Na behandeling met chemotherapie van leukemiepatiënten blijven er meestal slapende kankercellen achter. Op een onverwacht moment ontwaken deze kankercellen en keert de leukemie terug. Het vroegtijdig wakker maken en uitroeien van deze cellen is een veelbelovende aanpak om terugkeer van leukemie te voorkomen.

“We moeten ze wakker maken in plaats van slapende houden”, zei Andreas Trumpp twee jaar geleden op een congres over stamcellen en kanker in Los Angeles. “En na het ontwaken moeten we ze snel doden”. Trumpp is hoogleraar aan het Duitse Kanker Onderzoek Centrum, DKFZ, in Heidelberg. En wat hij en andere onderzoekers al jaren waarnemen: slapende, niet delende leukemiecellen zijn verantwoordelijk voor de terugkeer van kanker na chemotherapie. Deze terugkeer kan na jaren maar ook na enkele maanden plaatsvinden. Maar als de leukemie terugkeert volgt daarop meestal snel de dood van de patiënt.

Terugkeer

Leukemie is een verzamelnaam voor verschillende vormen van bloedkanker, waarbij door ongecontroleerde deling van witte bloedcellen het beenmerg wordt aangetast. Alvorens een kankercel zich kan vermenigvuldigen moet ze eerst haar DNA verdubbelen. Chemotherapie, de meest toegepaste behandeling van leukemie, kruipt als het ware in het DNA en steekt een stokje voor deze verdubbeling waardoor de kankercel niet meer kan delen en zelfmoord pleegt. Het probleem van slapende kankercellen is dat deze cellen niet delen en daarom ongevoelig zijn voor chemotherapie. Wel kunnen deze ‘slaapkoppen’ op een ongelegen moment wakker worden en zich plotseling weer vermenigvuldigen; de leukemie is terug.

De tweelingbroer van de stamcel

Slapende leukemiecellen lijken veel op bloedvormende stamcellen in het beenmerg en worden daarom ook wel kankerstamcellen genoemd. Je hebt delende en slapende bloedvormende stamcellen. Delende stamcellen kunnen gedurende een heel mensenleven de bloedcellen van je bloed worden. Dit is nodig want bloedcellen leven maar enkele dagen tot jaren en je bloed moet dus steeds vervangen worden. Slapende stamcellen komen pas in actie als er stress of schade optreedt aan al aanwezige cellen waardoor er opeens nieuwe aanmaak van bloedcellen nodig is. Slapende leukemiecellen en stamcellen hebben veel gemeen; ze slapen beiden, hebben een lage stofwisseling, en kunnen plotseling wakker worden. Bovendien zijn ze beiden, door hun slapende karakter, ongevoelig voor chemotherapie.

Het ontwaken en doden

“Er is een mogelijkheid om stamcellen uit hun winterslaap te halen” zei Trumpp. In zijn laboratorium is gevonden dat het eiwit interferon-a,  dat deel uit maakt van het afweersysteem, slapende stamcellen kan aanzetten om te delen en nieuwe bloedcellen aan te laten maken. Bovendien konden deze gezonde stamcellen alleen door chemotherapie gedood worden als eerst interferon-a was toegediend. Interferon-a laat stamcellen dus ontwaken waardoor ze gevoelig worden voor anti-kankermiddelen. Interessant aan deze bevinding is de mogelijke toepassing bij het laten ontwaken en doden van de tweelingbroer van de stamcel, de kankerstamcel. Dat deze denkwijze zo gek nog niet is bewijst het klinische gebruik van interferon-a in het verleden. Patiënten met chronische myeloide leukemie [LINK: http://nl.wikipedia.org/wiki/Chronische_myelo%C3%AFde_leukemie] (CML) worden tegenwoordig behandeld met het medicijn imatinib. Echter na het stoppen van de behandeling komt de leukemie vaak terug terwijl patiënten die voor het imatinib tijdperk nog zijn behandeld met interferon-a minder vaak een terugkeer van de leukemie laten zien.

De praktijk

Maar kan interferon-a ook werkelijk de terugkeer van leukemie voorkomen? Noorse onderzoekers hebben aangetoond dat behandeling van CML patiënten met een combinatie van imatinib en interferon-a betere resultaten geeft dan imatinib alleen. De onderzoekers vonden minder overgebleven leukemiecellen na combinatietherapie. Of de terugkeer van de leukemie langer of helemaal wegblijft moet nog blijken. Bij het VU Medisch Centrum in Amsterdam gaat binnenkort een vergelijkbare studie van start. CML patiënten krijgen eerst imatinib om het merendeel van de leukemiecellen te doden. Als er na deze behandeling nog leukemiecellen over zijn krijgen de patiënten vervolgens een combinatie van imatinib en interferon-a. “Ik verwacht dat het aantal patiënten waarbij het restje leukemiecellen helemaal verdwenen is zal verdubbelen” zegt Jeroen Janssen, hematoloog in het VU. Janssen: “Als de leukemiecellen na deze combinatietherapie helemaal weg zijn is de verwachting dat we met behandelen kunnen stoppen”. Stoppen met imatinib is voordelig voor de patiënt want het gebruik geeft vervelende bijwerkingen. Bovendien heeft stoppen een groot economisch voordeel; levenslang imatinib gebruik is een kostbare aangelegenheid.

De schaduwzijde

Dit klinkt allemaal mooi, maar is er ook een schaduwzijde? Bij leukemie heeft de patiënt natuurlijk ook nog gezonde stamcellen. Ook deze gezonde cellen zullen ontwaken door interferon-a en gedood worden door chemotherapie. Voor CML patiënten die imatinib nemen lijkt het verhaal echter rooskleuriger, want het specifieke kankermedicijn doodt de ontwaakte kankercel terwijl het de gezonde cel spaart. “Toch is er wel een groot probleem met het gebruik van interferon-a” zegt Janssen. “Patiënten houden het moeilijk vol”. Een deel van hen krijgt spierpijn, hoofdpijn, vermoeidheid, koorts en algehele malaise. Dit hangt af van de gebruikte hoeveelheid maar is voor veel patiënten reden om er mee te stoppen. De toekomst van interferon-a zal liggen in het tegengaan van terugkeer van leukemie, maar even zo belangrijk in het verminderen van de bijwerkingen.

Linda Smit is groepsleider bij Hematologie aan het VU Medisch Centrum