Proeven doen om uit te vissen hoe de wereld in elkaar zit is een van de pijlers onder de wetenschap. Voor sommige vraagstukken kun je als onderzoeker echter beter wachten tot er een container met speelgoed overboord slaat.

Op 10 januari 1992 veegt een golf twaalf containers van het dek van een containerboot. Jaarlijks is dit een lot dat naar schatting ruim zeshonderd containers treft, maar één van deze containers was anders dan alle andere. Deze veertigvoeter bevatte een unieke lading: 28.800 Friendly Floatees.

Bij de rederij in kwestie zal het bericht over de verloren container ongetwijfeld in gevloek hebben geresulteerd, maar voor de Amerikaan Curtis Ebbesmeyer was dit een buitenkans. Als oceaangeograaf deed hij onderzoek naar zeestromingen, waarbij hij en zijn collega’s normaliter aangewezen waren op het bijvoorbeeld via radiosignalen volgen van zelf uitgezette boeien. De voortijdig in het water gevallen Floatees waren echter vele malen beter.

Onverwoestbaar
Floatees zijn geen gewone badeendjes. Waar het meeste drijvend speelgoed voorzien is van een ventiel om het inknijpen mogelijk te maken hebben deze in China per vier verpakte eendjes, bevers, kikkers en schildpadjes de perfecte eigenschappen voor een langdurige dobbertocht over de oceaan. De holle maar hermetisch afgesloten hardplastic diermodellen zijn vrijwel onverwoestbaar en onzinkbaar, en kwamen toen de container openbarstte in duizendtallen vrij.

Natuurlijk bestonden er al verschillende rekenmodellen om zeestromingen en de bewegingen van drijvend grut te modelleren, maar om hun betrouwbaarheid te bewijzen was eigenlijk een groot en duur experiment nodig. De duizenden Floatees boden Ebbesmeyer vrijwel kostenloos de gegevens die hij nodig had. Hij zette een wereldwijd netwerk op waar strandjutters aangespoelde eendjes konden melden, waardoor hij hun bewegingen over de watermassa kon volgen.

De gejutte Floatees lieten zien dat drijvend plastic slechts drie jaar nodig heeft om het rondje door de Pacifische oceaan te maken: in enkele maanden staken ze over naar de Amerikaanse westkust, na tien maanden bereikten ze Alaska en daarna dreven ze via Siberië en Japan in totaal in drie jaar terug naar de plek van overboordslaan. Dat was ongeveer twee keer sneller dan de modellen op dat moment voorspelden. Voor de mooiste gegevens was echter meer geduld nodig: in ongeveer acht jaar slaagden de badspeeltjes erin om door de met pakijs bedekte poolzee ten noorden van Canada de oversteek te maken naar de Atlantische oceaan. Na ruim twaalf jaar bereikte een sterk verbleekte kikker-Floatee een Schots strand.

Drijfsijsjes
Over de epische reis van de Floatees is onlangs het boek Moby Duck verschenen, maar de tocht over de wereldzeeën is voor sommige eendjes nog lang niet voorbij. Waarschijnlijk heeft een deel van deze drijfsijsjes zich – al dan niet in gedegradeerde toestand – aangesloten bij de ‘Grote Pacifische Afvalvlek’, een regio in de oceaan waar naar schatting zo’n honderd miljoen ton aan plastic in verschillende mate van fragmentatie ronddobbert.

De vaak kleiner dan een halve centimeter grote drijvende afvaldeeltjes veroorzaken allerlei ecologische problemen, zoals ziekte en sterfte onder vogels en schildpadden die het plastic voor voedsel aanzien. Anderzijds bleek deze maand dat oceaanschaatsers juist voordeel hebben van de drijvende troep: deze insecten uit de familie van schaatsenrijders kunnen hun eieren er op kwijt. Zelfs als de Friendly Floatees uiteindelijk in stukken uiteenvallen en voor oceaangeografen niet meer interessant zijn, is er altijd wel weer een soort die van de persistente rommel die de mens in zee gooit profiteert.