Om ons heen wemelt het van de potentiële ziekteverwekkers. Wanneer vijandige micro-organismen zich exponentieel in ons lichaam vermeerderen, liggen wij als snotterende hoopjes ellende in ons bed. Gelukkig leven we in schone tijden en vegen we met antibacteriële doekjes de gevaren de prullenbak in. Helaas is dit gedrag niet zonder risico, getuige de hygiënehypothese,  die zegt dat blootstelling aan ziekteverwekkers op jonge leeftijd een gunstige invloed heeft op het afweersysteem op latere leeftijd. Deze hypothese kende tot dusver nog geen proefondervindelijke onderbouwing, maar daar is sinds deze maand verandering in gekomen.

De hygiënehypothese werd voor het eerst in 1989 geformuleerd en geeft een verklaring waarom in verstedelijkte landen zoals Nederland, astma, allergieën en sommige auto-immuunziekten veel normaler zijn. Antibiotica worden al vanaf jonge leeftijd voorgeschreven en antibacteriële schoonmaakmiddelen maken onze leefomgeving steeds sterieler. Hierdoor komen kinderen steeds minder in aanraking met micro-organismen. Dat klinkt schoon, maar heeft, volgens de hypothese, dus als nadelig gevolg dat op latere leeftijd het immuunsysteem problemen kan ondervinden.

In een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Science van deze maand beschrijven Amerikaanse en Duitse onderzoekers resultaten die de hygiënehypothese ondersteunen. Zij deden onderzoek aan twee typen muizen, ziekteverwekkervrije muizen die onder steriele omstandigheden opgroeien en muizen die in normale omstandigheden opgroeien in de aanwezigheid van micro-organismen. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat bepaalde cellen uit ons afweersysteem, de invariant natural killer T cellen (iNKT), een activerende rol zouden kunnen spelen bij het ontstaan van astma en colitis ulcerosa (een ontstekingsziekte van de darmen). Op deze cellen hebben de onderzoekers zich verder gericht.

Allereerst bleek dat in volwassen, steriel opgegroeide muizen het aantal iNKT-cellen in de darmen en longen veel hoger was dan in normale muizen. Daarna onderzochten de wetenschappers of deze “schone” muizen vatbaarder zijn voor astma en darmontstekingen. Beide ziekten werden kunstmatig geïnduceerd in de muizen. En inderdaad werden de volwassen “schone” muizen veel zieker dan de volwassen normale muizen. In de volgende stap van hun onderzoek werden deze resultaten gecombineerd: de onderzoekers keken om te beginnen wat er gebeurde als je volwassen, steriel opgegroeide muizen blootstelde aan micro-organismen. Tot hun verbazing, en vermoedelijk blijdschap, daalde de hoeveelheid iNKT-cellen niet in darmen en longen en bleven ze even vatbaar voor ziekten. Wanneer ze echter hetzelfde deden bij net geboren, “schone” muizen (van een eveneens steriel opgegroeide moeder) daalde het aantal iNKT-cellen tot gezond niveau. Deze muizen waren twee maanden later veel minder vatbaar voor colitis of astma.

In het vervolg van het onderzoek wisten de onderzoekers in te zoomen op het eiwit dat waarschijnlijk verantwoordelijk is voor die vermaledijde ophoping van iNKT-cellen. Dit eiwit (CXCL16) kwam verhoogd voor in darm- en longweefsel van “schone” muizen, maar als de productie van dit eiwit werd geblokkeerd, ging het aantal iNKT-cellen omlaag en namen de ontstekingen af. De onderzoekers begonnen met de waarschijnlijk betrokken cellen, en  eindigden bij het verantwoordelijke eiwit. Een prachtig resultaat. De volgende stap is het uitvogelen van het precieze mechanisme, maar daar zijn ze nog niet aan toegekomen.

De onderzoekers hebben hiermee voor het eerst een wetenschappelijke fundering gegeven aan de hygiënehypothese. Contact met micro-organismen en potentiële ziekteverwekkers op hele jonge leeftijd kan beschermen tegen astma en colitis op latere leeftijd….bij muizen. De onderzoekers verwachten dat hun bevindingen ook zeer relevant zullen zijn voor mensen. We blijken, zo zeggen ze, wat betreft iNKT-cellen behoorlijk op muizen te lijken.