Het topsectorenproces is in volle gang. SciencePalooza-auteur Terry Vrijenhoek maakt het proces binnen de Topsector Life Sciences & Health van dichtbij mee, en concludeert: wetenschappers op pad sturen met een verkeerde opdracht en weinig tijd leidt niet tot innovatie in de zorg.

Helaas, uw kans om bij te dragen aan de toekomst van de zorg is verkeken. Afgelopen maandag sloot namelijk de publieke consultatie voor de roadmaps binnen de Topsector Life Sciences & Health (LS&H). Dit is een van de negen Topsectoren waarop Nederland de komende jaren moet excelleren, aldus het kabinet. Hoe dat precies moet gebeuren binnen LS&H staat in de roadmaps. Amper drie weken geleden werden tien roadmapteams aan het werk gezet om een visie te ontwikkelen op verschillende thema’s binnen LS&H, bijvoorbeeld moleculaire diagnostiek en gespecialiseerde (gepersonaliseerde) voeding. Zo krijgen we zicht op de belangrijkste zorginnovaties, dacht de regiegroep die de plannen voor deze topsector coördineert. Daarmee blijft de zorg ook in de toekomst van goede kwaliteit én betaalbaar. Of eigenlijk, betaalbaar… en van goede kwaliteit. De regiegroep stuurde de tien teams van vertegenwoordigers van kennisinstellingen en (biotech-)bedrijven namelijk op pad met als belangrijkste vraag: hoe verlagen innovaties in uw vakgebied de zorgkosten? Verguld was ik, toen ik werd uitgenodigd om mee te denken over een van de roadmaps; die van Enabling Technologies & Infrastructure (ET&I). Met enige verbazing hoorde ik echter de onderliggende agenda van de opdracht aan: jongens, het gaat om de zorgkosten.

Yes, we care!

Wat? Zorgkosten? We zitten hier toch voor de toekomst van de wetenschap? Voor briljante ideeën, die leiden tot innovaties, waarmee we patiënten kunnen helpen? Voor snellere diagnoses, en effectievere therapieën? Met natuurlijk als ultiem gevolg dat patiënten gezonder en minder zorgafhankelijk worden, en uiteindelijk vast ook wel goedkoper. Hoe de eerste innovatieve stappen genomen worden, dát bedenken de technische wetenschappers. De laatste – hoe patiënten goedkoper worden – is meer het terrein van gezondheidseconomen en sociale wetenschappers, en hangt af van veel meer dan technologische ontwikkelingen. De regiegroep LS&H ziet dat iets anders; met een ferme ‘Yes, we care!’ opent ze haar startdocument, en introduceert de roadmaps als generator van voorstellen voor verlaging van de zorgkosten. Maar de meeste teams komen niet veel verder dan: “We weten het niet precies, maar we denken ongeveer zus en zo”. Terecht, want (top-)wetenschappers en farma-directeuren kunnen helemaal niet beslissen over kostenreductie in de zorg. Ze kunnen hoogstens mooie toepassingen bedenken vanuit hun eigen werkveld, en eventueel in overleg met gezondheidseconomen, ziekenhuisdirecteuren en zorgverzekeraars bepalen wat wijsheid is. Maar daarvoor is de tijd te kort.

Uitzondering

Een van de tien roadmaps mag zich wat mij betreft wél richten op de impact van innovatie op het zorgsysteem, en dus onder andere op verlaging van de zorgkosten. Sterker nog, het team van Health Technology Assessment and Quality of Life (HTA) moet dat zelfs doen. Wilbert van der Hout – gezondheidseconoom – leidt het HTA-team, waarvan de verdere samenstelling enigszins onduidelijk is. De roadmap HTA stelt dat “meer kennis nodig is over de manier waarop technologische, organisatorische en financiële innovaties daadwerkelijk leiden tot kostenreductie”. Als zelfs het vakgebied dat gaat over impact op de zorg er nog niet uit is, hoe kun je dan een sluitend antwoord van de innovatieboys en –girls verwachten?

Gemiste kans

Het ontwikkelen van roadmaps is een uitstekend middel om verschillende partijen bij elkaar te brengen, een gezamenlijke visie te ontwikkelen en te komen tot scherpe keuzes. Daar doe ik graag aan mee, mits er enige logica in de opbouw zit. Nu lopen alle roadmaps parallel, en is er weinig tijd voor onderlinge afstemming. Twee weken kregen de verschillende teams om de roadmaps op te stellen. Eén week was er voor de rest om de op de roadmaps te reageren. Tenslotte nog een kleine week om de opmerkingen te verwerken. Kortom, in vier weken wordt de toekomst van de Nederlandse zorg in elkaar geknutseld. Dat is te weinig om een goede visie te ontwikkelen – laat staan om iets te zeggen over de zorgkosten – en maakt de hele exercitie politiek kwetsbaar. Beter was het geweest als er eerst visies waren ontwikkeld over wetenschappelijke uitdagingen (bijvoorbeeld binnen moleculaire diagnostiek en gespecialiseerde voeding), vervolgens over de benodigde technologie en expertise, en tenslotte over de mogelijke impact op de zorg.

Ik voorspel u, op deze manier zullen weinig concrete stappen gemaakt worden die een betere Nederlandse voedingsbodem voor innovatie kunnen leggen. Een gemiste kans voor de Nederlandse wetenschap. Een gemiste kans voor u.