Complotdenken is wijdverbreider dan ooit tevoren, waarbij de onzintheoretici het in twijfel trekken van algemeen aanvaarde wetenschap vaak niet schuwen. Wie begrijpt hoe een perfecte complottheorie eruit ziet kan er als bona fide wetenschapper beter mee omgaan.

De migrante die onze afdeling schoonmaakt vertelde me gisteren voor de derde keer over haar angst voor de door vliegtuigen gemaakte strepen aan het hemelgewelf. Op internet had ze gelezen dat hogere overheden vanuit vliegtuigen deze zogenaamde ‘chemtrails’ spuiten, vol stoffen die mensen onvruchtbaarder maken en ziekten van de luchtwegen veroorzaken om ons afhankelijk te houden van de gezondheidszorg. Ze vroeg mij als onderzoeker wat ik ervan dacht.

Het internet is voor mensen die broodje-aapverhalen de wereld inkatapulteren het best denkbare medium. Met nog minder redactionele controle dan in de inmiddels vaak ook al niet meer zo waterdichte reguliere journalistiek en vrijwel ontraceerbare bronnen is enige kennis van website-programmeren en een vlotte pen voldoende om een complottheorie te publiceren.

Een succesvolle complottheorie bespeelt onze angsten en frustraties perfect. In een continuüm met religie kanaliseren dit soort ideeënstelsels gevoelens van onmacht over de negatieve gebeurtenissen van het leven, waarbij de verantwoordelijkheid voor ellende bij een hogere macht wordt geplaatst. In het geval van de chemtrails-complottheorie krijgt een vaag omschreven groep elitaire samenzweerders op die manier de schuld van onder andere diverse ziekten en de afnemende vruchtbaarheid, afhankelijk van welke website u over dit fenomeen raadpleegt.

slechteriken
Naast overheden, buitenaardse mogendheden en de Russen kunnen ook wetenschappers in de ogen van complottheoretici als slechteriken figuren. De doorgaans te goeder trouw handelende wetenschappers moeten vervolgens de keuze maken hoe ze met zo’n complottheorie willen omgaan.

Negeren sterkt de complotdenkers in hun idee dat informatie wordt achtergehouden, maar pogingen om met wetenschappelijk bewijs zo’n onzintheorie te ontkrachten zijn minstens even vruchteloos, omdat dit voor complotgelovigen bewijst dat zelfs de data worden gemanipuleerd. Een goede wetenschapscomplottheorie laat zich kortom per definitie niet met wetenschappelijk bewijs ontzenuwen.

De complotdenkers zullen bovendien iedere marge van onzekerheid, die toch inherent is aan wetenschap, uitvergroten, uiteraard zonder dat ze zich genoodzaakt zien zelf harde bewijzen voor hun complottheorie te verzamelen. Matige media presenteren vervolgens de theorie in een voor- en tegenformat, waarbij de echte wetenschapper per definitie in de ongunstige verdedigende positie gedwongen wordt, en de – soms wetenschappelijk geschoolde – complotdenker tot gelijkwaardige gesprekspartner wordt gepromoveerd.

Wetenschappers moeten het niet accepteren dat complottheorieën de status krijgen van ‘alternatieve wetenschappelijke zienswijze’. Anders dan complotdenkers vaak impliceren bestaat er een groot verschil tussen complottheorieën enerzijds, en wetenschappelijke gedachten anderzijds.

Galileo’s onorthodoxe hypothese over de vorm van de aarde ging weliswaar tegen het wetenschappelijk establishment in, maar hij produceerde vervolgens ook de experimentele data om zijn idee te staven. Complottheoretici doen dit nooit: hoewel bijvoorbeeld de chemtrail-hypothese met eenvoudige experimenten te ontkrachten zou zijn is er geen complotgelovige die de moeite neemt zo’n test uit te voeren. Bij het ontzenuwen van zijn theorie heeft geen enkele gelovige belang, want het ondergraaft zijn eigen zekerheden.

onethisch
Helaas zijn diverse complotten waarin wetenschappelijke kennis in twijfel wordt getrokken in potentie zo schadelijk dat het voor wetenschappers onethisch zou zijn ze volledig te negeren. De kletskoek dat er geen verband zou zijn tussen HIV-besmetting en AIDS droeg er bijvoorbeeld aan bij dat het anti-HIV-beleid van de Zuid-Afrikaanse regering volkomen ontoereikend was, wat naar schatting 330.000 mensen onnodig het leven heeft gekost. De door klimaatpiraten gepropageerde ontkenning van het verband tussen onze activiteiten en de aardopwarming heeft door het remmen van positieve politieke besluitvorming niet alleen impact voor de mens, maar raakt ook vele andere dier- en plantensoorten.

Met dit alles in gedachten – en het risico definitief tot de samenzweerders te worden gerekend – heb ik een poging gewaagd mijn collega wat betreft de vermeende chemische lading van de condensstrepen boven de Amsterdamse Bijlmer gerust te stellen. Dat die vliegtuigstrepen wel degelijk een symbool zijn van het gevaar dat we als mensheid op dit moment voor de aarde vormen, en dat het gebrek aan daadkracht om die roofbouw op de draagkracht van het ecosysteem te beperken me welhaast doet geloven dat de oliemaatschappijen en multinationals daar een vuile rol in spelen, dat heb ik maar niet verteld.