Genetici, staakt uw zoektocht naar schizofrenie-genen! Ze zijn namelijk allemaal in kaart gebracht. En dat is maar goed ook, want het aantal wetenschappelijke artikelen over schizofrenie-genen – zo’n 50 per week – bleef maar groeien. Goed dus, dat de Roemeense geneticus Alexander Niculescu ons vorige week verloste van deze kwelling. Bij hoge uitzondering zocht hij de pers, en wel met een spectaculaire boodschap: hij heeft de genen voor schizofrenie in kaart gebracht! Gelukkig. Eindelijk.

De indruk die Niculescu wekt met zijn bericht, is typisch voor de wetenschapper die zichzelf wil of moet profileren. Door de resultaten van zijn onderzoek iets aan te zetten, lijkt het alsof hij uniek is. Terwijl hij in werkelijkheid niet dé oplossing voor schizofrenie heeft gevonden, maar slechts bijdraagt aan het al bestaande bewijs. Vorige week bekritiseerde SciencePalooza-collega Eva Teuling al de (voedings-) onderzoekers die met jubelende persberichten de grootste onzin verkondigen. Aanleiding was voor haar de “chocolade-maakt-dun-onzin” die twee weken geleden in alle media verscheen. Wetenschappers, blijft bij uw feiten, was haar oproep.

De kern van Eva’s boodschap – verkondig geen onzin en voorkom daarmee een slecht imago van (voedings-) wetenschap – is onbetwistbaar. Haar reclamatie van hoogleraar Sander Kersten om ‘terughoudend te zijn met het schrijven van te positieve persberichten over voedingsonderzoek waarvan het biologische mechanisme nog niet duidelijk is’ gaat echter wat te ver. Breng je onderzoek pas onder de aandacht als het echt helemaal af is, was Kersten’s boodschap. Wanneer een onderzoek af is, weet echter niemand, en het is de vraag of wetenschap überhaupt ‘af’ kan zijn. Wetenschap drijft immers op het verwerpen van geldende theorieën. Los daarvan, we mogen blij zijn dat wetenschappers nu eindelijk uit hun ivoren toren durven te stappen en de confrontatie met de pers en het publiek aangaan. Ze nu terugfluiten is niet verstandig en niet nodig.

Wetenschap is complex, en daarmee moeilijk te vangen in een pakkende kop. “Chocola maakt dun” is niet hetzelfde als: “in een selecte groep van 975 dikke mensen is het gewicht van degenen die regelmatig chocola eten gemiddeld lager dan van degenen die dat niet doen”. En dan heb ik het nog niet eens over nuanceringen als “er is niet gekeken naar de hoeveelheid chocola, maar puur naar de frequentie.” Toch is het een interessante oefening, met name voor aanstormend talent: breng de kern van je onderzoek terug tot een pakkende kop. Of tot een tekst van 160 tekens.

Veel van de ronkende koppen komen van onderzoekers zonder uitgebreide media-ervaring. Het chocola-verhaal is van Beatrice Golomb; zij heeft een h-factor (de score voor wetenschappelijke citaties) van 17, wat niet bijster hoog is. Bovendien heeft ze niet zoveel media-ervaring. Ze zit niet op Twitter, niet op FaceBook, en Google loopt niet over van de nieuwsartikelen bij het zoeken op haar naam. Er staan wel filmpjes van haar op YouTube, maar die zijn al behoorlijk gedateerd, en laten vooral wetenschappelijke presentaties zien. Alexander Nicolescu van de schizofrenie-genen doet het al beter; zijn h-factor is 10, hij zit op LinkedIn, Twitter (hoewel: 4 tweets in totaal), en heeft volgens Google wel enige perservaring. Toch stuurde hij een persbericht uit dat leek op een eerste en ultieme poging tot verkrijging van eeuwige roem.

Gestimuleerd door de profileringsdrift van werkgevers en persafdelingen weten media-groene wetenschappers niet goed verschil te maken tussen een aansprekende en een overtrokken vertaling van hun onderzoek. “Chocola maakt dun” of “Genen voor schizofrenie in kaart gebracht” zijn het gevolg. Om dit te voorkomen moeten ze oefenen. Met enthousiasme. Bereid om resultaten te laten zien. En inderdaad, soms met lef. En dus niet alleen bij die ene toppublicatie uit eigen gelederen. Ook bij een interessant congres. Of als het even tegenzit.

En u, beste lezer, u kunt ze helpen. U bent namelijk degene die op de volgende borrel achteloos uitroept: “Nee joh, van chocola word je niet dik”. Dat had u namelijk ergens gelezen. De details hebt u even niet bij de hand, maar onderzoek had het echt aangetoond. Ik zou u willen vragen; check de afkomst van de claim even. Heeft de onderzoeker in kwestie een FaceBook of Twitter time line? Heeft zij of hij regelmatig met de pers van doen? Blijkt dat niet zo te zijn, denk dan niet: “Ach, die wetenschap, het stelt ook allemaal niet zo veel voor.” Of veel erger: “Daar geloof ik niet in.” Ook dan wil ik ook op u kunnen rekenen.

Omgaan met media is moeilijk. Maar oefenen wordt wel steeds makkelijker, met blogs, Twitter, Youtube en FaceBook. Steeds meer wetenschappers doen dat, en krijgen er op die manier handigheid in. Kortom, het is een kwestie van doen. Veel doen.