tubergen

Frank van Tubergen van de Universiteit Utrecht is zowel socioloog als filosoof en doet onderzoek naar allerlei sociale verschijnselen en processen. In verschillende landen bestudeert hij zaken als sociale ongelijkheid, taalverwerving, gemengde huwelijken, onderwijsloopbanen, sociale netwerken én, zoals hij hier in deze column beschrijft, religie.

Waarom zijn de Amerikanen zo religieus? Het is een puzzel waarover sociologen zich al decennia buigen. De meerderheid van de Amerikanen gaat iedere week naar de kerk, gelooft in God, en geeft aan dat religie een belangrijk rol speelt in hun leven. In andere Westerse landen heeft religie een minder prominente rol. In Europa heeft zich na de Tweede Wereldoorlog een proces van secularisering ingezet dat tot op de dag van vandaag voortduurt. De klassieke moderniseringshypothese zegt dat modernisering en secularisering hand in hand gaan. Met een hoger welvaartsniveau zou religie uit beeld raken. Het scholingsniveau neemt toe, het wetenschappelijk denken zorgt voor een kritische reflectie op religieuze dogma’s en door de veronderstelde spanning tussen religie en wetenschap zouden mensen gaan twijfelen aan hun religie. Landenvergelijkend onderzoek laat inderdaad een sterk negatieve samenhang zien tussen welvaart en religiositeit. De hypothese komt eveneens overeen met het proces van welvaartsgroei en secularisering in Europa in de afgelopen vijftig jaar. Maar waarom is het zo hoog ontwikkelde Amerika zo religieus? De moderniseringshypothese heeft daarvoor geen verklaring.

Markttheorie

Een mogelijke verklaring wordt gegeven door de ‘religieuze markttheorie’, een theorie die vooral in Amerika aanhang heeft onder sociologen en economen. Het idee is simpel. Zoals er een markt voor auto’s bestaat, zo is er ook een markt voor ‘religieuze producten’.  Sommige mensen willen bijvoorbeeld graag bij een vrijzinnige kerk horen, anderen geven de voorkeur aan een kerk met meer orthodoxe dogma’s. Als het aanbod van kerken, denominaties, en religies in een land divers is, en kerken hun best doen om hun religieuze producten te ‘verkopen’, dan zullen veel mensen naar de kerk gaan. Zo luidt de ‘religieuze markttheorie’  kort samengevat.

Dat zou kunnen verklaren waarom Amerika zo religieus is: de grote hoeveelheid religies, de vele protestantse denominaties en de vrijheid die aan kerken wordt geboden om zich zonder staatsinvloed te ontwikkelen, zou ervoor zorgen dat het aanbod optimaal afstemt op de vraag. En Europa? Dat kent monopolies van religies, zoals de dominante positie van de katholieke kerk in de Zuid-Europese landen, de protestantse kerk in Noordelijk Europa. De sterkere invloed van de staat in de religieuze markt zorgt ervoor dat er hier minder te kiezen valt dan in Amerika. Met als gevolg: we blijven thuis en keren ons af van religie.

Is de markttheorie dan de verklaring voor Amerika? Onderzoek wijst uit van niet. Er is geen overtuigend bewijs dat de diversiteit van religies in een regio of land een positief effect heeft op deelname aan een religie. Katholieke landen, bijvoorbeeld, zijn tegenstrijdig met deze theorie. Zo kent Ierland een eenzijdig aanbod van religie (katholieke kerk), maar zijn de Ieren wel sterk religieus.

Onzekerheid

Samen met een collega onderzocht ik een nieuwe theorie. Ons idee was dat onzekerheid een drijvende kracht achter religie is. Als mensen worden geconfronteerd met zorgen over hun financiële toekomst, angsten over hun gezondheid, levensbedreigende situaties, dan zullen ze zich meer aangetrokken voelen tot religie. De religieuze rituelen geven houvast, een gevoel van controle over de omgeving, en religieuze levenswijzen geven richting aan het soms onzekere bestaan.

Een belangrijke macro conditie voor onzekerheid is de inkomensongelijkheid en een gebrekkig sociaal vangnet in een land. Uit onze analyses van 60 landen bleek inderdaad dat mensen in landen met grotere inkomensongelijkheid en minder uitgaven aan sociale voorzieningen vaker naar de kerk gaan. Sterker nog: de grote inkomensongelijkheid in de VS bleek voor een groot deel de uitzonderlijke positie van Amerika te verklaren. Europa heeft een verzorgingsstaat en inkomensongelijkheden zijn geringer –zie daar de verklaring voor het verschil met Amerika.

De onzekerheidstheorie geeft dus een verklaring voor zowel het seculiere Europa als het religieuze Amerika. Natuurlijk, selectieve immigratie speelt waarschijnlijk ook een rol. En sociale beïnvloeding blijkt belangrijk (kinderen nemen de religie over van hun ouders en hun omgeving), wat zorgt dat de religieuze compositie van een land geleidelijk verandert, niet abrupt. Maar naast die overige factoren, lijkt onzekerheid een belangrijke bepaler van religie.

Als onderzoeker begin ik een theorie pas te geloven, wanneer deze stand houdt bij meerdere toetsingen, met andere data, methoden en in verschillende contexten. De resultaten lijken veelbelovend. Onderzoekers lieten zien dat het verliezen van de partner leidt tot een toename in religieuze betrokkenheid. Ook is vastgesteld dat veranderingen in werkloosheidscijfers en inkomensongelijkheid in een land de trend in religiositeit voorspellen. Andere studies lieten zien dat direct na de aanslagen van 11 september 2001, Amerikanen veel vaker naar de kerk gingen en steun zochten bij hun religie. Uit eigen onderzoek met Europese data blijkt dat als mensen de kans groot achten dat hun land in de komende periode getroffen zal worden door een terroristische aanslag, zij vaker bidden en meer waarde hechten aan hun religie. Ook blijkt uit ons onderzoek dat mensen die opgegroeid zijn in oorlogstijd –een buitengewoon stressvolle ervaring–  later in hun leven vaker bidden en naar de kerk gaan dan mensen die in rustiger tijden zijn grootgebracht.

Kortom: economische en existentiële onzekerheden sturen de vraag naar religie in een samenleving. Als de staat zich terugtrekt en internationale processen conflicten en onzekerheden genereren in een land, dan kan een langlopend proces van secularisering omslaan in een groeiend belang van religie. Ook in Nederland.