Kent u de Tasmanian Devil? Taz was een in een wervelstormpje ronddraaiend, grommend tekenfilmfiguur dat alles op zijn weg opvrat, maar niet erg slim was. De flegmatieke Bugs Bunny had meestal weinig moeite om hem te verslaan. Het dier waarop Taz is gebaseerd, gaat het op dit moment niet veel beter af. Een bizarre, besmettelijke kanker heeft in 15 jaar de populatie gedecimeerd tot een bedreigde diersoort. Onderzoekers hebben onlangs het DNA van de kanker in kaart gebracht en de Tasmaanse duivel daarmee misschien een toekomst gegeven.

De echte Tasmaanse duivel is het grootste vleesetende buideldier dat niet door mensen uitgeroeid is. Tasmaanse duivels zijn nachtdieren en aaseters, maar schromen niet om prooien groter dan zijzelf aan te vallen en te doden. Ooit kwamen ze ook voor in Australië, maar al duizenden jaren is  Tasmanië de enige plek om ze in het wild tegen te komen. Voor zolang het duurt, want in 1996 werd voor het eerst een dodelijke gezichtskanker aangetroffen bij een Tasmaanse duivel. Deze kanker (Devil Facial Tumor Disease, DFTD) veroorzaakt grote gezwellen in het gezicht en de mond en binnen een paar maanden legt het besmette dier het loodje, door eetproblemen en doordat het niet meer om voedsel kan concurreren met soortgenoten. Deze kanker is – en dat is hoogst ongebruikelijk- besmettelijk; er zijn slechts enkele andere voorbeelden bekend, zoals een geslachtsdeelkanker bij honden. Normaalgesproken worden lichaamsvreemde cellen namelijk vakkundig door het lichaam opgeruimd. De ironie wil dat het agressieve gedrag van Tasmaanse duivels de verspreiding van de ziekte enorm bevordert, omdat de dieren gewoon zijn elkaar in het gezicht te bijten tijdens seks en strijd om voedsel. Dit gedrag heeft ervoor gezorgd dat DFTD zich in 15 jaar over heel Tasmanië heeft verspreid.

In het wetenschappelijk tijdschrift Cell werd deze week een artikel gepubliceerd, waarin de DNA-volgorde van de kanker werd bepaald. Omdat kanker uit levende cellen bestaat, konden de onderzoekers verschillen in DNA van meer dan 100 DFTD-tumoren analyseren en traceren naar een gemeenschappelijke voorouder. Zo kon de route die de kanker over Tasmanië heeft afgelegd worden gededuceerd en kwamen ze erachter dat meer dan 15 jaar geleden een doodnormaal Tasmaans duivelvrouwtje deze besmettelijke kanker ontwikkelde, waarna de ellende begon.

Hebben de nog in het wild levende Tasmaanse duivels iets aan dit onderzoek? Zeker wel, de onderzoekers kunnen met de vergaarde kennis op zoek gaan naar afwijkende biochemische paden in de tumorcellen. Dat zijn potentiële aanknopingspunten voor medicijnen, die bijvoorbeeld wel kankercellen, maar geen gezonde cellen doden. Daarnaast blijken er allerlei genen in de tumor af te wijken van normaal duivel-DNA. Dat is gunstig voor het ontwikkelen van vaccins die het lichaam van Tasmaanse duivels kunnen leren dat de tumor lichaamsvreemd is en door het afweersysteem opgeruimd mag worden.

Er is hoop, maar de kans is groot dat over 30 jaar de Tasmaanse duivel in het wild uitgestorven is. In 2005 is er daarom een verzekeringspopulatie veilig gesteld: 270 gezonde dieren zijn gevangen gezet in een fokprogramma om ze weer uit te zetten. Ook voor dit scenario zijn de resultaten van het onderzoek van belang. Tasmaanse duivels herintroduceren in het wild is alleen zinvol als je zeker weet dat alle zieke beesten dood zijn, anders begint het circus weer van voren af aan. Tenzij er van te voren vaccins en medicijnen zijn ontwikkeld tegen de ziekte, dan hebben de introducés een goede kans op overleving. De gewoonte om elkaar in het gezicht te bijten tijdens seks, leren we ze echt niet af.