Nederland vaart Topkoers. Volgens het kabinet heeft ons land negen Topsectoren waarin innovatie plaatsvindt. Voor de zomer dienden Topteams hun Topsectorplannen in bij minister Verhagen (EL&I). “Topteams 2.0” stellen de komende maanden innovatiecontracten op tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid. En er komen Topconsortia voor Kennis en Innovatie. Kortom, de toekomst is Top.

Als het aan het kabinet ligt, staat alles de komende jaren in het teken van Nederland “naar de Top” brengen. Minister Verhagen bood twee weken geleden zijn bedrijvenbeleid aan de Tweede Kamer aan. Daarin zet hij uiteen hoe Nederland zich in 2020 bij de beste 5 kenniseconomieën ter wereld kan scharen. Innovatie is het sleutelwoord, en die moet vooral bij, in samenwerking met, of met geld van bedrijven plaatsvinden. En dus staat het rapport vol met fiscale regelingen, innovatiekredieten en -contracten, budgetschuiven en financieringsluiken. Bedrijven hebben dus legio mogelijkheden om voordelig aan onderzoek en ontwikkeling te doen.

Maar hoe zit het aan de andere kant van het innovatiespectrum, die van het fundamentele onderzoek? Ook daar gaat alles naar de top. ’s Lands grootste onderzoeksfinancier – de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) – krijgt de opdracht om samen met de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) vanaf 2015 jaarlijks 350 miljoen euro in de topsectoren te investeren. Dat is op zich geen slecht nieuws: er is in 2015 in ieder geval nog geld voor fundamenteel onderzoek. Maar het is de vraag of de overheid er verstandig aan doet om dat budget zo zwaar op te hangen aan mogelijke toepassingen. Want zoals NWO-voorzitter Jos Engelen ook zegt in het bijbehorende persbericht: “Resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn moeilijk van tevoren te voorspellen en te sturen: je kunt niet een toepassing bedenken en terug redeneren wat voor onderzoek daar voor nodig is.”

NWO zit in ieder geval aan tafel bij de topsectoren om het programma voor fundamenteel onderzoek in te vullen. De organisatie wil de onderzoekers daarbij zoveel mogelijk de ruimte geven. Open competitie, dus, net als in het huidige Vernieuwingsimpuls-programma. Dat bestaat uit drie typen beurzen die wetenschappers in staat stelt een eerste carrièrestap te zetten (VENI; €250.000), een eigen onderzoekslijn te ontwikkelen (VIDI; €800.000) en een eigen onderzoeksgroep op te bouwen (VICI; €1.500.000). Stel, je bent een goede wetenschapper, werkt aan excellent onderzoek binnen een topsector, en je hebt vorig jaar een VIDI binnengehaald. Waar kun je dan in 2015 – wanneer je VIDI afloopt – nog op rekenen?

Van de 350 miljoen euro die NWO en KNAW gezamenlijk te besteden hebben, gaat 100 miljoen direct naar zogenaamde Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s). Van de 250 miljoen euro die dan nog overblijft, zijn zo’n 6000 onderzoekers afhankelijk. Als we aannemen dat die gelden gelijkmatig bij de onderzoekers terecht zouden komen, zou iedere onderzoeker jaarlijks €38.000 ontvangen. Dat is €190.000 in 5 jaar; een kwart van de huidige VIDI-beurs. De onderzoekers in mijn veld zouden dan 20 experimentjes kunnen doen, op apparaten die al gekocht zijn, en zonder zichzelf salaris te geven. Kruimelwerk dus, niet iets dat ons naar de top brengt. Ter vergelijking, DFG (de Duitse equivalent van NWO) geeft jaarlijks 2,6 miljard euro uit aan ruim 32.000 projecten; ruim €80.000 per project. Het dubbele dus van onze ‘Topinvesteringen’.

NWO zegt wel te blijven investeren in de hele breedte van de wetenschap. Het geld dat NWO reserveert voor de topsectoren komt overeen met de helft van het budget dat de organisatie momenteel totaal heeft. En dus blijft de andere helft over voor andere onderzoeksgebieden. Tenminste, wanneer het totale budget voor NWO gelijk blijft. Daarover beslist het kabinet pas in het voorjaar van 2012, drie tot vier maanden nadat NWO het innovatiecontract zal hebben ondertekend, en zich dus al gecommitteerd heeft aan de 350 miljoen. Veel ruimte om gebieden buiten de topsectoren te financieren is er dan misschien niet.

Is het dus allemaal top? Het is moeilijk. Fundamenteel onderzoek heeft een plek in de topsectoren. En natuurlijk selecteert NWO op excellentie, waardoor misschien een kleiner aantal wetenschappers geld krijgt. Toch zullen de meeste wetenschappers het met krappere budgetten moeten doen. Of ze richten zich meer op Brussel, waarvandaan een groeiend aandeel van het Nederlandse onderzoek wordt gefinancierd. Wellicht komen we op die manier – als Europa, niet als Nederland – wel naar de top.