Als het nest van een edelpapegaai door een tropische stortbui vol water loopt reageert de vrouw des huizes kordaat: ze pikt haar mannelijke spruiten dood en kukelt ze het nest uit. Deze geslachtsvoorkeur bij het redden van haar kroost mag voor de papegaaien dan evolutionair aangepast gedrag zijn, maar of dat voor de hele bevolking van Zuidoost-Azië geldt valt te betwijfelen.

Edelpapegaaienmoeders met een matige behuizing kiezen bewust: ze zetten volledig in op het gezond grootbrengen van hun dochter. Papegaaien met een droog nest krijgen ongeveer even veel jongetjes als meisjeskuikens, maar dieren in een nesthol met een groot overstromingsrisico kiezen vrouwelijke kuikens voor hun geld. Dat kunnen ze in praktijk ook, want het onderscheid tussen zonen en dochters is voor de moeder gemakkelijk te maken. Vrouwtjes zijn donkerrood tot zwart, mannetjes groen en onder barre woonomstandigheden dus de klos.

De van nature op Nieuw Guinea en de omringende eilanden voorkomende edelpapegaaien zijn niet de enige dieren die de seksebalans van hun nageslacht moduleren. Ook sommige andere papegaaisoorten, zoals de kakapo, hebben variabele percentages mannelijke nakomelingen, net als edelherten, sommige lemuren en bavianen en een handvol andere zoogdieren.

In de meeste gevallen is het inzetten op zonen voor seksebalancerende diersoorten een strategie die weliswaar een hoog rendement kan opleveren, maar ook het grootste risico met zich meebrengt. Mannetjes kunnen immers doorgaans in één paarseizoen met diverse vrouwtjes Darwins koffer induiken, terwijl de dames van zoogdieren en vogels doorgaans een limiet hebben op het aantal kleintjes dat ze kunnen krijgen. Dochters grootbrengen is voor de beesten uit evolutionair perspectief een saaie, maar veilige keuze. Voor edelpapegaaien in lekkagegevoelige nesten maakt de systematische zoontjesmoord hun evolutionaire succes groter dan wanneer ze hun inspanningen zouden verdelen over een dochter met een jonger broertje.

infanticide
Papegaaien zijn inmiddels niet meer de enige dieren die in staat zijn de jongetjes van de meisjes al in een vroeg stadium te onderscheiden, wat zo’n seksevoorkeur mogelijk maakt. De combinatie van een steeds koopkrachtigere middenklasse, algemeen beschikbare echo-apparatuur en weinig efficiënte wetgeving maakt ook onder mensen massale geslacht-specifieke infanticide mogelijk. Met name in China, Zuid Korea en inmiddels ook India volgen aspirant-ouders inmiddels het voorbeeld van de edelpapegaai. Het verschil zit echter in het geslachtofferde geslacht: mensenouders maken juist de meisjes af. De Aziatische ouders zien de zonen als een betere investering in de toekomst, onder andere omdat een zoon de bloedlijn voortzet en traditioneel de zorg voor zijn bejaarde ouders op zich neemt. Jaarlijks worden miljoenen zwangerschappen in al dan niet respectabele abortusklinieken beëindigd omdat de foetus geen Y-chromosoom heeft.

Het effect van die prenatale selectie op de seksebalans in die landen is indrukwekkend. Onder normale omstandigheden worden er per honderd meisjes zo’n honderdvijf jongens geboren – het iets hogere aantal jongetjes compenseert mogelijk voor de iets hogere jeugdsterfte onder dit vermeend sterkere geslacht. In China lag dat getal tussen het jaar 2000 en 2004 gemiddeld op 124, in sommige regio’s van het land zelfs boven de 130. In 2020 heeft China in de categorie tot twintig jaar veertig miljoen meer mannen dan het aantal vrouwen van die leeftijd. Uitgaande van een situatie van monogamie zullen ze hun bruiden dus bij de buren moeten gaan halen.

Hordes partnerloze Aziaten: zo lang het over papegaaien gaat klinkt het als een biologische curiositeit. Nu de verstoorde geslachtsbalans echter ook onder mensen een zescijferige realiteit is wordt het ineens een spannend sociologisch experiment.