Met het strategisch uitgelekte concept-advies om te stoppen met het vergoeden van enzymtherapie voor patiënten met twee zeldzame stofwisselingsziekten heeft het College voor Zorgverzekeringen de discussie over de financieringsstructuur van de gezondheidszorg flink aangejaagd. Het is hoog tijd dat Nederland echte keuzes neemt over wat voor soort zorg het wil.

De zorg in ons land is relatief goed. Nederland wordt echter nu gedwongen te beslissen of het zorg met een relatief homogene, gemiddelde kwaliteit en een solidair financieringsstelsel wil behouden. Het concept-advies over mensen met een erfelijke stofwisselingsziekte is een teken dat het CVZ een beslissing wil forceren.

Verantwoordelijkheid
De Nederlandse politiek, maar ook de Nederlandse burger, steekt als het om de zorg gaat zijn kop zo diep mogelijk in de klei. Hoewel alle partijen dringen om de macht, bestaat er nul bereidheid om echt verantwoordelijkheid te nemen. Hun ideeën dat je meer en nog betere zorg kunt krijgen voor minder geld zijn kinderlijk onrealistisch, en ze komen er helaas mee weg.

Toch zijn de keuzes betrekkelijk helder. Grofweg zijn er drie opties:

1: kiezen voor solidariteit. Iedereen verplicht verzekerd, zorgaanbieders in loondienst in plaats van in maatschappen of andere winstgerichte ondernemingen en een jaarlijks vastgesteld plafond aan de totale zorguitgaven waardoor de kosten per inwoner niet onbeheersbaar groeien en waardoor behandelaars gedwongen worden om zelf de keuzes te maken over wie welke zorg krijgt. De schaarste van middelen zal de controle-MRI voor een bedlegerige 89-jarige voor een arts minder urgent maken dan de longfoto van een kuchend kind met koorts. Voor de kwaliteit betekent dit dat het ziekenhuis in Waalwijk in basis even goede zorg zal leveren als een academisch medisch centrum.

2: hopen dat als anderen geld verdienen aan onze ziekte, iedereen beter wordt. Dokters worden meer dan ooit winkeliers, ziekenhuizen groothandels en verzekeraars contractmanagers. Iedereen probeert zoveel mogelijk winst te maken, wat vooral goed gaat door het totale zorgvolume op te voeren en/of zo kostbaar mogelijke behandelingen te verkopen. Dit model is live te observeren in Amerika, waar 17.4% van het bruto binnenlands product (BBP) aan zorg opgaat die niet eens algemeen toegankelijk is (in Nederland is dat nu 12%). Door concurrentie op kwaliteit zullen de verschillen uiteenlopen, waardoor alleen de financieel krachtigen zich in topklinieken kunnen laten behandelen, en het gros met goedkopere maar matigere zorg in Waalwijk genoegen moet nemen.

3: geen keuze maken. De inrichting van de zorg meandert verder, vooral onder invloed van de zorgverzekeraars en (commerciële) ziekenhuizen, die beiden geen enkel belang hebben bij het beheersen van het zorgvolume. De eindsituatie ligt waarschijnlijk dicht bij optie 2.

Als we ziekte realistisch durven benaderen, is het behouden van een op solidariteit gebaseerd systeem met een goede basiskwaliteit zeker mogelijk. Voor de individuele burger betekent dit prima zorg voor een relatief betaalbare premie die in balans wordt gehouden door een soms iets langere wachttijd en minder onderzoeken ‘voor de zekerheid’.

Laat u bij het kiezen niet afleiden door de vloot aan proefballonnetjes die beleidsmedewerkers momenteel loslaten. Symboolpolitieke nonsens zoals het eerder gelanceerde plan van een boete voor mensen die als medisch specialist in opleiding werken of het nu voorgestelde staken van het vergoeden van enzymtherapie leveren geen structurele oplossingen.

4 euro
Iedereen kan narekenen dat de zorg niet ineens betaalbaar wordt door te stoppen met het betalen van de 4 euro per jaar die iedere Nederlander in 2010 uitgaf om mensen die de pech hebben gehad de ziekte van Pompe of Fabry te hebben van enzymtherapie te voorzien. Op de totale zorgkosten van ruim 5000 euro per persoon per jaar is het in mijn ogen welhaast crimineel om hen als voorbeeld te gebruiken, terwijl de deels door gedrag gestuurde stofwisselingsziekte van anderhalf miljoen Nederlanders die obesitas heet voor ruim 500 miljoen aan directe, en 2 miljard euro aan indirecte zorgkosten veroorzaakt.

Natuurlijk is een half miljoen per patiënt per jaar veel geld voor een behandeling, maar het is zot als de overheid vervolgens concludeert zich te moeten terugtrekken. De overheid moet doen waarvoor die bedoeld is: het belang verdedigen van de burgers, die dat op individuele basis nauwelijks kunnen. Bedrijven zijn groot genoeg om hun eigenbelang na te streven.

In plaats van het over te laten aan de markt zou Nederland ervoor moeten kiezen zelf de verantwoordelijkheid over de inrichting van de zorg te nemen. Zolang we ons als burgers, maar ook als politiek, als zachte, twijfelzieke heelmeesters laten meevoeren door onze neiging om onze verantwoordelijkheden te ontlopen en pijnlijke beslissingen voor ons uit te schuiven blijft de zorg een probleem waarvan de kosten onnodig oplopen.