maarten kleinhans_ 2

Dr. Maarten Kleinhans speelt elke dag in de zandbak want zijn hart ligt bij zand en grind en water. En hij krijgt er nog voor betaald ook. Dr. Kleinhans is associate professor in Utrecht, aardwetenschapper en bijzonder geïnteresseerd in hoe rivieren en delta’s evolueren: hier op aarde én andere planeten. Hiernaast is hij bij de Jonge Akademie een bestuurslid voor Wetenschap en Maatschappij.

De titel van onze serie is DJA over de knie. Wanneer bent u voor het laatst over de knie gegaan?

Hmmm…even over nadenken, eigenlijk bijna elke dag, en zo moet het ook. Ik poneer bijvoorbeeld bij promovendi stellingen of hypotheses en die worden dan ogenblikkelijk getoetst en soms krijg ik meteen valide tegenargumenten en ga zo dus een beetje over de knie. Maar dat is een natuurlijk en goed proces binnen mijn groep en maakt ook dat de wetenschappelijk dialoog actief en productief is.

Wat gaat u morgen doen? heeft u er zin in?

Maandag heb ik een internationale workshop georganiseerd met veel Amerikanen die geïnteresseerd zijn in de evolutie van rivieren en estuaria (dat zijn riviermondingen met getijde stromingen, zoals de Westerschelde). Deze deelnemers van de workshop zijn werkzaam in de oliewinning omdat veel estuaria in de wereld olie bevatten. Als aardwetenschapper is het soms wel lastig om met de oliesector samen te werken omdat die letterlijk de bron is van de CO2-uitstoot, maar zij brengen geld in het laatje van fundamenteel onderzoek in de publieke sector. Zo kan ik ook onderzoek naar bv. rivieren in Nederland blijven doen.

Waar gaat u volgende publicatie over?

Hmmm, even kiezen…De leukste voor nu is dat ik een hele nieuwe manier heb gevonden om getijden na te bootsen in een experiment. En het mooie van dit experiment is dat we, in tegenstelling tot de lange tijd die het vroeger duurde, nu binnen een paar uur resultaten kunnen hebben.

Wat zijn de vernieuwende vragen die u stelt, of in de methodes die u gebruikt? Hoe draagt u bij aan de innovatie in uw vakgebied?

Het modelleren met behulp van de computer gaat steeds sneller en maakt het stellen van nieuwe vragen mogelijk. Het blijkt een zeer sterke mix met het combineren van data uit het veld zoals verkregen met satelietfoto’s en schaalmodellen in het lab (“de zandbak”). Deze drie bronnen van informatie blijken vaak voorspellend voor elkaar en dat valideert mijn werk. Voor ons onderzoek naar rivieren op andere planeten zijn de computer modellen zelfs cruciaal omdat we alleen beelden hebben van die plekken. En kent u die hagelslagbergjes op de voorkant van het hagelslagpak? Wij hebben ontdekt dat de hoek van de helling van die bergjes beïnvloed wordt door de zwaartekracht. We zijn namelijk geïnteresseerd hoe zand en puin zich bij rivieren en delta’s gedraagt en wat de rol van de zwaartekracht is op dit geheel. En door zand gecontroleerd te laten vallen tijdens 33 paraboolvluchten (verminderde zwaartekracht) hebben we bewezen dat de zwaartekracht wel degelijk een rol speelt terwijl 130 jaar lang het tegenovergestelde verondersteld werd. En vergeet niet de rol van klooien. Ik heb kinderen, volwassenen, professoren in het lab, met de handen in het zand zien klooien en dan gebeuren de mooie dingen die tot nieuwe ontdekkingen leiden.

Dr. Kleinhans doet ook onderzoek naar de verschillende natte periodes op Mars. Dat werk is eigenlijk niet voor het begrijpen wat er op Mars is gebeurd, maar veel meer om de landvormen op de aarde beter te begrijpen.

Het onderzoek met het vallende zand had ik nooit zonder mijn werk op Mars kunnen verzinnen. Het is een soort geestverruimend wetenschappelijk middel dat nieuwe fundamentele vragen oproept. Je kijkt met een andere blik naar de aarde als je tussendoor naar ‘alien’ condities op Mars hebt zitten turen. Mijn volgende onderzoek wat recent gefinancierd is gaat puinhellingen op Mars vergelijken met die op Spitsbergen.

Wat belemmert u werk ? Wat zou er moeten veranderen in de wetenschap?

Nu er minder geld is komt vooral talentontwikkeling in het nauw. Er wordt gezegd dat we via topsectoren hetzelfde hoogkwalitatieve onderzoek kunnen blijven doen, maar dat is dus gewoon niet waar! Want de verdeling van dat geld gaat niet op criteria van kwaliteit, maar wie er toevallig het dichtst bij het vuur zit. Ook bezuiniging op onderwijs is funest voor de toekomst van de wetenschap. Niet alleen de zwakke broeders, maar ook alles wat boven de middenmoot uitsteekt heeft extra geld en support nodig. Dat is zo voor de toptalenten maar ook voor hen die een andere verdeling van talenten hebben, zoals mensen in het autismespectrum. Zij kunnen zeer waardevol zijn voor de wetenschap maar moeten eerst langs de kokers in het basis- en middelbaar onderwijs. Dat kost geld en inspanning en dat kunnen we dus nu niet meer verzorgen. Daarmee verliezen we talent en ambitie bij deze mensen.

U bent bijna professor. Welke bijdrage hoopt u (droomt u?) nog te leveren?

Niet alleen de werking van de natuur in kaart brengen maar ook antwoorden kunnen geven op de vraag hoe de natuur, zoals estuaria, zullen reageren op de veranderingen in het klimaat. En, hopelijk met dit inzicht, methoden kunnen ontwikkelen om dit tegen te gaan of de gevolgen ervan onschadelijk te maken.

Het is zaterdagmiddag, net na lunchtijd. Waar bent u? Waar denkt u aan?

Meestal wisselt dat tussen Kinderen en Wetenschap, maar soms ook Tuin en Piano.

Interview door Mark Geels