Mosquito

Één van de grootste uitdagingen voor immunologen is de ontwikkeling van effectieve vaccins voor infectieziektes. Voor een aantal ziektes, zoals de mazelen of polio, is het gelukt. Maar het maken van een vaccin is niet voor iedere ziekteverwekker even simpel. Dat sommige ziekteverwekkers continu veranderen en zich alsmaar aanpassen aan nieuwe situaties vergt veel geduld, slimme koppen en geluk om de juiste aanpak te vinden. Uiteindelijk wordt het harde werk aan vaccinontwikkeling beloond, zoals blijkt bij de nieuwste studies met malariavaccins.

Bijna één miljoen mensen overlijden jaarlijks aan malaria, 85 % hiervan zijn kinderen onder de 5 jaar. De meeste mensen sterven in Afrika omdat daar de meest gevaarlijke malariavariant voorkomt. De WHO en stichtingen zoals de Melinda en Bill Gates foundation doen er veel aan om malaria terug te dringen; zo wordt in getroffen gebieden staand water – broedplaatsen van de malaria overdragende muggen – drooggelegd, en worden er mosquitonetten uitgedeeld. Een succesvolle aanpak, die echter langdurige discipline vergt, want de muggen komen snel terug en met hun de parasiet. Een snelle behandeling van malariapatiënten is ook cruciaal omdat zij de parasiet weer aan de muggen kunnen doorgeven. De afgelopen decennia hebben we voor de behandeling een heel goed werkend middel gehad: artemisinin, afkomstig van een oude Chinese receptuur. Maar ondanks dat waarschuwde de WHO al in 2009 dat de eerste resistente malariaparasieten gevonden zijn. Reden genoeg om ook in ontwikkeling van een vaccin te investeren.

Momenteel worden meerdere vaccins getest. Één aanpak is om de hele parasiet uit geïnfecteerde muggen te isoleren en hem te doden alvorens men het vaccin toedient. Met deze aanpak die vergelijkbaar met het poliovaccin is komt het afweersysteem met hetzelfde materiaal in aanraking wat het tijdens een infectie tegen zal komen; namelijk de sporen die door de muggenbeet in de bloedbaan terecht komen. De eerste data van deze studie zijn een paar weken geleden gepubliceerd en zijn nog niet heel sterk: slechts 2 van de 10 vrijwilligers waren beschermd voor malaria. Daarnaast is het vaccin instabiel en nog niet geschikt voor transport of langdurige opslag – wat een groot probleem vormt voor de toepassing in afgelegen gebieden in Afrika.
Een tweede vaccin heeft tot nog toe meer succes en wordt sinds 2009 getest in een grootschalige studie met 15.000 kinderen in verschillende Afrikaanse landen. Dit vaccin maakt gebruik van één malaria-eiwit dat gekoppeld is aan een helpereiwit van het hepatitis B virus. Het idee hierachter is dat het helpereiwit sterke afweerreacties aanwakkert en als een soort neveneffect antistoffen voor het malaria-eiwit worden aangemaakt. Met dit vaccin zijn in de (kleinere) voorstudies maar liefst 50% van de gevaccineerde kinderen beschermd. Dit is nog lang niet wat we gewend zijn van de vaccinaties die onze kinderen krijgen voor andere ziektes- en toch is het een grote vooruitgang. Het vaccin is al werkzaam in kinderen vanaf 6 weken en kan veilig worden toegediend in combinatie met andere vaccins – een eigenschap die in gebieden met matige toegang tot medische voorzieningen zeer belangrijk is. De eerste resultaten uit de grote internationale veldstudie zijn zeer recentelijk gepubliceerd en geven dezelfde resultaten.

Dit resultaat geeft goede hoop. Het vaccin is met 50% bescherming verre van perfect- en daarom is verder onderzoek voor verbetering cruciaal. Dankzij publieke en private fondsen wordt ruimschoots in deze studies geïnvesteerd, dus binnen de komende 15 jaar zullen we hoogstwaarschijnlijk een goed vaccin hebben.