Zelftesten voor soa zijn onbetrouwbaar en moeilijk te interpreteren. Dat is het gevolg van een afwachtende houding en lichte arrogantie van de experts, betoogt Terry Vrijenhoek. Dreigt eenzelfde kwakzalverij voor genetische zelftesten?

Gebruik geen doe-het-zelftest als je wilt weten of je (g)een soa hebt. Met dat advies kwam Soa Aids Nederland vorige week naar aanleiding van uitgebreid onderzoek naar beschikbare zelftests. De conclusies zijn schrikbarend: geen van de zelftesten geeft een betrouwbare uitslag en vele leveren moeilijk te interpreteren resultaten. Niet gebruiken dus, die thuistesten, aldus Soa Aids Nederland. Ook het gebruik van zelftesten voor andere aandoeningen is eigenlijk niet aan te raden. Maar ja, thuis testen is wel zo makkelijk.

Pro-actief beleid

Een verkeerde diagnose voor hiv of hepatitis kan grote gevolgen hebben. Een onterecht positieve uitslag leidt vaak (tijdelijk) tot stress of zelfs paniek, en een vals-negatief testresultaat vergroot zelfs de kans op verdere verspreiding. Deze gevolgen gelden niet alleen bij soa-testen, maar spelen ook bij testen voor andere ziekten. Inmiddels zijn er doe-het-zelftesten voor meer dan 25 aandoeningen, variërend van infectieziekten tot cardiovasculaire ziekten. Al in 2007 concludeerde de Gezondheidsraad dat dergelijke testen niet veel voorstellen. Bewezen diagnostische waarde? Nul. Effectiviteit? Geen. Desondanks wint de zelftest aan populariteit, niet alleen in hoeveelheid, maar ook in verscheidenheid. Zo zullen medisch-genetisch testen naar verwachting binnen tien jaar een marktwaarde van 25 miljoen dollar genereren in de Verenigde Staten. Tel daarbij de razendsnelle ontwikkelingen in technologie voor het aflezen van DNA, en het is duidelijk dat afwachten niet verstandig is. Dat voorzag de Raad ook. Ze adviseerde toenmalig minister Klink van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) daarom een pro-actief beleid te voeren ten aanzien van zelftesten, en te zorgen voor goede zelfregulering. Aanbieders van dubieuze testen zouden dan geen voet aan grond krijgen in Nederland.

In de la

Blijkbaar is er niets met dat advies gedaan, want er is nog steeds een woud aan zelftesten, zonder of met onduidelijke certificering. En dan gaat het hier om testen die nog relatief eenvoudig zijn wat betreft technologie, interpretatie en wetgeving. Voor nieuwe of toekomstige testen – bijvoorbeeld die waarbij het totale DNA wordt afgelezen – is dat wel anders. De opmars van de genetische zelftest is op SciencePalooza al veelvuldig besproken, waarbij de hoofdgedachte altijd is geweest: ‘deze testen zijn medisch (nog) niet relevant’. Wat gebeurt er als dat verandert, en ze wél medisch relevant worden? Staan we dan klaar om de aanbieders te controleren op kwaliteit? Kunnen we de verwachte toename in verzoeken om genetisch advies aan? Hebben we in Nederland een alternatief voor internettesten met dubieuze claims? Nee, dus.

Het rapport van Soa Aids Nederland laat zien dat er de afgelopen vijf jaar niet veel terecht is gekomen van ‘pro-actief beleid’. De richtlijn voor in-vitro diagnostiek is niet aangepast aan “snelle technologische en commerciële ontwikkelingen”, zoals de Gezondheidsraad voorstelde. Een nieuwe indeling van risicoklassen die moet bepalen welke testen wel en welke geen certificering behoeven, is niet gemaakt. Ter illustratie, testen voor zowel hiv als genetische aandoeningen moeten officieel door een arts gedaan worden, maar alleen voor hiv-testen is CE-certificering (een Europees keurmerk) verplicht. Kortom, het rapport van de Gezondheidsraad is in een la verdwenen.

Neus ophalen

Voor een deel is het uitblijven van zichtbare actie wel te verklaren. Het opstellen en doorvoeren van nieuwe richtlijnen en certificering is een complex proces. Een goede richtlijn vereist steun van veel belanghebbenden, en die komt pas na uitgebreid wikken en wegen. Daarnaast vindt bijvoorbeeld CE-certificering op Europees niveau plaats, wat het aantal betrokkenen nog eens verdubbelt of verdrievoudigt. Toch kan de diagnostische wereld zich niet blijven verschuilen achter wet- en regelgeving, al was het maar omdat veel regels online eenvoudig zijn te omzeilen. Nu afwachten of de neus ophalen voor testen zonder diagnostische waarde zal onherroepelijk leiden tot een bizarre situatie, waarin expertisecentra testen valideren en toelaten die feitelijk al jaren worden aangeboden via internet.

Liever thuis

Het volledige DNA van personen kunnen aflezen met een apparaat ter grootte van een USB-stick is geen verre toekomstmuziek meer. Als het enigszins kan, doen mensen dat liever thuis in hun luie stoel, dan op een antiseptisch krukje in het ziekenhuis. De expertisecentra in Nederland moeten hiervoor een goed alternatief kunnen bieden, dat zowel gemak en comfort, als een betrouwbare en eenduidig te interpreteren uitslag biedt.