 dollar aan het begin van het schooljaar. Als hun leerlingen goed presteerden, konden deze leraren in totaal ook tot 8000 dollar verdienen; maar als hun leerlingen minder vooruitgang hadden geboekt dan anderen, moesten ze die eerste 4000 dollar worden terugbetalen. Vooruitgang werd in dit onderzoek bepaald als het percentiel scores dat hoger was dan dat van anderen in dezelfde (demografische en ruimtelijke) omgeving. Bij een bepaalde score van de klas had een leraar dus aan het einde van het jaar net zo veel geld verdiend als wanneer hij in de andere bonusvariant ingedeeld was geweest.

Zowel gezonde verstand als de traditionele econoom zouden zeggen dat in beide gevallen de prikkel hetzelfde is, dus het resultaat waarschijnlijk ook. Toch lieten de docenten die het geld vooruitbetaald kregen hun studenten aanzienlijk beter presteren. Hun leerlingen haalden 10 % betere cijfers in wiskunde en begrijpend lezen dan anderen, terwijl de ouderwetse bonussen geen enkel effect hadden op de prestaties van de leerlingen. Een skeptische lezer zou kunnen denken dat docenten die geld krijgen voor hoge cijfers misschien een oogje dichtknijpen als hun zwakke leerlingen afkijken. Maar de leerlingen scoorden ook 13% beter op de staatsbrede toetsen voor alle vakken, terwijl die resultaten buiten de beloning van de leraar vielen.

Bonussen werken dus niet in het onderwijs; het afnemen van bonussen werkt des te beter. Ik kan niet uit ervaring spreken, want mijn eenmalige docentschap was vrijwilligerswerk. Maar als beloning afpakken zo goed werkt, zet dit onderzoek de terugvorderoptie van bankiersbonussen van de commissie De Wit in een nieuw licht.