Er komt nog minder geld voor wetenschappelijk onderzoek dan verwacht. Met die mededeling trok het Rathenau Instituut vorige week de aandacht. De boodschap is niet nieuw, maar dat geldt wel voor de analyse die er aan ten grondslag ligt. Net als de afgelopen dertig jaar hield het Rathenau Instituut – het adviesorgaan voor wetenschapsbeleid – de Totale Onderzoek Financiering (TOF) tegen het licht. Vanwege de “grote behoefte aan inzicht in overheidsuitgaven voor onderzoek” wilde het instituut de resultaten sneller publiceren dan gewoonlijk. Misschien wat voorbarig.

Voorbarig

Volgens het Rathenau Instituut besteedt het kabinet 400 miljoen euro minder aan wetenschappelijk onderzoek in 2016 ten opzichte van nu. Het instituut haalt dat uit de Miljoenennota die het kabinet vorig jaar op Prinsjesdag presenteerde. Daarin staat niet alleen de begroting voor 2012, maar ook een raming voor de jaren daarna op basis van het in 2010 afgesloten Regeerakkoord. Er komt geen nieuw geld voor innovatieprogramma’s die in 2016 aflopen, noch voor instituten voor toegepast onderzoek, zo laten deze cijfers zien. Dit betreft bijvoorbeeld het Holst Centre en het Centre for Translational Molecular Medicine (CTMM). Die moeten na 2016 hun eigen broek ophouden, bijvoorbeeld met geld vanuit het bedrijfsleven.

Tenminste, als ze niet op een andere manier toch voor overheidsgeld in aanmerking zouden komen. En dat doen ze wel, namelijk via de topsectoren. Die zijn vorig jaar door minister Verhagen (EL&I) in het leven geroepen als innovatiegebieden waarop Nederland moet inzetten. Veel van de aflopende innovatieprogramma’s zetten hun zinnen op een of meerdere van deze topsectoren. Het budget voor de topsectoren – 1,5 miljard euro – is in de Rathenau-berekeningen nog niet verwerkt, maar zou de uitkomst drastisch kunnen beïnvloeden. Het is namelijk totaal nog niet duidelijk waar die 1,5 miljard euro aan besteed gaat worden, of waar die vandaan komt. In een onwaarschijnlijk scenario zou alles naar onderzoek kunnen gaan, en zou er juist een winst van 1,1 miljard euro zijn voor de wetenschap. Dat zal niet gebeuren, maar het Rathenau Instituut benadrukt in zijn persbericht dat het hier gaat om een voorpublicatie. In april verschijnt het definitieve rapport, waarin “beleidsvoornemens op het gebied van onderzoeksbeleid [met] een concrete uitwerking” worden meegenomen.

Te laat

De Jonge Akademie reageerde onmiddellijk op het bericht. “Stop de uitverkoop van de wetenschap!” riepen de jonge wetenschappers in het NRC Handelsblad van 6 februari. Ook vorig jaar luidden ze al de noodklok, net als de ruim 1500 wetenschappers die een petitie voor behoud van fundamenteel onderzoek ondertekenden. Terecht, maar wel te laat. Dat ziet ook Rathenau-directeur Jan Staman, bleek uit zijn interview met De Volkskrant afgelopen zaterdag. “Onderzoekers moeten begrijpen hoe politiek werkt,” aldus Staman. Wetenschappelijke rapporten moeten óf urgent óf aantrekkelijk zijn (en het liefst allebei) om de aandacht te krijgen van beleidsmakers, is zijn stelling.

Noodroep

Waarom dan juist nu dit rapport? De strekking verschilt iets van de noodkreten vorig jaar (nu is die: ‘vooral innovatieprogramma’s zijn de klos’)? Is het voor een politicus aantrekkelijk om nogmaals te horen dat er niet genoeg geld naar wetenschap gaat? Vermoedelijk niet. Aan de andere kant is de urgentie hoog, want het kabinet neemt volgende maand beslissingen die de toekomst van de Nederlandse Kennisland bepalen. Dus heeft Rathenau maar alvast iets gepubliceerd om aan te geven dat er meer geld nodig is voor onderzoek. Past dat in de strategie van oprechtheid die Staman voorstelt?

Er was ‘grote behoefte’ aan inzicht in overheidsuitgaven voor onderzoek. Dat inzicht is er nog niet gekomen, want het blijft onzeker hoe het geld later dit jaar precies verdeeld wordt. Wordt het gewoon weer handjeklap, of heeft Verhagen daadwerkelijk oog voor innovatie?