hoenderop1

Prof. Joost Hoenderop spreekt zacht, welbespraakt maar gepassioneerd. Elke zin die de Professor in Moleculaire Nierfysiologie in Nijmegen uitspreekt ademt volledige toewijding. Voor zijn werk, mensen en één van de belangrijkste organen in het lichaam: de Nier.

De titel van onze serie is DJA over de knie. Wanneer bent u voor het laatst over de knie gegaan (in uw werk)?

Over de knie? Goh wat een vraag, over de knie gegaan. Nou, je maakt in het dagelijks werk toch vaak hypotheses over hoe processen in cellen plaatsvinden en dan in mijn geval de menselijke en dierlijke niercellen. En soms zit je ernaast en gaan experimenten anders dan je denkt. Verrassend maar ook jammer dat je het niet eerder hebt gezien. En die knie, dat kan de Knie van Promovendus of ook de Knie van Reviewer zijn. Dat laatste is zeker het geval als je wilt publiceren in de mooie wetenschappelijke bladen. De reviewers gaan soms veel verder dan je wilt of zelfs kunt. Dus dat zou je best over de knie kunnen noemen. Het kost meestal klauwen met tijd en werk maar de troost is dat het er meestal wel beter van wordt.

Wat gaat u morgen doen? heeft u er zin in?

Actueel is een audit die ons instituut (Nijmegen Centre for Molecular Life Sciences) deze week krijgt en ik ben met de voorbereidingen bezig. Ik ben Themaleider van de Membrane Transport & Cell Dynamics sectie en moet dus een presentatie houden alsmede discussies begeleiden. Internationale experts worden ingevlogen om ons te beoordelen, onder leiding van Prof. Hans Clevers.

Joost Hoenderop gaat met veel plezier naar zijn werk. Hij heeft een grote en internationale onderzoeksgroep die onderzoek doet naar de functie van niercellen. Zij kijken in deze cellen naar moleculaire werkingsmechanismen zoals transport van mineralen waaronder calcium en magnesium.

Waar gaat u volgende publicatie over?

Het is ons gelukt is om een nieuwe methode te ontwikkelen waarmee we de functionele eenheden van niercellen (nefronen) kunnen isoleren en weer in kweek brengen. Met deze gekweekte segmenten van nefronen kunnen we vervolgens veel beter experimenten uitvoeren omdat deze gekweekte nefronsegmenten qua werking veel overeenkomsten vertonen met de niercellen in het lichaam. En dat is voor ons, fysiologen (=functieleer), zeer belangrijk. We doen die isolatie door nefronsegmenten van muizen aan te kleuren met een fluorescerend label. Die labels zorgen er dan voor dat in een sorteer apparaat (een soort FACS) de nefronsegmenten gescheiden kunnen worden. Traditioneel gebeurt dit op het niveau van een enkele cel (zoals in de immunologie) maar wij sorteren speciaal op klompjes cellen die weer kunnen uitgroeien tot een prachtige laag van niercellen.

Wat zijn de vernieuwende vragen die u stelt, of in de methodes die u gebruikt? Hoe draagt u bij aan de innovatie in uw vakgebied?

Dat zijn o.a. die gekweekte cellen. Verder profiteren we ontzettend van de sprongen die in de genetica gemaakt worden. Via ons netwerk hebben we toegang tot families met uiterst zeldzame nierdefecten en we kunnen genetische defecten die hier ten grondslag aan liggen veel beter in kaart brengen d.m.v. moderne sequentietechnieken. Vervolgens kunnen wij die defecten met functionele eigenschappen en processen verbinden. Waar we in Nijmegen vooroplopen is dus dat we de hele keten van ziekte tot gen kunnen blootleggen en onderzoeken. Samen met de behandelende artsen proberen we te kijken of b.v. diëten of hormonen de functie van de nieren kunnen verbeteren. Maar daar is nog een lange weg in te gaan. Maar na proteomics en genomics is nu de tijd aangebroken voor fysionomics!

Wat belemmert uw werk ? Wat zou er moeten veranderen in de wetenschap?

Ondanks dat we een zeer mooie onderzoekssetting hebben in Nijmegen en goed scoren in het internationale fondsenwerven , hebben we wel veel moeite met het aantrekken van talentvolle personen die enthousiast vol voor de wetenschap willen gaan. Belangrijke oorzaak daarin is dat de persoonlijke subsidiestructuur na het behalen van PhD zeer rigide is en wat een bijna ondoenlijke inspanning vereist van deze jonge professionals met vaak een jong gezinnetje. Wat langere talenten programma’s zouden beter kunnen zorgen voor het fundament en slagkracht om eruit te laten komen wat mogelijk is. Daarnaast zou men makkelijker met vaste aanstellingen kunnen omgaan zou en meer prestatie gericht kunnen oordelen.

U bent professor of bijna professor. Welke bijdrage hoopt u (droomt u?) nog te leveren?

Mijn doelen liggen vooral op het wetenschappelijke inhoudelijke vlak. We hebben nog zoveel nier patiënten waarbij we zien dat de nierfunctie verstoord is. Verder wil ik heel graag verder met het uibouwen van translationele onderzoek: voortbordurend op ons werk met muizencellijnen, zijn we nu ook bezig om te kijken of we humane niercellen kunnen groeien die mogelijk functies kunnen overnemen in nierpatiënten. Dat is een groot Nederlands consortium met de TU’s van EIndhoven en Twente en UMC in Groningen, de Nierstichting en ook het bedrijfsleven waarin we toewerken naar bioreactoren met niercellen die mogelijk plasma/bloed kunnen klaren van toxines die normaliter door gezonde nieren verwijderd worden. Zo’n doorbraak zou zeker op mijn lijstje van wensen staan.

Het is zaterdagmiddag, net na lunchtijd. Waar bent u? Waar denkt u aan?

Ik moet zeggen: ik ben heel fanatiek met werken. En ik probeer in het weekend eigenlijk altijd het werk door te laten gaan. Maar nu je me het zo vraagt: de zaterdag middag is ook vaak voor leuk vriendenbezoek, eens bijpraten met mensen die ik ook alweer een tijdje niet heb gezien.

Interview door Mark Geels