worm

Eind 2010 kondigde NASA met veel tamtam een persconferentie aan. We kregen de volle laag: embargo’s, persvoorlichters, en natuurlijk de nodige speculatie. Helaas: het bleek niet om buitenaards leven te gaan, maar om een bacterie die arseen gebruikte als bouwsteen van zijn DNA. De bacterie werd ontdekt door de jonge, charmante wetenschapster Felisa Wolfe-Simon, en al was het geen marsmannetje, het zette onze kennis over de fundamenten van leven op aarde even flink op zijn kop.

Al snel bleek dat men te vroeg had gejuicht: ondanks de strenge peer review van het tijdschrift Science waren er maar weinig overtuigd van de onderzoeksresultaten van Wolfe-Simon. De auteurs gingen het publieke debat over hun controversiële ontdekking echter niet aan, en reageerden pas zes maanden na dato met een officieel artikel in Science, zonder nieuwe resultaten, en zonder ook maar een beetje af te wijken van hun oorspronkelijke conclusies.

Inmiddels weten we zeker dat de vraagtekens van toen terecht waren. Eén van de meest mondige critici van het werk van Wolfe-Simon, microbiologe (en blogger) Rosie Redfield, herhaalde de experimenten in haar eigen lab, en concludeerde onlangs: er klopt niets van. Jammer voor Wolfe-Simon en haar collega’s, maar wat Redfield betreft heeft de arseenbacterie ongeveer hetzelfde waarheidsgehalte als E.T. Een reactie van Wolfe-Simon ontbreekt vooralsnog.

Open vs. gesloten
Het contrast tussen de twee wetenschappers kan bijna niet groter, niet alleen waar het wetenschappelijke interpretaties betreft, maar vooral ook in hun stijl van publiceren en communiceren. Waar Wolfe-Simon zich na het embargo en de persconferentie vooral achter persvoorlichters verschool, ging Redfield zelfs zover dat ze foto’s van de DNA gels in haar lab op haar weblog plaatste. Haar commentaar voor Science schreef zij mede met behulp van commentators op haar site. Bij het herhalen van de experimenten hield ze haar publiek nauwgezet op de hoogte met bijna dagelijkse updates, en vroeg ze hen om raad en kritiek. Toen het werk eenmaal publicatiewaardig was zette ze, tegelijk met het indienen van haar manuscript bij de redactie van Science, de hele boel online op de open wetenschappelijke publicatiesite arXiv. Ze blogde nog net even: “Goh, weet iemand trouwens of dit wel mag, van Science?”

Het valt niet te ontkennen dat Redfield een pionier is. De mate van transparantie die zij hanteert is zeldzaam, maar toch zien we steeds meer openheid in wetenschapscommunicatie en –publicatie. De drang naar toegankelijkheid van wetenschap neemt soms zelfs extreme vormen aan: de recente boycot van Elsevier, een van de grootste uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften, is daar een goed voorbeeld van. Bijna 9000 wetenschappers—en dat is een boel—weigeren inmiddels te publiceren in (of ander werk doen voor) Elseviers tijdschriften. De reden: Elsevier vraagt exorbitant hoge bedragen voor toegang tot wetenschappelijke kennis—kennis uit onderzoek dat vaak al bekostigd is door de belastingbetaler—en probeert ook op andere manieren haar slagje te slaan met het wereldkundig maken van wetenschap.

Het gaat misschien wat ver om Elsevier als Grote Boze Uitgever te zien: een bedrijf doet immers wat het moet doen—winst maken. Het businessmodel van Elsevier stamt echter uit de periode waarin wekelijks gigantische bundels wetenschappelijke tijdschriften zich vanuit distributiecentra naar universiteitsbibliotheken begaven, en heeft simpelweg zijn langste tijd gehad: intussen zijn er alternatieven zoals Open Access en sites als arXiv, waarop Redfield haar manuscript plaatste. Dit sentiment wordt prachtig weergegeven door de Utrechtse wiskundige Dmitry Roytenberg. Bij het tekenen van de boycot gaf hij aan dat het hem helemaal niet om een vendetta of een anderszins moreel gecompliceerde actie gaat:

I do not think academic publishers are evil, any more than intestinal worms are. It is just that the goals and interests of a parasite are fundamentally at odds with those of its host. What is happening here is simply a host trying to flush out parasites.

Roytenberg slaat de spijker op zijn kop.

Voorbeeldfunctie
Ook Rosie Redfield heeft natuurlijk de boycot getekend, maar belangrijker nog is haar voorbeeldfunctie. Publicatie op arXiv is een belangrijke stap (hoewel de site al jaren standaard is voor wis- en natuurkundigen blijven medici en biologen hier nog wat achter), maar vooral haar weblog laat de volle kracht zien van open wetenschap. Door op iedere pas in het proces openheid van zaken te geven, door te putten uit de brede kennis van haar publiek en te luisteren naar de constructieve discussies die zich op haar weblog afspeelden, kon zij optimaal onderzoek verrichten aan de arseenbacterie.

Een open benadering van wetenschap en publicaties is de toekomst, en dat zal veel veranderen. Het is de vraag hoeveel plaats er straks nog is voor embargo’s en wilde speculatie voor een persconferentie. Voor sommige dingen heeft de wetenschap voorlopig in ieder geval geen ruimte meer: het manuscript van Redfield is geaccepteerd voor publicatie in Science (de reviews zijn—natuurlijk—te lezen op Redfields blog) en daarmee is het dan eindelijk officieel: de mythe van de arseenbacterie is de wereld uit.

 

Plaatje boven: Trichuris trichiura via Wikimedia commons.