microbiome

Met z’n biljoenen zijn ze. Overal. Op en in ons lichaam : u sleept 1 à 3 kilo mee aan bacteriën. Op onze huid, in onze mond, in onze neus en in onze darmen. En ze zijn momenteel niet uit het wetenschappelijk nieuws te slaan. Er wordt erg veel gepubliceerd over het microbioom, de samenstelling van deze bacteriën die op en in ons leven. Dat is niets nieuws, zo’n driehonderd jaar geleden toen de microscoop net was uitgevonden werd al naar deze bacteriën getuurd. Maar een recent ontwikkelde techniek heeft het mogelijk gemaakt om deze bacteriën in kaart te brengen zonder ze te hoeven kweken. De wetenschappelijke bladen staan sindsdien vol met onderzoek naar bijvoorbeeld de invloed van de darmflora op onze gezondheid.

Een voorlopig hoogtepunt van dit onderzoek verscheen drie weken geleden in het wetenschappelijke blad Nature. Daar werden de uitkomsten van het Human Microbiome Project (HMP) gepresenteerd; een consortium van onderzoeksgroepen die van 242 gezonde volwassenen op verschillende plekken op het lichaam het microbioom hebben bepaald. Deze plekken variëren van verschillende plaatsen op de huid, neus, mond, tanden, keel en vagina, tot, om darmbacteriën in kaart te brengen, de poep. Van ieder persoon werd over een periode 22 maanden drie keer een sample genomen, in totaal zo’n 11.000 samples. Tussen mensen werd in poep en in materiaal afkomstig van tanden de grootste variëteit aan bacteriën aangetroffen, terwijl het microbioom van de vagina de minst grote verschillen liet zien.

Eerst een aantal bevindingen op een rij: op en in ons lichaam leven biljoenen micro-organismen, veel meer dan het aantal cellen van ons lichaam. De HMP onderzoekers hebben vastgesteld dat er zo’n 10.000 bacteriële soorten ons lichaam bezetten. Deze bacteriën zijn met z’n allen goed voor zo’n slordige acht miljoen genen terwijl er ‘maar’ zo’n 22.000 menselijke genen zijn.

Wat maakt het microbioom nu zo speciaal en waarom is het belangrijk dat deze bacteriën in kaart gebracht worden? Veel van deze bacteriële genen zijn belangrijk voor de mens; ze maken bijvoorbeeld eiwitten die bepaalde voedingsmiddelen afbreken zodat ze door de darmen kunnen worden opgenomen. Wij zijn afhankelijk van ons microbioom, en dit gaat verder dan bacteriën die ons helpen eten te verteren. Recent is aangetoond dat steriele muizen meer last hebben van luchtweginfecties en darmontstekingen dan muizen die niet steriel, dus met een microbioom, zijn opgegroeid. Dit wordt veroorzaakt door een bepaalde klasse van immuuncellen, de T-cellen. Als de steriele muizen in de eerste weken van hun leven worden blootgesteld aan bacterien groeien ze op met een normaal immuunsysteem. Het microbioom speelt dus ook een rol bij het trainen van ons immuunsysteem.

Dat het microbioom belangrijk is staat buiten kijf. Maar de (typisch Nederlandse) vraag blijft of de 153 miljoen dollar die het HMP tot nu toe heeft gekost in verhouding staat tot wat het project oplevert. Francis Collins, de baas van het National Institute of Health die het consortium coördineert, vergelijkt het project graag met de 15e-eeuwse ontdekkingsreizigers die nieuwe gebieden ontdekten. Die reizen leverden uiteindelijk zoveel grondstoffen en handelswaar op, dat de kaarten van het gebied hun gewicht in goud waard werden. Dit gaat waarschijnlijk ook gelden voor de tour de force van het HMP, hun onderzoek zal dienen als belangrijke referentie voor veel toekomstig werk. En dankzij dit onderzoek kennen we onze biljoenen bacteriële vrienden een stukje beter.