chocolate

In maart verscheen het persbericht met de titel ‘Regular chocolate eaters are thinner‘. Daar hadden (wetenschaps)journalisten wel oor naar. Het onderzoek werd in talloze media aangehaald – op de ene plek wat subtieler dan op de andere – en op twitter stond het dagenlang bol van blije vrouwen.

De werkelijkheid, uitgeplozen door een Amerikaanse arts en blogger, was anders. Het ging om dikke mensen, waarvan gevraagd werd hoeveel ze consumeerden van bepaalde voedingsmiddelen, waaronder chocola. Ook werden BMI en lichamelijke activiteit gemeten, werd wat statistiek op de data losgelaten, en bleek dat de dikkerds die chocolade aten net iets minder dik waren. Beroepscriticus Hans van Maanen schreef hierover al in de Volkskrant dat het ‘onderzoek dunner was dan de chocolade-eters’, maar of deze nuancerende opmerkingen zijn gehoord valt te betwijfelen, aangezien de positieve berichten over chocolade talrijker en makkelijker toegankelijk waren dan de nauwkeurigere beschouwingen.

Voedingsonderzoek

Dit is niet de eerste wankele voedingsclaim waarover uitgebreid wordt geschreven in de media. Voedingsonderzoek is hot, want we willen allemaal weten waarom sommige mensen nooit een grammetje aankomen, terwijl anderen al dik worden door alleen maar naar een gebakje te kijken. Of waarom Japanners minder vaak kanker krijgen dan Amerikanen. En waarom Fransen met hun vette eten en flinke hoeveelheden wijn (de French paradox) toch gezond oud worden. Voedingswetenschappers doen overal ter wereld onderzoek om dergelijke vragen te beantwoorden. In grote bevolkingsonderzoeken houden ze precies in de gaten wat mensen eten en bepalen ze dingen als gewicht, BMI, bloeddruk, bloedsuikerwaarden, het voorkomen van ziektes en algemene gezondheidsstatus. Bij andere onderzoeken krijgen proefpersonen een bepaalde soort boter te eten, dagelijks een probiotisch drankje te drinken, of speciale voedingssupplementen, en wordt het effect daarvan gemeten.

De onderzoekers hopen daarmee verschillen aan te tonen tussen mensen die veel of weinig chocola eten, van radijsjes houden of juist niet, wekelijks vis eten of nooit, de boter met of zonder dat speciale vetzuur te hebben gegeten, en ga zo maar door. Wie veel mensen observeert en veel metingen doet vindt altijd wel ergens een verschil, wat de onderzoekers dan natuurlijk graag publiceren. Enthousiaste persafdelingen maken daar vervolgens mooie persberichten bij, wat leidt tot ongenuanceerde koppen als “Chocola eten maakt dun“, Vis verkleint de kans op darmkanker”, “Stof in appels en uien voorkomt bloedprop”, “Zwarte peper als vetbestrijder” en “Knoflook effectiever dan antibiotica”.

Biologische mechanismen

Meestal zijn de effecten van de voedinsgmiddelen helaas echter niet zo zwart/wit als ze in de media worden weergegeven. Vaak gaat het om stoffen uit voedingsmiddelen, die in laboratorium-condities inderdaad bepaalde effecten hebben. Dit zijn belangrijke stappen om te kunnen begrijpen waarom knoflook zo gezond is, en er is hoop dat zo´n bevinding uiteindelijk kan leiden tot toepassingen. Maar zo ver is het meestal nog lang niet. Het kan best waar zijn dat knoflook gezond is, maar via welk biologisch mechanisme dat in een heel lichaam werkt is vaak nog behoorlijk onduidelijk. Welke gezonde stoffen in voedingsmiddelen hun claims kunnen waarmaken is samengevat in deze mooie infographic.

Wankele claims als harde waarheden

Toch komen wankele claims als een harde waarheden in de krant. Een nieuwe hoogleraar Moleculaire Voeding van de Wageningen Universiteit, professor Sander Kersten, heeft hier kritiek op. Hij moppert niet zozeer op de journalisten die zulke artikelen schrijven, maar op de wetenschappers zelf. In zijn oratie roept hij zijn collega´s op terughoudend te zijn met het schrijven van te positieve persberichten over voedingsonderzoek waarvan het biologische mechanisme nog niet duidelijk is. Hij wil voorkomen dat de voedingswetenschappen een slecht imago krijgen door onjuiste, of slechte voedingsclaims die breed worden uitgemeten in de media. Onderzoekers zouden beter moeten nadenken wat wérkelijk de biologie is achter de verbanden tussen een voedingsmiddel en een gezondheidsaspect, voordat ze een jubelend persbericht de wereld insturen. Door openlijk met de boze vinger naar de onderzoekers te wijzen hoopt hij toekomstige chocolade-onzin te voorkomen.

Meestal krijgen journalisten de “schuld” van ongenuanceerde berichtgeving in de media en het klakkeloos overschrijven van persberichten. Maar in een tijd van waarin nieuws vaak gratis is en de snelste website de meeste lezers krijgt, hebben alleen journalisten van kwaliteitskranten de tijd om onderzoek goed door te lichten. Zo komen slechte voedingsclaims met chocoladeletters op het internet te staan, en leest slechts een selecte groep mensen de genuanceerde waarheid in een betaalde krant. Als, zoals Kersten voorstelt, onderzoekers met dit in hun achterhoofd iets langer nadenken voor ze een kop boven een persbericht schrijven, kan er een hoop onzin in de media voorkomen worden.