Deze week schreven Utrechtse wetenschappers Sarah Durston en Patrick de Zeeuw een gastblog over ADHD, naar aanleiding van een briefwisseling in het NRC. Hierin verwijt klinisch psycholoog prof. dr. J.J.L. Derksen de Hersenstichting van publieksmisleiding, omdat zij ADHD een hersenaandoening noemen. Prof. dr. Durston en dr. De Zeeuw doen onderzoek aan ADHD, en stellen in hun column dat ADHD wel degelijk een hersenaandoening is. Nu gaat klinisch psycholoog Derksen het debat aan met Durston en De Zeeuw. De grote vraag: wat is een hersenaandoening?

 

Prof. dr. J.J.L. Derksen:

Prof. dr. Sarah Durston en dr. Patrick de Zeeuw hebben de moeite genomen te reageren op mijn verwijt van misleiding aan het adres van de Hersenstichting. Mijn probleem met de Hersenstichting is dat deze geld binnenhaalt met het beweren dat ADHD en depressie hersenaandoeningen zijn. De Hersenstichting noemt overigens angststoornissen eveneens hersenaandoeningen en plaats deze op één lijn met dementie. Durston en De Zeeuw noemen de discussie onzuiver en gaan helaas alleen in op ADHD. Met hun bijdrage produceren zij meer verwarring dan dat ze kwesties ophelderen: ze geven namelijk niet aan wat er met een hersenaandoening wordt bedoeld.

Raadpleeg Van Dale en kom erachter dat met een hersenaandoening een stoornis van de hersenen wordt bedoeld, en dat alle neurologische stoornissen eronder vallen. De hersenen zijn hier dus de oorzaak van de stoornis, en die stoornis kan zich ook in het gedag uiten, zoals verward gedrag bij een dementerende patiënt. Bij psychische stoornissen uit de stoornis zich in gedrag en beleven, maar kan ook op dat niveau het beste en doorgaans voldoende worden verklaard, dus door belevings- en ervaringsprocessen. Een angststoornis is hiervan een prima voorbeeld.

Durston en de Zeeuw wijzen erop dat er verschillen bestaan tussen de hersenen van mensen met en zonder ADHD. Tja, er bestaan ook verschillen tussen de hersenen van Chinese en Nederlandse mannen, er bestaan verschillen tussen de hersenen van vioolspelers en voetballers, etc. Dit zijn parallelprocessen en geen oorzaken. Dit type verwarring treedt voortdurend op in neurobiologisch onderzoek.

De schrijvers geven de DSM de schuld van het gebrek aan eenduidigheid, maar produceren zelf nog meer verwarring door een DSM classificatie een diagnose te noemen. Het onderscheid tussen diagnose en classificatie wordt verderop in hun bijdrage helemaal mistig want dan blijkt neurobiologisch onderzoek zich op classificatie te richten. Goed beschouwd bedoelen ze hier de aan DSM classificatie ten grondslag liggende biologische patronen. Classificatie is het toewijzen van een stoornis aan een categorie waarbij alleen wordt uitgegaan van de descriptieve buitenkant, terwijl bij psychodiagnostiek een veel uitgebreider diagnosestelling plaatsvindt, inclusief dieperliggende psychische patronen en processen. Zie voor meer achtergrond: Derksen (2004).

Vervolgens verdedigen ze de psychiatrie nog door te zeggen dat er wel degelijk aandacht voor de omgeving is. Niemand heeft dit ontkend. Ik ben van mening dat deze psychologen hun collega’s in de uitverkoop zetten door te beweren dat alleen een kinderpsychiater goed is opgeleid om een diagnose ADHD bij kinderen te mogen stellen. Deze trend is overal herkenbaar: een psychische stoornis wordt op twijfelachtige neurobiologische gronden voorgesteld als een hersenstoornis en prompt staat de medicus opnieuw aan het roer. Straks gaat de kinderarts de psychologische behandeling erbij doen of mogen de BIG geregistreerde, grondig opgeleide, gezondheidszorgpsychologen en klinisch psychologen aantreden als de dokter het goed vindt.

Beide onderzoekers zouden op hun manier echt hebben kunnen bijdragen als ze ook maar één wetenschappelijke publicatie hadden genoemd waarin voor ons allen duidelijk wordt dat hersenprocessen de oorzaak zijn voor ADHD. Bij mijn weten bestaat zo’n publicatie echter niet, en wordt dit verbloemd door in zijn algemeenheid naar wetenschappelijke kennis te verwijzen.

