In de wetenschap, de economie en zelfs de sport wegen mensen de statistische waarschijnlijkheid van de gegevens op basis waarvan ze hun keuzes maken mee. Bij het nemen van politieke besluiten zou dat eveneens expliciet moeten gebeuren.

Het woord ‘statistiek’ is afgeleid van statisticum collegium, wat in het Latijn iets betekent als ‘het college van staatszaken.’ In het Italiaans is dit doorgeëvolueerd tot statista, wat ‘staatsman’ betekent, terwijl het Duitse Statistik oorspronkelijk betrekking had op de analyse van staatsgegevens.

Genoeg linguïstische redenen dus voor een gedegen begrip van statistiek onder politici, lijkt het. Toch kan men zich niet aan de indruk onttrekken dat statistische gegevens in het proces van politieke meningsvorming een ernstig ondergeschoven positie innemen.

Een extreem voorbeeld hiervan is het epische fragment waarin Lilian Helder van de PVV zichzelf door een compleet onbegrip van het concept statistiek in de Kamer te kijk zette. Op de vraag of het mogelijk is om de recidivekans van veroordeelden die voor hetzelfde vergrijp anders gestraft waren kunnen worden vergeleken antwoordde zij dat ieder mens anders is, en dus nooit met een ander kan worden vergeleken – waarmee ze kortom het concept statistiek als gereedschap voor het vormen van beleid ontkende.

Statistiek is dan ook een lastig vak. Uitspraken als ‘There are three kinds of lies: lies, damned lies and statistics’ hebben de analyse van de consistentie van gegevens een vieze bijsmaak gegeven, en het feit dat statistische berekeningen een voor de minder mathematisch begiftigde mens een afschrikwekkend uiterlijk hebben heeft niet meegeholpen.

inschatten
Toch lijkt de basis van statistiek simpel: het is een manier om groepen van gegevens te beschrijven, op een zodanige manier dat de gebruiker onder andere kan inschatten hoe betrouwbaar en dus bruikbaar de dataset is.

Daarmee is statistiek de formalisatie van een natuurlijke neiging: we maken allemaal dagelijks op basis van in het verleden verzamelde gegevens beslissingen over de toekomst, waarbij we ongemerkt ook vaak de statistiek gebruiken. Dat de buurvrouw een achternicht heeft die door een gebedsgenezer spontaan van haar botbreuk zou zijn hersteld schatten we doorgaans als een onbetrouwbaar meetpunt in, en gaan met onze eigen gebroken pols, net als het gros van de mensen, dan ook liever naar een orthopeed.

Zelfs dierlijk gedrag is impliciet gebaseerd op statistische principes. Een bekend voorbeeld is de kalkoen, die op basis van zeven maanden waarin iedere dag een hand met voedsel haar kooi binnenkwam concludeert dat ze ook vandaag weer op graan kan rekenen. Ze buigt zich hoopvol richting richting de welbekende hand, om bruut verrast te worden door de handigheid waarmee die haar op kerstavond de nek omdraait.

sportcommentatoren
In talloze beroepen is het dan ook bon ton om gegevens en kansen statistisch te analyseren, om zo de beste strategie te bepalen. Sportcommentatoren halen de oude uitslagen erbij, fondsmanagers analyseren oude beurskoersen en in de medische wetenschap kun je tegenwoordig met goed fatsoen eigenlijk alleen behandelingen aanbieden waarvan is aangetoond dat ze de toets der statistiek kunnen doorstaan.

Daar zit dan ook het venijn: het gaat om gemiddelden en over kansen. Het feit dat een bloedverdunner in de meeste mensen helpt om een tweede hartinfarct te voorkomen betekent niet dat een individu dat het middel gebruikt geen hartinfarct kan krijgen. Net zozeer heeft een individu nog steeds de kans een bijwerking te krijgen die het voor hem of haar veel gunstiger had gemaakt om helemaal nooit aan de bloedverdunners te beginnen.

Politici moeten per definitie beslissingen maken die een zo groot mogelijke kans hebben om gemiddeld goed uit te pakken, net als artsen, verzekeraars en casino-eigenaren. In plaats van hun standpunten te baseren op roddels van enkelingen, uitzonderlijke gevallen en andere populistische larie zouden bestuurders zich er dan ook op moeten beroemen de statistiek achter hun besluiten te begrijpen en te kunnen uitleggen.

staatsbestuur
Transparantie over de statistiek en kennis over de interpretatie van bij het staatsbestuur gebruikte gegevens moeten de norm worden. Net als in de wetenschap zou het al enorm helpen wanneer bestuurders bij het op hun waarde beoordelen van data de hulp van statistici zouden verwelkomen, in plaats van ze weg te lachen van achter een farce van zelfgenoegzaamheid.

Laat het maar zien, meneer de minister-president: hoe solide zijn de gegevens waar u uw beleid op staaft? Hoe groot zijn de foutenmarges van de voorspelde uitkomsten van uw maatregelen? Welke statistische berekeningen liggen er ten grondslag aan de Miljoenennota? En misschien wel het allerbelangrijkst: hoeveel procent van uw gedoogpartners begrijpt de basisbeginselen van de statistiek?