Hamburger

Onze wereldbevolking heeft de zeven-miljard grens onlangs bereikt. Dat zijn een hoop mensen, en niet iedereen heeft genoeg te eten. Hier hebben wetenschappers iets op bedacht: Vlees dat in een petrischaal is gegroeid. Twee jaar geleden heeft een Nederlands consortium al bekend gemaakt dat ze in staat zijn om spierweefsel in het lab te laten groeien, en dat heeft dit buiten Nederland veel publiciteit gekregen. In Nederland is er maar mondmatig aandacht aan besteed, zoals bij de wereld draait door, en door Barbara bij Sciencepalooza .

Nu is het vlees weer in het nieuws; in het buitenland dan. Reuters heeft vorige week een persbericht uitgegeven waarin Mark Post stelt dat zijn team binnen één jaar genoeg vleesweefsels kan groeien die goed zijn voor één hamburger. Technisch gezien een hoogstandje met een net zo hoog gelegen prijskaartje: 250.000 euro. Maar staan we hier eigenlijk wel op te wachten?

De techniek

De wetenschappers maken gebruik van stamcellen die uit kunnen groeien tot spiercellen. En dat is een vrij moeilijke klus. In het lichaam communiceert een cel namelijk met zijn buurcellen. Die stoten stofjes uit en maken de omgeving zodanig geschikt dat deze stamcel tot het juiste celtype uitgroeit. In de laatste jaren is het wetenschappers gelukt deze omgeving in een petrischaal na te bootsen door die buurcellen ook mee te kweken, of door gebruik te maken van de groeifactoren die de buurcellen uitstoten.

Om een lekker stuk vlees- dus spierweefsel – te krijgen moeten spieren ook worden getraind- immers zijn ze bij een dier ook continue in gebruik en beweging. Hiervoor is een slim systeem met elektrodes ontwikkeld waardoor de ‘spieren’ in de petrischaal kunnen samentrekken. Deze groeimethode levert uiteindelijk flinterdunne strips spierweefsel op van 2.5cm x 1cm. Voor een hamburger moeten er rond de 3000 strips gekweekt worden. Dat is niet makkelijk, maar ook niet onmogelijk.

Niet dier-vrij

Tot nu toe zijn de spiercellen afhankelijk van dierlijke producten zoals bloedserum en groeifactoren. De laatste jaren zijn er vorderingen gemaakt om de dierlijke materialen te vervangen, maar 100% diervrij is de petrischaalhamburger nog niet.

Stel dat het in de toekomst wel mogelijk is om spiercellen dierproduct-vrij te groeien, dan kan worden uitgerekend wat de impact van gewoon vlees versus dit vlees zou zijn op de natuur. Joost Teixeira de Mattos van de Universiteit van Amsterdam heeft dat onlangs gedaan, en de benodigde hoeveelheid landbouwgrond en water zou vele malen minder zijn dan voor traditionele veeteelt.

De alternatieven

Ik moet bekennen dat ik de drijfveer om kunstmatig vlees voor consumptie te maken niet helemaal snap. Ik ervaar het eerder als een flauwe publiciteitsstunt – en ik zit ook niet op dit vlees te wachten. Namelijk, een veel goedkopere en makkelijkere methode om de wereld te voeden is het eten van minder vlees, en om het bestaande voedsel beter te verdelen.

En toch ben ik erg opgetogen over dit project. Het grootschalig groeien van spierweefsel kan namelijk een grote vooruitgang voor medische behandelingen betekenen. Het zou mooi zijn als men de hartspier met deze kweken weer zou kunnen versterken, of spierletsels zou kunnen herstellen. Ik acht dit een realistischere doelstelling dan net doen alsof dit petrischaalvlees de hongersnood in de wereld zal oplossen. Want dat is een probleem dat niet alleen van technische, maar ook van politieke en sociale vooruitgang afhankelijk is.