Denkende bonobos - rechtenvrije afbeelding

Het hoeft niemand te verbazen dat de recente gevallen van wetenschappelijke fraude ook veel wetenschappers choqueerden. Opvallender is dat ook de collega’s met wie zij samen hun gemanipuleerde data publiceerden vaak geen benul hadden van de gepleegde fraude. Hadden zij dit niet moeten weten? Zijn zij immers niet verantwoordelijk voor de gehele publicatie zodra zij hun naam boven het document zetten?

Niet alle wetenschappers denken zo. In 2007 werd er zelfs een artikel gepubliceerd door een drietal bonobo’s (samen met één menselijke onderzoeker). Het artikel gaat over het welzijn van apen. De menselijke onderzoeker ontwikkelde in interactie met de bonobo’s een taal die door zowel de onderzoeker als de apen werd begrepen.

De bonobo’s – genaamd Kanzi Wamba, Panbanisha Wamba, en Nyota Wamba – konden vervolgens zelf antwoord geven op vragen over hun welzijn. Daarmee veranderden ze van object van onderzoek tot subject dat zelf een bijdrage leverde aan de kennisproductie. En dus verdienden ze het auteurschap, zo ging het argument. Het artikel passeerde de peer review en werd gepubliceerd.

Tientallen auteurs

Over de verantwoordelijkheid die bij het wetenschappelijke auteurschap hoort bestaan geen heldere regels. In vakgebieden als filosofie en geschiedenis publiceren wetenschappers nog vaak alleen. De auteur heeft wellicht nuttige ideeën ontleend aan anderen maar dat betekent niet automatisch dat die ander een coauteur wordt. In vakgebieden als de geneeskunde en de natuurkunde is het daarentegen niet ongebruikelijk dat artikelen tientallen auteurs hebben. Het artikel toont niet alleen de naam van de promovendus die de data heeft geproduceerd en het schrijfwerk heeft verricht.

Ook de collega die een eerste versie van het manuscript heeft becommentarieerd, de hoogleraar die de financiering heeft geregeld en de technicus die heeft geholpen om de microscopen af te stellen staan soms als coauteur vermeld. Sommige vakgebieden en instellingen hebben daarom regels vastgesteld voor het bepalen van de volgorde van de auteurs; maar over verantwoordelijkheid wordt daarin maar weinig gezegd.

Als deze uiteenlopende praktijken iets duidelijk maken, dan is het wel dat auteurschap meer zegt over de verdeling van erkenning dan over de verdeling van verantwoordelijkheid. De apen worden vermeld omdat zij in de ogen van hun ‘collega’s’ erkenning verdienen voor hun bijdrage aan het onderzoek in de vorm van een naamsvermelding op de publicatie. Hetzelfde geldt voor de professor die voor de financiering heeft gezorgd.

Deze opmerkelijke coauteurs zijn weliswaar verantwoordelijk voor de totstandkoming van de data, maar kunnen zij daarmee automatisch verantwoordelijk worden gehouden voor de gehele inhoud van het artikel, en daarmee voor mogelijke fraude? In het geval van de apen is dit duidelijk een brug te ver. De apen weten niet welke eisen er aan wetenschappelijke publicaties worden gesteld of wat fraude überhaupt betekent. We kunnen de apen niet verantwoordelijk houden voor het overtreden van regels die ze niet kenden.

Broodje aap

Ook bij artikelen met alleen menselijke auteurs is het niet altijd realistisch om alle auteurs individueel verantwoordelijkheid te houden voor de volledige inhoud van het artikel. De technicus zal niet altijd helemaal goed kunnen inschatten wanneer de cijfers van de hoogleraar een broodjeaapverhaal blijken te zijn, en evenmin kan de menselijke onderzoeker er helemaal zeker van zijn dat haar apenlijke collega’s niet liegen.

Niet alle auteurs kunnen dus precies inzien wat het werk van hun coauteurs behelst. Dit is ook niet zo gek. Dat een andere wetenschapper iets kan wat je zelf niet kunt is juist een goede reden om te gaan samenwerken. Maar het verklaart wel waarom fraude soms zo moeilijk te ontdekken valt en waarom zelfs coauteurs zich lieten verrassen door hun vals-spelende collega’s.

Hoewel we intuïtief vinden dat je naam boven een artikel zetten een zekere collectieve verantwoordelijkheid met zich meebrengt, is het niet realistisch om iedere auteur individueel verantwoordelijk te houden voor de volledige inhoud. Wel zouden wetenschappers expliciet kunnen benoemen welke auteur heeft bijgedragen aan welk deel van het onderzoek. Auteurschap blijft dan een manier om erkenning te verdelen, maar wordt dan ook een manier om verantwoordelijkheid toe te wijzen voor de inhoud. Dit lost het probleem van fraude niet op, maar zorgt er wel voor dat de coauteurs van frauderende wetenschappers minder snel voor aap staan.