Referentie:
Derksen. J. (2004). Psychologische diagnostiek: enkele structurele en descriptieve aspecten. Nijmegen: PEN Tests Publisher.

 

Prof. dr. Sarah Durston en dr. Patrick de Zeeuw:

Op een wat geërgerde toon reageert professor Derksen op onze column waarmee we enkele misverstanden rondom ADHD hebben willen rechtzetten. Inderdaad, psychodynamisch en biologisch denkende psychologen interpreteren de wereld anders, maar wij denken niet dat deze benaderingen haaks op elkaar hoeven staan. Integendeel, de begrippen hersenaandoening en psychische aandoening zijn inherent gekoppeld: hersenen sturen het gedrag en psychologische processen, en gedrag en psychologische processen sturen de hersenen en hun ontwikkeling. Belangrijk hierbij is dat de term ‘hersenaandoening’ niet betekent dat de oorzaak van een aandoening in de hersenen ligt – de Van Dale is hierin nog niet met zijn tijd mee. De oorzaken kunnen van allerlei aard zijn; genen, omgevingsfactoren en vaak een combinatie van beide. De hersenen zijn het orgaan waar factoren samenkomen.

Verder merkt professor Derksen terecht op dat de verschillen in de hersenen tussen mensen niet alleen te maken hebben met het hebben van een hersen- (of psychische) aandoening, maar ook met legio andere factoren. Dit geldt net zo goed voor verschillen in psychologische- of gedragspatronen: er is veel variatie in de symptomen van ADHD (of depressie, of angststoornissen) en de ernst daarvan. Zoals we in de column schreven, niet ieder kind dat wel eens druk is heeft ADHD. Of het een aandoening betreft hangt af van de ernst, maar daarvoor maakt het niet uit of je het predicaat hersen- of psychische toevoegt. Het is nuttig om het neurobiologische verklaringsniveau toe te voegen, omdat dit de behandelmogelijkheden uitbreidt. Bovendien is ADHD een psychiatrische diagnose (net als depressie of angststoornis). Daarmee is een in de psychiatrie geschoolde professional degene met de beste papieren om de diagnose te stellen. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen plek is voor klinische psychologie in de diagnostiek of in de behandeling. Integendeel, veel kinderen met ADHD hebben baat bij de inzichten uit deze discipline.

Daarnaast merkt professor Derksen terecht op dat de Hersenstichting beoogt met haar radiospotjes geld op te halen. Dat geld wordt gebruikt om onderzoek naar hersenaandoeningen (of ook psychische, zo je wilt) te financieren. Dit is in het belang van mensen die met deze –toch ernstige en beperkende- aandoeningen te maken krijgen. Iets waar ook een klinisch psycholoog achter kan staan, lijkt ons.

Tot slot, op verzoek hieronder vier wetenschappelijke overzichten van genetische en biologische factoren bij ADHD. Voor meer, mail ons vooral!

Referenties:
Dickstein SG, Bannon K, Castellanos FX, Milham MP. The neural correlates of attention deficit hyperactivity disorder: an ALE meta-analysis. Journal of Child Psychology and Psychiatry. 2006;47(10):1051-62. (Pubmed)

Durston S, de Zeeuw P, Staal WG. Imaging genetics in ADHD: a focus on cognitive control. Neuroscience and Biobehavioral Reviews. 2009;33(5):674-89. (Pubmed)

Faraone SV, Perlis RH, Doyle AE, Smoller JW, Goralnick JJ, Holmgren MA, Sklar P. Molecular genetics of attention-deficit/hyperactivity disorder. Biological Psychiatry. 2005;57(11):1313-23. (Pubmed)

Valera EM, Faraone SV, Murray KE, Seidman LJ. Meta-analysis of structural imaging findings in attention-deficit/hyperactivity disorder. Biological Psychiatry. 2007;61(12):1361-9. (Pubmed)

 

 

Prof. dr. J.J.L. Derksen is klinisch psycholoog. In mei komt zijn nieuwe boek ‘Bevrijd de psychologie’ uit bij Bert Bakker. Hierin gaat hij uitgebreid de discussie aan met de neurowetenschappers.

Prof. dr. Sarah Durston is hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen en dr. Patrick de Zeeuw is neuropsycholoog/onderzoeker. Beide wetenschappers zijn werkzaam aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht.

 

Plaatje boven: bron.