lisbonmetro

Nederland wil topwetenschap, maar geld blijft een probleem. Dat vraagt om creatieve oplossingen. Kunnen we wellicht wat leren van landen die met zeer beperkte middelen succesvol aan de weg timmeren?

Vier jaar geleden vertrok ik voor mijn promotieonderzoek naar Portugal. Niet het meest voor de hand liggende land, ondanks de zon, en sinds de eurotragiek al helemaal niet waar je moet gaan zitten als je jong bent, en wat wil. Portugal zit in het slop: de werkloosheid onder jongeren is torenhoog, en de bezuinigingsmaatregelen zorgen voor nagenoeg dagelijkse stakingen en protesten. Echte kansen zijn er nauwelijks.

Comfortzone

Maar dat was al langer zo. Al jaren is er een emigratiegolf van hoogopgeleiden gaande: Portugees sprekende landen als Angola hebben hard behoefte aan ingenieurs en andere technici, en daar verdient de nijvere afgestudeerde aanzienlijk beter. Deze brain drain bereikt nu ten tijde van de crisis een dramatisch hoogtepunt: één op de 10 afgestudeerden pakt de biezen naar het buitenland. Paradoxaal genoeg wordt deze volksverhuizing van staatswege aangemoedigd: Staatssecretaris voor Sport en Jeugd Alexandre Miguel Mestre ontketende onlangs een rel met uitspraken waarin hij de jongste generatie zonder werk afraadt in hun ‘comfortzone’ te blijven hangen, en hen oproept het geluk elders te zoeken.

Mestre staat niet alleen in zijn pogingen de intelligentsia naar het buitenland te verhuizen: recent vierde het GABBA programma van de Universiteit van Porto haar vijftiende verjaardag. Deze post-universitaire opleiding stuurt haar studenten met een zak geld naar universiteiten overal ter wereld om daar te promoveren, met de groeten van de Portugese regering. GABBA is niet het enige (noch het eerste) programma met deze insteek: een onderzoeksinstituut voor neurowetenschappen heeft eenzelfde traject voor promoties in haar vakgebied, en recent eindigde een ander programma dat zich toespitste op bioinformatica. Belangrijker nog, dit idee zit ingebouwd in het financieringssysteem voor Portugese promovendi: met een goed verhaal, goede cijfers en een begeleider (wederom, waar ook ter wereld) kan iedere getalenteerde afgestudeerde zich bij de Portugese equivalent van NWO melden voor een promotiebeurs. Een Nederlander heeft deze mogelijkheid niet.

Wereldtop

Waarom stimuleert Portugal, dat al zo lang te maken heeft met een enorme brain drain, zo duidelijk het vertrek van haar universitair afgestudeerden? Het lijkt paradoxaal, maar deze brain drain is niet alleen maar negatief: kennisemigranten zetten netwerken op, en de expats kunnen op latere leeftijd weer nuttige informatie het land binnensluizen. En juist door deze (financiële) stimulans is het voor de Portugese promovendi extra makkelijk om die netwerken op te zetten en die kennis op te doen bij de absolute wereldtop: Yale, Harvard, Cambridge. Om wat namen te noemen.

De vruchten van dit proces worden inmiddels ook geplukt. Van een voorloper van het GABBA programma zijn de deelnemers inmiddels grotendeels teruggekeerd, en zijn over het algemeen zeer succesvolle wetenschappers in het land van herkomst: men haalt met een zekere regelmaat Europees subsidiegeld binnen, en Portugal viel onlangs fors in de prijzen bij de uitreikingen van de HHMI Early Career awards. GABBA zelf komt ook met hoopvolle statistieken: van de 102 inmiddels gepromoveerde deelnemers geeft 86% aan weer terug te gaan naar (of reeds te zijn in) Portugal. Niet alleen vanwege heimwee of een schrijnend gebrek aan zon: veel geïnterviewden noemen de investeringen in hun toekomst als belangrijkste motivatie om met die toekomst wat terug te willen doen.

Locaal optimum

Nederland wil naar de top. Om ervoor te zorgen dat we geen Heuvelrugpolitiek bedrijven en een locaal optimum opzoeken, moeten we het net breed uitslaan, en internationaal georiënteerd blijven. Wat de Portugezen goed begrepen hebben is dat je wetenschap niet bedrijft op een eiland, en dat dit soort netwerken onontbeerlijk zijn voor hen die tot de wetenschappelijke wereldtop willen behoren. In Nederland hebben we aan internationale connecties gelukkig geen gebrek, en toch zou een GABBA model niet misstaan in ons polderlandschap. Investeren in de toekomst betekent meer dan eens: investeren in de jeugd, de jonge wetenschapper. Voor de getalenteerde afgestudeerde mét subsidie gaan makkelijker deuren open dan voor de ambitieuze wereldreiziger met lege handen. Om een welbekend spreekwoord te parafraseren: Nederland kan naar de top, maar we kunnen de top ook naar Nederland brengen.

Een belangrijk verschil tussen Nederland en Portugal is natuurlijk dat de laatste veel minder gevestigd is als wetenschapsland, en een behoorlijk intensieve boost nodig had om weer een beetje op de kaart te komen. De Nederlandse remigrant zal bij terugkomst een heel wat comfortabeler gespreid bedje treffen, maar dat wil niet zeggen dat de kussens niet eens flink mogen worden opgeschud. Een internationaal verankerde, creatief denkende nieuwe generatie zou wel eens precies die sprongen kunnen maken die onze wetenschap nodig heeft om daadwerkelijk de top te bereiken – en er te blijven.

 

Plaatje boven: door hom26 op Flickr (licentie CC BY-SA 2.0).